Eiser mocht er op vertrouwen dat gedaagde met het voorgestelde uurtarief akkoord was

Eiser deed de salarisadministratie voor klanten van Gedaagde. Op een gegeven moment heeft Gedaagde besloten de salarisadministratie voor haar klanten per 1 januari 2016 in eigen beheer uit te gaan voeren. Eiser zou vervolgens door Gedaagde worden ingehuurd. Hiervoor is een overeenkomst opgesteld waarin een uurtarief van €50,- in is opgenomen. Deze overeenkomst is echter nooit ondertekend. Toch is Eiser aan de slag gegaan en heeft na vele werkzaamheden een factuur gestuurd naar Gedaagde waarin is gerekend met het uurtarief van €50,-. Via e-mail contact heeft Gedaagde laten weten het niet eens te zijn met het uurtarief. De factuur is onbetaald gelaten. Eiser vordert dat Gedaagde de factuur voldoet.

De rechter oordeelt dat er tussen partijen geen schriftelijke overeenkomst is. Wel ziet de rechter dat er werkzaamheden zijn uitgevoerd en dat Gedaagde niet betwist dat daaraan enige overeenkomst ten grondslag ligt. Er is dan ook sprake van een overeenkomst van opdracht. De hoeveelheid gewerkte uren is niet betwist. Het geschil zit hem in het overeengekomen tarief. De rechter ziet dat het (wanneer er werd gesproken over het tarief) altijd ging om €50,-. De gedaagde is daar dan wel niet expliciet mee akkoord gegaan, echter heeft Gedaagde nimmer geprotesteerd tegen dit bedrag of een ander bedrag voorgesteld. Eiser mocht er dan ook op vertrouwen dat Gedaagde akkoord was met het uurtarief van €50,-. De rechter oordeelt dan ook dat Gedaagde de factuur verschuldigd is.

Datum: 21 december 2016
Rechtbank: Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummer: 5076030 AC EXPL 16-2102 WL/1132

Vonnis

inzake

1.  de vennootschap onder firma V.O.F. Eiser,

gevestigd te

2.  Eiser 2,

vennoot van eiseres sub 1, wonende te Eemnes

3.  Eiser 3,

Eiser B.V.,

vennoot van eiseres sub 1, gevestigd te, verder ook te noemen Eiser, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: Incassobureau IntoCash,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gedaagde accountants & adviseurs B.V.,

gevestigd te, verder ook te noemen Gedaagde, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, gemachtigde: mr. A.J. de Hamer.

1. De procedure

1.1.       Het verloop van de procedure blijkt uit:

-  de dagvaarding

-  de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie

-  de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

-  de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

-  de conclusie van dupliek in reconventie

1.2.       Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.         Van juli tot en met december 2015 is Eiser, in de persoon van De B, in opdracht van BvB (hierna: BvB) werkzaam geweest als salarisadministrateur. In deze periode heeft zij (onder meer) de salarisadministratie voor klanten van Gedaagde verzorgd.

2.2.         Op enig moment heeft Gedaagde besloten de salarisadministratie voor haar klanten per 1 januari 2016 in eigen beheer uit te gaan voeren. Deze overgang zou gedurende januari en februari 2016 worden begeleid door BvB. Op 30 november 2016 heeft BvB aan Gedaagde een offerte gestuurd, waarin onder meer het volgende is vermeld:

•                         Tijdelijke inhuur Sandra

o Sandra is een salarisadministrateur met operationele kennis van AFAS en van de Gedaagde klanten.
o De kennis van de Gedaagde klanten heeft zij opgedaan in de maanden juli tot en met december 2015.

•                         Wat is Sandra niet?

o Sandra weet veel van AFAS, maar ze is geen consultant. Inrichtingen behoren niet tot haar kennis niveau en mag niet van haar verwacht worden. [...]

•                         Kosten

o Het tarief voor deze dienstverlening is €50,00 per uur.

Deze offerte is namens Gedaagde getekend (hierna: de detacheringsovereenkomst).

2.3. Bij e-mail van 30 december 2015 schrijft BVB aan Gedaagde en Eiser:

"Vanaf 01-01-2016 zal BvB Groep geen gebruik meer maken van de diensten van Sandra.

In januari en uitloop naar februari zou Sandra echter nog werkzaamheden verrichten voor Gedaagde. De afspraak was 1 dag per week. Vandaag kwam de vraag van Mischa of Sandra meer beschikbaar is.

