Vervangen van het slot komt voor rekening van de huurder

De huurder heeft een maand huur niet betaald. Ondanks alle verzoeken van de verhuurder wilt hij dit maar niet betalen. Als reden geeft hij dat hij kosten heeft gemaakt voor het vervangen van een slot van de deur. Deze kosten zouden volgens de huurder precies even veel zijn als een maand huur, dus hij verrekend dit met elkaar. Volgens de huurder valt het vervangen van een slot onder groot onderhoud, wat voor rekening van de verhuurder dient te komen.

De rechter legt de huurder uit dat het zo niet in elkaar steekt. Het vervangen van een slot is een kleine herstelling dat voor rekening van de huurder komt. Artikel 1 van het Besluit kleine herstellingen geeft aan dat als kleine herstellingen onder meer moeten worden aangemerkt het, zonder dat er noemenswaardige kosten zijn verbonden, vervangen en vernieuwen van bestanddelen en onderdelen van de woonruimte, die gemakkelijk zijn te vervangen en zich binnen het woonruimtegedeelte van het gehuurde bevinden. Als voorbeelden worden daarbij genoemd deurknoppen en sloten en sleutels van binnen- en buitensloten. Het slot dat vervangen is betreft een slot dat zich naar het oordeel van de kantonrechter binnen het woonruimtegedeelte bevindt. Het is immers geen buitendeur maar een binnendeur en Gedaagde heeft blijkens de huurovereenkomst recht op gebruik van de overloop om naar toilet en douche te komen.

De gedaagde stelt dat er een dure slotenmaker is binnengeweest, maar dit acht de rechter onwaarschijnlijk. De huurder heeft namelijk zelf een bonnetje overlegt waaruit blijkt dat hij zelf een slot heeft gekocht en ook schroevendraaiers. Hieruit volgt dat hij het slot zelf heeft vervangen en zonder noemenswaardige kosten. Deze kosten moet de huurder zelf betalen en hij had dan ook geen rechtsgeldige reden om de huur onbetaald te laten. Hier wordt hij dan ook in veroordeeld, net als in alle kosten van de procedure.

Datum: 19 december 2018
Rechtbank: Rechtbank Alkmaar
Zaaknummer: 6971607/ CV EXPL 18-3819

Vonnis

in de zaak van

Eiser 1 en Eiser 2

verder te noemen: Eiser c.s.

gemachtigde: IntoCash te Rotterdam

tegen

Gedaagde

verder te noemen: Gedaagde

gemachtigde: mr. R. Kiewitt te Alkmaar

1. Het procesverloop

1.1. Eiser c.s. hebben bij dagvaarding van 5 juni 2018 een vordering tegen Gedaagde ingesteld. Gedaagde heeft mondeling geantwoord.

1.2. Eiser c.s. hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna Gedaagde een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2. De vordering

2.1. Eiser c.s. vorderen dat de kantonrechter Gedaagde veroordeelt tot betaling van 225,00.

2.2. Eiser c.s. leggen aan de vordering ten grondslag — kort weergegeven — dat tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen betreffende de linkerkamer op de tweede verdieping in het pand. Gedaagde is in gebreke met volledige betaling van de verschuldigde huur over de maand december 2017. Gedaagde heeft een bedrag van 175,00 onbetaald gelaten. Eiser c.s. vorderen voorts buitengerechtelijke incassokosten tot een bedrag van € 48,40 en vervallen rente tot een bedrag van € 1,60.

3. Het verweer

3.1. Gedaagde betwist de vordering (gedeeltelijk). Hij voert aan — samengevat dat hij voor een bedrag van € 175,00 kosten heeft gemaakt voor het vervangen van een slot van de toegangsdeur van het gehuurde. Gedaagde heeft een slotenmaker moeten inschakelen nadat hij heeft geconstateerd dat het slot niet meer werkte. De daarmee gepaard gaande kosten heeft

Gedaagde verrekend met de huur van december 2017 omdat het hier groot onderhoud betreft hetgeen voor rekening van de verhuurder komt.

