CASE STUDY: Verhuurder vordert vergoeding voor iedere maand tot aan ontruiming

Een verhuurder heeft een huurovereenkomst met de huurder. De huurder heeft een huurachterstand laten ontstaan. Hierover is gecorrespondeerd tussen partijen waarin de huurder heeft toegezegd de verschuldigde huur te zullen betalen. Aangezien dit niet is gebeurd is de verhuurder overgegaan tot dagvaarden. Hij vordert de huurachterstand, schoonmaakkosten en een bedrag van €1.200,- voor iedere maand dat de huurder de woning niet heeft ontruimd. De rechter heeft elke van deze posten beoordeeld.

De case

Schoonmaakkosten

Met betrekking tot de schoonmaakkosten geeft de verhuurder aan dat er in de huurovereenkomst staat dat bij het einde van de overeenkomst het huis schoon en volledig ontruimd moet zijn. Bij aanvang van de overeenkomst is een inspectierapport opgesteld. Bij het einde van de overeenkomst heeft de verhuurder geprobeerd een afspraak met de huurder te maken voor een eindinspectie, maar de huurder is niet bij de inspectie gekomen. Uit het rapport blijkt dat de woning erg vervuild en niet volledig ontruimd was. De huurder is juist van mening dat hij de woning netjes en schoon heeft achtergelaten. De woning was ook niet in perfect staat bij het begin van de huurovereenkomst, aldus de huurder.
Nu de huurder vond dat de woning wel schoon en correct was opgeleverd, was het volgens de verhuurder niet nodig om de huurder alsnog een termijn voor herstel te geven. De schoonmaakkosten dienen daarom voor rekening van de huurder te komen, aldus de verhuurder.

Huurachterstand

Met betrekking tot de huurachterstand ziet de rechter dat de huurder een schuldbekentenis heeft getekend en per e-mail toezeggingen heeft gedaan om de achterstand te voldoen. De verhuurder heeft dat bedrag echter niet ontvangen. De verhuurder heeft de door de huurder gestelde gebreken betwist. Bij aanvang van de huurovereenkomst hebben beide partijen ervoor getekend dat de woning in orde was. De huur bleef onbetaald en maanden later kwam de huurder opeens met dat er iets niet in orde zou zijn. De klachten die door werden gegeven heeft de verhuurder serieus genomen en allemaal opgelost. De huurder is echter van mening dat de reparaties niet uitgevoerd zijn. De huurder weet dat ze een schuldbekentenis heeft ondertekend, maar vind dat ze zich hier niet aan hoeft te houden omdat volgens haar de verhuurder zich ook niet houdt aan de afspraken omtrent reparatie.

De beoordeling

De rechter oordeelt omtrent de schoonmaakkosten dat door het niet voorstellen van een andere datum de verhuurder niet voldaan heeft aan zijn verplichtingen en de schoonmaakkosten worden dan ook afgewezen.

Er is een brief tussen partijen verzonden waarin staat: "I (de verhuurder) would like you (de huurder) to have the 2 months back paid before you depart our house". Hierop is een e-mail door de huurder verzonden waarin hij de hoogte van de huurachterstand erkent.  
De rechter oordeelt dat op grond van artikel 157 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) levert een onderhandse akte ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring. Naar het oordeel van de kantonrechter levert de onderhandse akte, te weten de door beide partijen ondertekende brief, dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring zodat het ervoor wordt gehouden dat de huur zich in ieder geval heeft verbonden om twee (achterstallige) huurtermijnen te voldoen. De huurder heeft in dit brief en e-mail contact nooit gesproken over enige gebreken.

De rechter oordeelt dat de huurder eenvoudigweg de door haar gemaakte afspraken niet is nagekomen. Verder rechtvaardigen de door de huurder aangevoerde feiten en omstandigheden geen vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling, bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden. Aldus wordt geoordeeld dat de huurder gehouden is twee maanden huurachterstand ten bedrage van € 2.400,00 te voldoen.

Tot slot heeft de verhuurder gevorderd om de huurder te veroordelen tot het betalen van een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat zij de woning heeft gebruikt tot aan de ontruiming. Tussen partijen staat echter vast dat de huurovereenkomst is geëindigd per 1 mei 2016 en dat de huurder rond deze datum de woning heeft verlaten. Om deze reden zal de vordering tot het betalen van een gebruiksvergoeding vanaf november 2016 worden afgewezen.

Samenvattend

De rechter veroordeelt de huurder tot het betalen van de huurachterstand alsmede de proceskosten, wettelijke rente en het salaris gemachtigde. Op onze website kunt u het soortgelijke volledige vonnissen lezen. Heeft u ook huurders die zich niet aan de afspraken van het huurcontract houden? Neem dan gerust contact met ons op.