Het lijkt mij beter als Gedaagde vanaf 2016 rechtstreeks zaken gaat doen met Sandra, zowel voor de planning als voor de facturatie. Dan is BvB Groep geen partij meer.

Informatie:
-start 01-01-2016
-eind iom
-aantal uren iom
-tarief €50 ex BTW[...] "

2.4. Bij e-mail van 7 januari 2016 schrijft Ester K, salarisadministrateur bij Gedaagde:

"Hierbij een update over hoe we de aankomende tijd willen aanvliegen met jouw qua inzet en of dat jou ook schikt op deze dagen zodat wij hier tijdig op kunnen acteren. Lukt het jou om aanwezig te zijn op kantoor Amersfoort op maandagen 11 en 18 en op donderdagen 12,21 en 28 januari?

Maandag 11 januari zouden we meteen willen starten met het draaien van een volledige salarisrun van een aantal bedrijven zodat we de basis een beetje kunnen beheersen.

Donderdag 28 januari dan in ieder geval voor de Loonaangifte of eerder.

Zou jij de uren in een overeenkomst kunnen zetten voor jou en Gedaagde Accountant & Adviseurs? "

2.5.       Eiser heeft een overeenkomst van opdracht opgesteld, gedateerd 11 januari 2015 en aan Gedaagde ter hand gesteld. Deze overeenkomst vermeldt onder meer een uurtarief van € 50,00. Ondertekening van deze overeenkomst heeft niet plaatsgevonden.

2.6.       In januari 2016 heeft Eiser gedurende 42,75 uur werkzaamheden verricht ten kantore van Gedaagde. Zij heeft de werkzaamheden verricht op 4, 11, 14, 18, 19 en 20 januari.

2.7.       Bij factuur, gedateerd 31 januari 2016, heeft Eiser aan Gedaagde een bedrag van € 2.586,38 in rekening gebracht.

2.8.       Bij e-mail van 28 januari 2016 schrijft Martin van der Brug, partner bij Gedaagde:

"Ik zag een factuur van je binnenkomen a€ 50 per uur. Aantal uren heb ik nog niet laten checken. Echter de kwaliteit van de loonstroken welke jij produceerde waren matig. Bijtellingen vergeten, pensioen vergeten en ga zo maar door. Basiszaken. Dit afgezet tegen een uurtarief van € 50 lijkt mij niet gepast.

Ik ben dan ook voorhand niet van plan de factuur (nummer 2016-01) zomaar te betalen."

Bij e-mail van 29 januari 2016 reageert Eiser:

"De kwaliteit die ik bij Gedaagde Accountants heb geleverd is zeer zeker niet matig te noemen, te meer gezien de tijdsdruk die er was en de onervaren collega 's.

De bijtelling en het pensioen waar je het nu over hebt was bij één werkgever (Oude Avenhuis) welke ik zonder zelf te controleren bij jou voor controle had neergelegd. Zelf had ik deze controle nog niet uitgevoerd daar er die dag heel veel lonen uit moesten, en ik de enige op jullie kantoor was die hier mee bezig was.

Na constatering van de missende gegevens heb ik deze ook opgelost/aangepast.

Ik heb in de paar uur die ik bij Gedaagde accountants op kantoor heb gewerkt bijna alle lonen van januari verwerkt en tevens jullie salarisadministrateurs ingewerkt. Daarnaast heb ik nog samen met Maurice het e.e.a. in Af as moeten aanpassen, daar het pakket bij jullie nog helemaal niet op orde was (journalisering, tekstsjablonen etc.).

Het uurtarief van €50,-- is allereerst ruimschoots van tevoren gecommuniceerd, daarnaast is het een zeer redelijk tarief voor het voeren van de salarisadministratie dooer een zelfstandige en Gedaagde Accountants en ik zijn dit uurtarief gewoon overeengekomen. Ik zie geen enkele reden om nu van dit overeengekomen uurtarief af te wijken. "

2.9.         De factuur is onbetaald gebleven.

2.10.       Gedaagde heeft een derde, OP B.V., ingeschakeld om problemen met de loonadministratie verhelpen. In het bezoekverslag van 23 februari 2016 is onder meer het volgende opgenomen:

' Direct opgepakt: [...]

-               Opboeken vakantietoeslag is op een verkeerd looncomponent geboekt [...]

