Aanneming van werk: ook bij minderwerk volle overeengekomen prijs verschuldigd

X, een vaste zakelijke relatie van de gedaagde, heeft in de eerste helft van 2011 de gedaagde opdracht gegeven tot het verrichten van werkzaamheden in een school. Op de laatste factuur heeft de gedaagde een groot gedeelte onbetaald gelaten. De gedaagde verklaart bezwaar gemaakt te hebben op de factuur, omdat X een fout heeft gemaakt bij het meten. Hij heeft namelijk geen 900 maar 800 m2 nieuwe dakbedekking verzorgt. Dit is echter geen argument om de overeengekomen prijs niet te betalen. Er is hier sprake van minderwerk: er is 100 m2 minder dakbedekking gelegd. In de titel Aanneming van werk in het Burgerlijk Wetboek wordt, in art. 7: 755, wél gesproken over meerwerk, maar niet over minderwerk. De rechter oordeelt dat de gevolgen van deze fout niet op het bordje van de eiser mogen komen.

Datum: 29 augustus 2012
Rechtbank: Breda, Sector Kanton, Locatie Breda
Zaaknummer: 718979 CV 12-3780

Vonnis

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EISERES, statutair gevestigd en kantoorhoudende te, eiseres,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, advocaat te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEDAAGDE, statutair gevestigd en kantoorhoudende te, gedaagde, gemachtigde: Gedaagde, directeur.

Het verdere verloop van het geding

De verdere procesgang blijkt uit de volgende stukken:

het tussenvonnis van 27 juni 2012 en de daarin genoemde stukken;

de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de comparitie van partijen van 17 augustus 2012.

De inhoud van deze stukken moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

Het geschil

Eiseres, hierna te noemen EISERES, vordert veroordeling van gedaagde, hierna te noemen Gedaagde, tot betaling van een bedrag van € 2.414,92, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.000,00 vanaf 25 april 2012 tot de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de proceskosten.

Gedaagde voert verweer.

De beoordeling

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd betwist het volgende vast:

X, een vaste zakelijke relatie van Gedaagde, heeft in de eerste helft van 2011 Gedaagde opdracht gegeven tot het verrichten van werkzaamheden aan en in de school, genaamd;

Tot deze werkzaamheden behoorde vervanging van de dakbedekking;

In de offerte, die Gedaagde aan X ter zake van de vervanging van deze dakbedekking uitbracht, is het aantal vierkante meters dakoppervlak is gesteld op 900 en X heeft op basis van deze offerte de opdracht aan Gedaagde verstrekt;

Gedaagde heeft op of omstreeks 8 juli 2011 EISERES opdracht gegeven tot uitvoering van voornoemde werkzaamheden;

In de door Gedaagde voor akkoord getekende opdrachtbevestiging wordt gesproken over het aanbrengen van 900 m2 asfalt bitumen leien aan de daken van de genoemde school, worden de werkzaamheden omschreven als:

Plaatsen aluminium steiger aan de open zijde van de daken
Verwijderen van de oude kepersingles
Aanbrengen van de asfaltbitumen singles met brede nieten vastgezet
Het aanbrengen van de kepersingles,

wordt vermeld, dat materialen door Gedaagde worden aangeleverd, wordt de prijs van € 12.000,00 excl btw genoemd en worden de algemene voorwaarden Covo 2010 van toepassing verklaard;

EISERES heeft de opgedragen werkzaamheden uitgevoerd respectievelijk doen uitvoeren en heeft het overeengekomen bedrag van € 12.000,00 aan Gedaagde in rekening gebracht in de vorm van 3 (deel)facturen van elk € 4.000, gedagtekend respectievelijk 19, 24 en 27 juli 2012;

Op de laatste factuur heeft Gedaagde een gedeelte groot € 2.000 onbetaald gelaten.

Het door EISERES gevorderde bedrag van € 2.414,92 is als volgt samengesteld:

€ 2.000,00 aan restant hoofdsom;
€ 300,00 aan buitengerechtelijke kosten;
€ 114,92 aan wettelijke rente, gerekend tot 25 april 2012.

