Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst met terme de grace

Verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en de betaling van de huurachterstand. Hier komen ook de rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten bij. De huur over de maanden mei tot en met juli is namelijk niet betaald. Dit erkent de huurder ook. Hij stelt dat het redelijk zou zijn als er een klein bedrag in mindering zou worden gebracht omdat hij klusjes heeft verricht. Verder zou hij genoeg inkomen hebben om de huurachterstand te betalen en wil in het gehuurde blijven wonen. De verhuurder betwist gemotiveerd dat deze klusjes correct zijn uitgevoerd, waardoor de kantonrechter van mening is dat er geen vermindering gehonoreerd kan worden. De vordering tot betaling van de achterstallige huur wordt dan ook toegewezen. De rechter ziet aanleiding om aan Huurder een 'terme de grace' te verlenen. Dit, omdat hij heeft aangegeven thans weer over werk beschikken en in staat zou zijn de achterstand te betalen. Daarnaast betaalt hij de lopende huur. De kantonrechter stelt daarom de huurder in de gelegenheid om binnen vier weken na betekening van het vonnis alsnog aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Doet hij dit niet, dan zal de huurovereenkomst zijn ontbonden en dient de woning binnen twee weken te worden ontruimd. De huurder wordt ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Datum: 5 november 2014
Rechtbank: Noord-Nederland
Zaaknummer: 3268961 \ CV EXPL 14-6410

vonnis

in de zaak van

Verhuurder, wonende te, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen

Huurder, wonende te, gedaagde partij

procederende in persoon.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 17 juli 2014 met producties; de conclusie van antwoord van 30 juli 2014; de nadere toelichtingen van partijen.

De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties:

1. Verhuurder verhuurt de woning staande en gelegen te. De huur dient bij vooruitbetaling te worden voldaan.

2. Eind maart 2014 hebben partijen met elkaar afgesproken dat Huurder de huur van maart zou betalen en het gehuurde per 1 juni 2014 zou verlaten. Huurder zou voorts een proefklus doen, waarna zou worden bekeken of hij meer klussen mocht verrichten. De klussen zouden dan (deels) worden verrekend met de huur van april en mei 2014.

3. Op 31 maart 2014 heeft Huurder de huur van maart betaald. Toen Verhuurder op 27 april 2014 bij het gehuurde de 'proefklus' kwam opnemen, bleek dat Huurder daar nog nauwelijks wat aan had gedaan. Ook bij vervolg bezoeken op 9 en 18 mei 2014 was de 'proefklus' niet af. Verhuurder heeft vervolgens aangegeven dat Huurder vanwege het niet nakomen van de afspraken, de huurachterstand moest betalen en dat van enige coulance geen sprake meer was.

zaak-/rolnummer: 3268961 \ CV EXPL 14-6410 datum uitspraak: 5 november 2014

4.  Huurder heeft op 23 mei 2014 de huur van april 2014 voldaan.

5.  De huur van de maanden mei tot en met juli 2014 is tot op heden, ondanks sommaties, niet betaald.

De vordering en het verweer

6.  Verhuurder vordert de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde, de betaling van de huurachterstand van een bedrag van € 1.800,00, van € 600,00 per maand vanaf 1 augustus 2014 tot aan de ontruiming en van 6 263,54 aan buitengerechtelijke kosten, Verhuurder vordert daarnaast rente, berekend op € 4,79 aan vervallen rente tot 2 juli 2014, en de veroordeling van Huurder in de proceskosten, waaronder de nakosten.

7.  Verhuurder stelt dat Huurder, ondanks sommaties, de huur over de maanden mei tot en met juli 2014 niet heeft betaald, Verhuurder heeft haar vordering uit handen gegeven. Huurder moet Verhuurder daarom rente en de buitengerechtelijke kosten betalen. De huur van augustus, september en oktober 2014 is wel betaald.

8.  Huurder erkent dat de huur van de maanden mei tot en met juli 2014 niet is betaald. Hij stelt echter dat het redelijk zou zijn als er € 160,00 op in mindering zou worden gebracht omdat hij wel wat klusjes heeft verricht. Hij heeft genoeg inkomen om de achterstand te betalen en wil in het gehuurde blijven wonen.