Bevindingen algemeen:

-              Aantal werkgevers: ongeveer 57 klanten voor payroll SA, de rest DGA 's, ongeveer 480 actieve medewerkers. [...]

-              Vanuit BvB omgeving is er overgezet naar één omgeving voor Gedaagde, een reeds bestaande omgeving met Financieel etc. Er staan bijna geen importdefinities in Profit, waaruit we kunnen opmaken dat de overzetting (grotendeels) handmatig is gebeurd. [...]

Bevindingen payroll:

-               Voor de verschillende werkgevers is nog geen inventarisatie gemaakt welke werkgever bij welk pensioenfonds is aangesloten of aangesloten moet zijn. Daarnaast moet Gedaagde, via deze werkgevers individueel een aansluiting aanvragen bij deze fondsen om als administratiekantoor aangifte te kunnen versturen via Profit. [...]

-               Leaseauto[1]s zijn niet goed ingericht, deels via wagenpark, deels via looncomponenten en deels helemaal niet [...]

-               Het is duidelijk dat de conversie niet goed heeft plaatsgevonden. Een snelle scan wijst al uit dat een aantal simpele zaken niet goed zijn ingericht. Indien zekerheid moet komen dat alles goed staat, dan zal per werkgever/cao de looninrichting doorgenomen moeten worden. [...]

-        Inrichting journaalstriictuur controleren voor alle cao3s (14 actieve cao 3s). Bij een steekproef is de constatering dan de WHK-premie inhouding bij de werknemer niet juistgejournaliseerdstaat: [...]

-        Niet van alle klanten zijn de WHK beschikkingen binnen. Deze zijn dus ook niet verwerkt en zeker ook niet gecontroleerd. Bij een aantal werkgevers is er aan de hand van de tabel wel een percentage opgegeven op basis van de tabel Sectorale premies. [...]

3. Het geschil in conventie en reconventie

3.1. Romada vordert in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Equity om aan Romada te voldoen 6 3.007,56 (bestaande uit € 2.586,38 aan hoofdsom, € 37,54 aan rente tot 19 april 2016 en € 383,64 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 19 april 2016 tot de voldoening en met veroordeling van Gedaagde in de proceskosten.

3.2.       Ter onderbouwing van die vordering stelt Eiser dat Gedaagde jegens Eiser toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst, door de factuur d.d. 31 januari 2016, ondanks sommaties, onbetaald te laten.

3.3.       Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering in conventie met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van Eiser in de proceskosten.

3.4.       Gedaagde vordert in reconventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Eiser om aan Gedaagde te voldoen € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 15 juni 2016 en met veroordeling van Eiser in de proceskosten.

3.5.       Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en reconventie

4.1.       Tussen de vorderingen in conventie en reconventie bestaat een zodanig samenhang dat zij zich lenen voor gezamenlijke behandeling.

4.2.       Tussen partijen staat vast dat geen schriftelijke overeenkomst tot stand gekomen is op basis waarvan Eiser haar werkzaamheden heeft verricht. Niet in geschil is dat Eiser werkzaamheden heeft verricht en door Gedaagde is ook erkend dat daaraan enige overeenkomst ten grondslag ligt. Uit de aard van die overeenkomst, op grond waarvan Eiser in opdracht van Gedaagde als salarisadministrateur werkzaam is geweest, volgt dat sprake is van een overeenkomst van opdracht. Afdeling 1 van titel 7 van boek 7 BW is dan ook op die overeenkomst van toepassing.

4.3.       Niet gebleken is dat partijen over de inhoud van de overeenkomst hebben onderhandeld. Schriftelijk is slechts vastgelegd op welke dagen Eiser aanwezig zou zijn voor het uitvoeren van de salarisadministratie. Door Gedaagde is ook niet betwist dat Eiser de 42,75 uur die zij in rekening heeft gebracht heeft gewerkt ten behoeve van Gedaagde, zodat Gedaagde daarover in beginsel loon verschuldigd is.

