Eiser mocht erop vertrouwen dat gedaagde de koper was

De eiser heeft aan de gedaagde partij kleding verkocht. De facturen zijn niet allemaal voldaan. De eiser vordert in de procedure dan ook een bedrag van €6.314,24 bestaande uit de openstaande facturen, rente en kosten. Gedaagde is het niet eens met de vordering. Volgens haar is er zaken gedaan met C en niet met haar. C had volgens haar dan ook gedagvaard moeten worden. De rechter kijkt naar wat er tussen partijen is verklaard en wat zij over en weer van elkaar mochten verwachten. De rechter ziet dat de nota's zijn verzonden naar het adres van Gedaagde. Gedaagde heeft vervolgens enkele nota's voldaan en heeft toentertijd nooit aangegeven dat de bestelde kleding op naam van C gefactureerd moest worden. Gezien deze omstandigheden beslist de rechter dat de eiser erop mocht vertrouwen dat het de gedaagde partij was die de kleding kocht.

Datum: 15 juni 2016
Rechtbank: Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummer: 4727988 \ CV EXPL 16-240 KB

Vonnis

in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiser B.V..

gevestigd te, eiseres

verder te noemen: Eiseres gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gedaagde B.V.

gevestigd te, gedaagde

verder te noemen: Gedaagde verschenen bij C.A. Pennings, gemachtigde.

1.    Het procesverloop

1.1.    Eiseres heeft bij dagvaarding van 28 december 2015 een vordering tegen Gedaagde ingesteld. Gedaagde heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.   Op 17 mei 2016 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Na de zitting hebben Eiseres en Gedaagde bij akten van respectievelijk 23 en 24 mei 2016 nog stukken toegezonden.

2.  De feiten

2.1.  Eiseres heeft aan Gedaagde diverse kleding verkocht en geleverd.

2.2.  De facturen, die door Eiseres zijn verzonden, zijn gestuurd naar Gedaagde.

2.3.  De facturen met de nummers 1402623 ad € 942.29 en 1500050 ad € 195,66 zijn reeds voldaan en in mindering gebracht op de vordering.

3.  De vordering

3. 1. Eiseres vordert dat de kantonrechter Gedaagde veroordeelt tot betaling van € 6.314.24. Dit bedrag bestaat uit een hoofdsom van € 5.111,09 (€ 6.249,04 minus € 1-1-57,95), een bedrag aan rente van € 687.45 en een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van € 515,70.

3.2. Eiseres legt aan de vordering ten grondslag — kort weergegeven — dat zij in opdracht van Gedaagde kleding heeft geleverd. Daarvoor heeft zij aan Gedaagde facturen verzonden. Gedaagde heeft deze ontvangen en zonder protest behouden. Eiseres heeft getracht de vordering zelf te incasseren, onder meer door het zenden van herhaalde aanmaningen, echter zonder resultaat.

3.3. Eiseres heeft eerst zaken gedaan met C en vervolgens, na mededeling van mw. Y. van den B (enig aandeelhouder en bestuurder van Gedaagde) in augustus 2013, met Gedaagde.

4. Het verweer

4.1.    Gedaagde betwist de vordering. Zij voert aan - samengevat - dat niet Gedaagde maar C gedagvaard had moeten worden. Alle goederen waarvan betaling wordt geëist, zijn besteld door C onder de naam Gedaagde. Gedaagde was destijds met C overeengekomen de winkel Makado Centrum 40, genaamd Gedaagde, van C over te nemen. Tevens waren Gedaagde en C overeengekomen dat Gedaagde alle binnenkomende goederen vanaf het moment van overname (15 september 2014) zou betalen. Uiteindelijk is de overname teruggedraaid.

4.2.    De oprichtingsdatum van Gedaagde is 12 september 2013. Door Eiseres wordt de openstaande factuur d.d. 27 augustus 2013, factuurnummer 1303418 van Gedaagde gevorderd. Gedaagde was toen nog niet opgericht dus kan Gedaagde deze niet verschuldigd zijn.

4.3.     De winkel Makado Centrum 40 te Schagen is op 15 september 2014 overgenomen door C De nota s van vóór deze datum hebben sowieso geen betrekking op Gedaagde.   " '"

5. De beoordeling

5.1.  Gedaagde heeft zich verweerd met de stelling dat niet zij maar C de kleding bij Eiseres heeft besteld. Gedaagde is daarom geen contractspartij van Eiseres.

5.2.  De kantonrechter overweegt als volgt. Bij de beantwoording van de vraag of tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, is van belang wat partijen tegen elkaar hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. De kantonrechter neemt daarbij het volgende in aanmerking. Als onvoldoende gemotiveerd betwist is komen vast te staan dat mw. Y. van den B rond augustus 2013 heeft verklaard aan Eiseres dat vanaf die tijd de bestelde kleding op naam van Gedaagde gefactureerd moest worden omdat de bedrijfsnaam (tot dan toe C) was gewijzigd. Uit het uittreksel van Kamer van Koophandel blijkt dat op 12 september 2013 Gedaagde is opgericht met als enig aandeelhouder Y.A.M. van den B. hodn Gedaagde. De nota's zijn verzonden naar het adres van Gedaagde Voorts zijn de nota's (genoemd onder 2.3.). zoals ter zitting door de gemachtigde van Gedaagde aangegeven, allebei door Gedaagde betaald. Gelet op voornoemde omstandigheden mocht Eiseres erop vertrouwen dat Gedaagde vanaf 12 september 2013 als kopende partij optrad.

5.3. Het voorgaande brengt mee dat de vordering - die inhoudelijk niet is betwist - voor toewijzing gereed ligt, behoudens voor wat betreft het bedrag van € 696,72 op de factuur van 27 augustus 201 j met nummer 1303418. Immers deze factuur is van vóór de oprichting van Gedaagde Dit bedrag zal dan ook worden afgewezen.

5.4. Eiseres maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. De kantonrechter zal de buitengerechtelijke kosten toewijzen tot het wettelijke tarief dat hoort bij het aan hoofdsom toegewezen bedrag van € 566,44.

5.5.  Eiseres vordert tevens wettelijke handelsrente. Deze zal worden toegewezen over onderstaand bedrag.

5.6.  De proceskosten komen voor rekening van Gedaagde, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Gedaagde ook veroordeeld tot betaling van € 100,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiseres worden gemaakt.

6. De beslissing

De kantonrechter:

6.1. veroordeelt Gedaagde, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, tot betaling

aan Eiseres van € 4.980,81 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over

€ 4.414,37 vanaf de verschuldigdheid van de desbetreffende facturen tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2. veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Eiseres tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 77,84

griffierecht  € 471,00

salaris gemachtigde €  400,00

en veroordeelt Gedaagde tot betaling van € 100,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiseres worden gemaakt;

6.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4. wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.