De beoordeling

9.Vaststaat dat Huurder berekend tot en met oktober 2014 een huurachterstand heeft groot € 1.800,00. De kantonrechter begrijpt het verweer van Huurder aldus dat hij onder meer een beroep doet op verrekening met een bedrag groot € 160,00 in verband met door hem verrichtte klusjes, Verhuurder betwist uitgebreid gemotiveerd dat aanspraak op verrekening gemaakt kan worden. Hij erkent dat er een afspraak over het verrichten van klusjes was, maar stelt tevens dat hij medio mei 2014 de afspraak die met Huurder was gemaakt, heeft ontbonden omdat Huurder die afspraak niet correct was nagekomen. Dat is niet deugdelijk gemotiveerd weersproken door Huurder. Nu het beroep op verrekening gemotiveerd is betwist, is de gegrondheid van dit verweer van Huurder niet op eenvoudige wijze vast te stellen. Dat verweer vergt een nadere toelichting en bewijslevering. Daarvoor is in deze procedure geen plaats. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat het beroep op verrekening niet gehonoreerd kan worden (artikel 6:136 BW). De vordering tot betaling van het bedrag ad € 1.800,00, met rente, zal dan ook worden toegewezen.

10.  Huurder dient eveneens de buitengerechtelijke kosten te voldoen. Gelet op de overgelegde brieven (welke niet zijn betwist) is komen vast te staan dat de gemachtigde van Verhuurder handelingen heeft verricht op grond waarvan aanspraak gemaakt kan worden op vergoeding van die kosten.

11.  De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst. De kantonrechter begrijpt de mededeling van Huurder, dat hij graag in de woning wil blijven wonen en weer genoeg inkomen heeft om de achterstand te betalen, aldus dat hij verzoekt om aan hem een zogenoemde 'terme de grace' te verlenen.

12.  De kantonrechter ziet aanleiding om aan Huurder een 'terme de grace' te verlenen. Dit, omdat hij heeft aangegeven thans weer over werk beschikken én in staat is de achterstand te betalen. Daarnaast betaalt hij de lopende huur. De kantonrechter zal Huurder in de gelegenheid stellen om binnen vier weken na betekening van dit vonnis alsnog volledig aan zijn financiële verplichtingen jegens Verhuurder te voldoen. Hieronder vallen de in het dictum genoemde huurachterstand, de wettelijke rente, de lopende huurtermijnen, de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten.

13.  De kantonrechter zal bepalen dat Huurder, indien hij zijn financiële verplichtingen niet binnen voormelde termijn van vier weken is nagekomen, de woning binnen twee weken nadien dient te ontruimen.

14. Huurder wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van Verhuurder dragen.

De beslissing

De kantonrechter:

I  veroordeelt Huurder om aan Verhuurder te betalen € 2.068,33 wegens niet betaalde huur over mei tot en met juli 2014, vervallen rente en buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.800,00 vanaf 2 juli 2014 tot de dag van volledige betaling;

II veroordeelt Huurder tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van Verhuurder begroot op € 93,80 aan dagvaardingskosten, € 219,00 aan vast recht en

€ 300,00 aan salaris gemachtigde;

III indien Huurder niet binnen vier weken na betekening van dit vonnis de hiervoor onder I en IIgenoemde bedragen en de vanaf 1 november 2014 verschuldigde huurtermijnen heeft voldaan:

1.   ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan Wezel 5 te Koekange;

2.   veroordeelt Huurder om binnen zes weken na betekening van dit vonnis de woning met alles en iedereen te verlaten en te ontruimen en de sleutels af te geven aan Verhuurder;

3. veroordeelt Huurder tot betaling van het huurbedrag waarop Verhuurder bij nakoming van de huurovereenkomst aanspraak zou kunnen hebben maken, voor iedere maand dat Prins de woning vanaf 1 november 2014 tot aan de ontruiming in gebruik heeft, alsmede € 75,00 aan nakosten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.M.A.M. Kager en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2014.