4.4.        Ten aanzien van het verschuldigde loon geldt dat in de door Gedaagde ondertekende detacheringsovereenkomst met BvB ten aanzien van Eiser heeft ingestemd met een uurtarief van € 50,00. In de door Eiser ter hand gestelde overeenkomst van opdracht is eveneens een uurtarief van € 50,00 opgenomen. Indien Gedaagde zich, anders dan enkele weken eerder in het kader van de voorgestelde detachering, per 1 januari 2016 niet in dit uurtarief kon vinden had het op haar weg gelegen om dit aan Eiser mede te delen. Onder de gegeven omstandigheden mocht Eiser er op vertrouwen dat Gedaagde, bij het uitblijven van een dergelijk protest, met het voorgestelde uurtarief akkoord was. Daarbij speelt mee dat de overeenkomst op korte termijn tot stand moest komen, aangezien BvB Groep zich pas daags voor aanvang van de detachering terugtrok. Dat Gedaagde niet heeft gereageerd op de schriftelijke overeenkomst van opdracht moet dan ook voor haar rekening blijven.

4.5.         Uit het voorgaande volgt dat tussen partijen een uurtarief van € 50,00 geldt. Gedaagde is in beginsel de door Eiser verzonden factuur verschuldigd. Gedaagde heeft zich echter op het standpunt gesteld dat zij de overeengekomen werkzaamheden niet correct heeft uitgevoerd, zodat Gedaagde niet is gehouden tot betaling. Daarnaast, zo begrijpt de kantonrechter, wenst Gedaagde over te gaan tot verrekening van enige betalingsverplichting met de schade die Gedaagde als gevolg van de niet nakoming door Eiser heeft geleden.

4.6.         De kantonrechter merkt allereerst op dat Gedaagde bekend was met de expertise van Eiser. In de detacheringsovereenkomst staat immers expliciet vermeld dat De B geen consultant is en inrichtingen van de Afas-software niet tot haar kennisniveau gerekend kunnen worden. Dit moet worden afgezet tegen de bevindingen van Optimo Payroll, waaruit zonder meer blijkt dat er van alles schort aan de inrichting van de Afas software bij Gedaagde. De omstandigheid dat de conversie niet goed heeft plaatsgevonden en de inrichting van de software nog niet op orde was, zijn omstandigheden die in het onderhavige geval voor rekening van Gedaagde moeten blijven. De vermeende tekortkomingen van Eiser moeten dan ook in dit licht worden bezien.

4.7.         Voor zover Gedaagde zich op het standpunt stelt dat zij niet tot betaling gehouden is in verband met de kwaliteit van het geleverde werk, begrijpt de kantonrechter dat Gedaagde zich hiermee beroept op een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van Eiser. Dat beroep stuit echter af op de omstandigheid dat niet is gebleken dat Eiser in verzuim is komen te verkeren, noch dat haar de gelegenheid tot herstel is geboden. Daarbij is van belang dat Eiser onweersproken heeft gesteld dat zij de door haar opgestelde loonstroken ter controle aan Van den Burg heeft overhandigd, zodat Gedaagde tijdig in de gelegenheid was de gebreken daarin te constateren en Eiser de gelegenheid tot herstel te bieden. Gedaagde heeft echter pas op 28 januari 2016 geklaagd, dat wil zeggen na het einde van de overeenkomst, en dan nog slechts in algemene bewoordingen.

4.8.        Nu niet is gebleken dat Eiser in verzuim is komen te verkeren, bestaat er evenmin een grondslag voor de vergoeding van de door Gedaagde geleden schade. De vorderingen in conventie zullen dan ook worden toegewezen. De vorderingen in reconventie worden afgewezen.

4.9. Eiser maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim aan de zijde van Gedaagde na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

4.10.     Gedaagde zal als de in conventie en reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eiser in conventie worden begroot op:

- dagvaarding              €                      77,75 -griffierecht € 471,00

- salaris gemachtigde €___ __ 350.00 (2 punten x tarief € 175,00)

Totaal                          €                       898,75

De kosten aan de zijde van Eiser in reconventie worden begroot op € 250,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x tarief € 250,00)

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.                 veroordeelt Gedaagde om aan Eiser tegen bewijs van kwijting te betalen € 3.007,56 met de wettelijke handelsrente over € 2.586,38 vanaf 19 april 2016 tot de dag der algehele voldoening;

5.2.                 veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Eiser, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 898,75, waarin begrepen € 350,00 aan salaris gemachtigde;

5.3.                 veroordeelt Gedaagde, onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Eiser volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

-            € 90,00 aan salaris gemachtigde;

-            te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

5.4.                verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.                wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie:

5.6.                wijst de vordering af;

5.7.                 veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Eiser, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 250,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Loots, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 21 december 2016.