Aangeleverde hoeveelheid leads juist gefactureerd

In deze procedure vordert de eiser betaling van een gevoerde advertentiecampagne op het internet. Gedaagden hebben de vordering betwist. Buiten verschillende aanmerkingen op de kwaliteit van de dienstverlening, menen de gedaagden dat zij een tegenvordering op de eiser hebben. Omdat het door vaktermen allemaal erg onduidelijk is voor de kantonrechter, heeft de kantonrechter een comparitie van partijen gelast. Er wordt hierbij van de eiser verlangd dat hij in duidelijke taal uitlegd welke diensten er zijn verricht. Deze toelichting hebben de Gedaagden bij de comparitie niet weersproken, zodat de rechter ervan uit gaat dat deze klopt. In vervolg op de toelichting ziet de rechter niet waarom er onjuist gefactureerd zou zijn. Dat verweer wordt dan ook verworpen en de vordering van de eiser wordt toegewezen.

Datum: 8 april 2010
Rechtbank: Zwolle, sector kanton, locatie Deventer
Zaaknummer: 458255 CV EXPL 09-2253

Vonnis

in de zaak van:

de heer Eiser, tevens h.o.d.n. Eiser, wonend en zaakdoende te, eisende partij,

gemachtigde mr. E.C. Y. Cheung, werkzaam ten kantore van IntoCash te Rotterdam,

tegen

de vennootschap onder firma Gedaagde sub 1, gevestigd en kantoorhoudende te,

de heer Gedaagde sub 2, vennoot van gedaagde sub 1,

mevrouw Gedaagde sub 3, vennoot van gedaagde sub 1, beiden wonende te, gedaagde partij,

schriftelijk procederend bij gedaagde sub 2.

De procedure en het geschil

Verwezen wordt naar het tussenvonnis van 24 december 2009. Daarin werd een comparitie van partijen gelast. Die comparitie van partijen is niet doorgegaan omdat gedaagde bij brief van 14 januari 2010 heeft meegedeeld daaraan geen behoefte te hebben. Vervolgens hebben beide partijen nog geconcludeerd. En is tenslotte vonnis bepaald op heden.

De beoordeling

Bij akte na de niet gehouden comparitie heeft Eiser een uitvoerige toelichting gegeven op de aard en wijze van uitvoering van de contractuele relatie tussen partijen. Die toelichting hebben Gedaagden c.s. bij antwoord akte van 10 maart 2010 niet weersproken, zodat van de juistheid daarvan zal worden uitgegaan.

Blijkens de toelichting van Eiser heeft zij conform de overeenkomst tussen partijen Gedaagden c.s. steeds gefactureerd naar aanleiding van door Gedaagden c.s. zelf aan haar opgegeven "kliks" of "leads". Om die reden komt haar het verweer van Gedaagden c.s. dat voor een te groot aantal "kliks" of "leads" zou zijn gefactureerd niet geloofwaardig voor en is, zo al juist, een gevolg van onjuiste gegevens die door Gedaagden c.s. zelf zijn aangeleverd, althans zo heeft de kantonrechter dat betoog van Eiser begrepen. In hun reactie bij antwoordakte hebben Gedaagden c.s. tegenover deze weerlegging van dit verweer geen aannemelijke verklaring kunnen geven. Dat verweer wordt dan ook verworpen.

Het verweer van Gedaagden c.s. betreffende verrekening van een tegenvordering wordt ook gepasseerd. Immers, Gedaagden c.s. hebben geen vordering in reconventie ingesteld, zodat hun eventuele tegenvordering in het kader van deze procedure niet kan worden beoordeeld. Verrekening is slechts mogelijk indien de tegenvordering vast staat (bijvoorbeeld erkend is) of, als deze wordt betwist, eenvoudig is vast te stellen, hetgeen gezien het gevoerde verweer daartegen niet aan de orde. Daarnaast heeft Eiser terecht (en onweersproken!) aangevoerd, dat, zoal een tegenvordering tot het bij dupliek genoemde bedrag van € 682,45 zou bestaan, dat bedrag al meer dan volledig is gecompenseerd door de beperking van de onderhavige vordering vanwege de competentiegrens van de sector kanton.

Ook de weerlegging van hun verweer inzake de facturering na het staken van campagnes hebben Gedaagden c.s. in hun antwoordakte niet meer besproken, laat staan weersproken. Die weerlegging (zij heeft dadelijk na melding de campagnes gestaakt, en bovendien hebben Gedaagden c.s. na die melding ook geen "kliks" of "leads" meer opgegeven zodat die ook niet meer zijn gefactureerd) komt de kantonrechter voorshands alleszins aannemelijk voor, zodat ook dit verweer van Gedaagden  wordt verworpen.