4. De beoordeling

4.1. Eiser c.s. hebben de stellingen van Gedaagde weersproken, stellende dat de met het vervangen van het slot gepaard gaande kosten voor rekening van Gedaagde dienen te blijven. Het is immers aan Gedaagde om het hang en sluitwerk van het gehuurde te onderhouden,

waaronder het oliën en smeren van de beweegbare delen. Gedaagde heeft excessieve kracht toegepast op de sleutel en het slot waardoor een deel van de sleutel is afgebroken. Ter onderbouwing van deze stelling hebben Eiser c.s. een foto overgelegd van het bewuste slot met de bijbehorende deels afgebroken sleutel. Eiser c.s. betwisten voorts de hoogte van de gestelde kosten van herstel. Door Gedaagde is slechts één bon ingeleverd. Uit deze bon van Karwei blijkt dat een slot is gekocht voor een bedrag van C 24,29 en drie schroevendraaiers voor een bedrag van totaal E 16,27. Nu voorts het slot maar E 24,29 kost is sprake van klein onderhoud, hetgeen voor rekening van Gedaagde dien te komen.

4.2. Gedaagde heeft volhard in zijn stelling dat het slot kapot is gegaan, dat hij daarin geen rol heeft gespeeld en dat hij snel diende te handelen. De deur kon immers niet open blijven omdat anders andere bewoners van het pand in zijn niet afgesloten kamer konden komen. Gedaagde stelt voorts nog dat hij de slotenmaker die hem destijds heeft geholpen niet meer kan vinden en dat betaling van deze slotenmaker heeft plaatsgevonden buiten de boeken om.

4.3. Het door Gedaagde gevoerde verweer zal als zijnde onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd. Eiser c.s. hebben immers de stellingen van Gedaagde gemotiveerd weersproken. Gedaagde is hier in het geheel niet op in gegaan. Hij heeft slechts volhard in zijn ontkenning dat hij de sleutel heeft afgebroken zonder relevante informatie in het geding te brengen omtrent het door hem gevoerde onderhoud van het slot en/of de gebeurtenissen die hebben geleid tot het afbreken van de sleutel.

4.4. Bovendien bepaalt de bijlage bij artikel 1 van het Besluit kleine herstellingen dat als kleine herstellingen onder meer moeten worden aangemerkt het, zonder dat er noemenswaardige kosten zijn verbonden, vervangen en vernieuwen van bestanddelen en onderdelen van de woonruimte, die gemakkelijk zijn te vervangen en zich binnen het woonruimtegedeelte van het gehuurde bevinden. Als voorbeelden worden daarbij genoemd deurknoppen en sloten en sleutels van binnen- en buitensloten. Het slot dat vervangen is betreft een slot dat zich naar het oordeel van de kantonrechter binnen het woonruimtegedeelte bevindt. Het is immers geen buitendeur maar een binnendeur en Gedaagde heeft blijkens de huurovereenkomst recht op gebruik van de overloop om naar toilet en douche te komen. De kantonrechter acht het voorts onwaarschijnlijk dat er een slotenmaker is langs geweest omdat uit het overgelegde bonnetje blijkt dat Gedaagde zelf een slot heeft gekocht en ook schroevendraaiers. Hieruit volgt dat hij het slot zelf heeft vervangen en wel zonder noemenswaardige kosten, namelijk E 24,29 voor een nieuw slot. Deze kosten dienen, zoals overwogen, voor rekening van Gedaagde te blijven. Gedaagde heeft derhalve ten onrechte een bedrag van E 175,00 ingehouden op de verschuldigde huur van december 2017.

4.5. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Eiser c.s. zal toewijzen behoudens de gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten, omdat niet is gesteld of gebleken dat deze kosten daadwerkelijk zijn betaald.

4.6. De proceskosten komen voor rekening van Gedaagde, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Gedaagde ook veroordeeld tot betaling van € 15,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiser c.s. worden gemaakt.

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1. veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser c.s. van 225,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 175,00 vanaf 16 mei 2018 tot aan de dag van de gehele betaling;

5.2. veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Eiser c.s. tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 101,89

griffierecht € 79,00

salaris gemachtigde € 60,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over deze proceskosten vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

veroordeelt Gedaagde tot betaling van € 15,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiser c.s. worden gemaakt;

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4. wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is:gewezen door mr. W.A. Swildens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.