De vordering van Eiser is dan ook toewijsbaar. Dat geldt ook voor de gevorderde vertragingsrente die, overigens niet afzonderlijk betwist, ook ambtshalve niet ongegrond voorkomt.

Gedaagden c.s. worden, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagden c.s. tegen bewijs van kwijting aan Eiser te betalen een bedrag van € 5.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagden c.s. in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Eiser begroot op:
€ 500,00 voor salaris gemachtigde
€ 72,25 voor explootkosten
€ 208,00 voor vastrecht;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare ^terechtzitting van 8 april 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tussenvonnis

datum : 24 december 2009

Vonnis in de zaak van:

de heer EISER, tevens h.o.d.n. Eiser, wonend en zaakdoende te, eisende partij,

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam ten kantore van IntoCash te Rotterdam,

tegen

de vennootschap onder firma Gedaagde sub 1, gevestigd en kantoorhoudende te ,

de heer Gedaagde sub 2, vennoot van gedaagde sub 1,

mevrouw Gedaagde sub 3, vennoot van gedaagde sub 1, beiden wonende te, gedaagde partij,

schriftelijk procederend bij gedaagde sub 2.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

de dagvaarding

het antwoord van de gedaagde partij de nadere toelichting van partijen.

Het geschil

Eiser vordert betaling van vergoedingen op grond van een overeenkomst van dienstverlening. Gedaagden (hierna gezamenlijk aan te duiden met: Gedaagden) hebben de vordering betwist.

De beoordeling

Eiser baseert zijn vordering op een overeenkomst met Gedaagden inzake het in opdrachten voor rekening van Gedaagden voeren van advertentiecampagnes op het internet. Eiser vordert op basis van een oorspronkelijke hoofdsom van € 6.435,06, te vermeerderen met rente en kosten, € 5.000 wegens de bevoegdheidsgrens van de sector kanton. Bij repliek heeft hij onherroepelijk afstand gedaan van zijn aanspraak op het meerdere.

Gedaagden hebben tot hun verweer aangevoerd dat zij nog een tegenvordering op eiser hebben wegens "verdiensten welke wij met onze webmasteraccount hebben gehaald via de site X welke in het bezit van Eiser is” welke tegenvordering ten gunste van hen moet worden verrekend. Voorts hebben Gedaagden aanmerkingen op de kwaliteit van de dienstverlening door eiser, met als gevolg dat zij schade hebben geleden.

Partijen hebben zich in hun processtukken in een zo vergaande mate bediend van vaktermen op een gebied waarin de kantonrechter absoluut niet thuis is, dat hun debat voor de kantonrechter grotendeels onbegrijpelijk is. Zo zouden volgens de dagvaarding en de daarbij overgelegde overeenkomst tussen partijen Gedaagden moeten worden aangeduid met "De adverteerder", maar blijkt die term bij repliek (alinea 5) opeens weggelegd voor een ander, aangeduid met de naam Y, zonder dat die ander met maar zelfs de geringste toelichting is geïntroduceerd. De overgelegde "Advertentieovereenkomst" heeft blijkens de tekst meer het karakter van algemene voorwaarden. Dat stuk is niet ondertekend en daarin is niet concreet omschreven welke diensten eiser in opdracht en voor rekening van Gedaagden dient te verrichten, en ook niet tegen welke prijs. Voor de kantonrechter is het voorts een compleet raadsel op welke (technische) wijze tarieven worden berekend (wat zijn "leads"?) die later in facturen van eiser aan Gedaagden. worden omgezet. De positie van de meermalen genoemde site "X", die een rol lijkt te spelen in het kader van de door Gedaagden geclaimde tegenvordering, is ook al even duister.

De kantonrechter zal ter opheldering van deze en ongetwijfeld nog andere vragen en onduidelijkheden een comparitie van partijen gelasten, waarbij ook gepoogd zal worden de kwestie in der minne te schikken.

Van eiser wordt verlangd dat hij tenminste een week voor de datum van de comparitie in voor een totale leek als de kantonrechter begrijpelijke taal uitlegt welke diensten hij in het kader van de overeenkomst tussen partijen in opdracht en voor rekening van gedaagden heeft verricht en hoe de berekening van de daarvoor verschuldigde vergoeding in elkaar steekt. Een deugdelijke toelichting in dit verband kan de duur van de comparitie van partijen belangrijk bekorten en de efficiëntie daarvan sterk vergroten.

Totdat het resultaat van de comparitie bekend is wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:

nodigt partijen uit om in persoon (Gedaagden vertegenwoordigd door iemand die inhoudelijk goed op de hoogte is en gemachtigd is een schikking te treffen) te verschijnen voor de kantonrechter voor het verstrekken van nadere inlichtingen en wel op een nader, in overleg met partijen, vast te stellen datum, tijdstip en plaats;
 
Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 24 december 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.