Post a wordt gevorderd op grond van de overeenkomst, post b op grond van de overeenkomst, subsidiair de wet en meer subsidiair het rapport Voorwerk II en post c , naar de kantonrechter begrijpt, op grond van de wet.

Het verweer van Gedaagde luidt aldus, dat X heeft geconstateerd dat het oppervlak van het dak geen 900, maar 788 m2 bedroeg en om die reden een evenredige korting op de aanneemsom heeft aangebracht, en dat zij, Gedaagde, deze korting doorberekent aan EISERES.

Bij gelegenheid van de comparitie van partijen zijn partijen het er over eens, dat het werkelijke oppervlak van de te dekken daken ongeveer 800 m2 bedraagt. Zij verklaren beide dat deze afwijking niet "met het blote oog" waarneembaar is, ook niet voor professionals, omdat er nogal wat "opstanden" in het dak aanwezig zijn. Noch Gedaagde, noch EISERES heeft vóór het uitbrengen van de offertes of de aanvaarding van de respectievelijke opdrachten het aantal te dekken vierkante meters opgemeten. Volgens Gedaagde komt het aantal van 900 m2 uit de koker van X en is zij uitgegaan van de juistheid van dit gegeven.

Ter comparitie verklaart EISERES, dat na uitvoering van de werkzaamheden de op het overeengekomen aantal vierkante meters bestelde bevestigingsmaterialen, krammen, asfaltspijkers volledig verbruikt bleken. Zij verklaart verder, onweersproken, dat zij (op haar beurt) de haar door Gedaagde opgedragen werkzaamheden door derden - 2 onderaannemers - heeft laten uitvoeren en dat zij met die onderaannemers heeft gecontracteerd op urenbasis.

Ter comparitie wordt van de zijde van Gedaagde verklaard, dat X pas bij oplevering van het geheel van werkzaamheden aan en in de bewuste school tot opmeting is overgegaan en dat dat de reden is, waarom zij pas in december 2011 voor het eerst tegen het factuurbedrag van € 12.000 bezwaar heeft gemaakt.

Met betrekking tot de Covo 2010 verklaart EISERES, dat deze geen voor dit geschil relevante bepalingen bevat. De kantonrechter constateert, na raadpleging van het internet, dat Covo staat voor Consumentenvoorwaarden Verbouwingen van Bouwgarant.

Ter comparitie komt geen regeling in der minne tot stand.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan Gedaagde aan de omstandigheid, dat geen 900 maar 800 m2 nieuwe dakbedekking is gerealiseerd, geen argumenten ontlenen om een deel van de met EISERES overeengekomen prijs niet te betalen.

Als juist is, dat X Gedaagde verkeerd heeft ingelicht over het aantal vierkante meters, ligt nog niet aanstonds voor de hand, dat X gerechtigd is, Gedaagde minder te betalen dan met Gedaagde werd overeengekomen. Dat zal ten minste mede afhangen van de inhoud van de overeenkomst tussen X en Gedaagde. Het komt in de verhouding tussen Gedaagde en EISERES voor rekening en risico van Gedaagde, dat het aantal vierkante meters niet blijkt te kloppen, nu Gedaagde zonder nameting is uitgegaan van de juistheid van de opgave van X en in de overeenkomst met EISERES zonder enig voorbehoud de 900 m2 heeft genoemd: er staat niet circa of ongeveer 900 m2 en er is ook niets overeengekomen over meer of mindermaat.

Als het gegeven van 900 m2 niet is gebaseerd op een opgave van X, maar op een schatting of berekening van Gedaagde zelf, komt de onjuistheid van schatting of berekening eveneens voor rekening en risico van Gedaagde.

In beide gevallen is van belang, dat partijen het er over eens zijn, dat professionele opdrachtnemers als Gedaagde en EISERES niet "met het blote oog", dat wil zeggen zonder meting, aan de betreffende daken konden zien of het om 800 of 900 m2 ging. Gesteld zou kunnen worden, dat hier sprake is van minderwerk: er is 100 m2 minder dakbedekking gelegd. In de titel Aanneming van werk in het Burgerlijk Wetboek wordt, in art. 7: 755, wél gesproken over meerwerk, maar niet over minderwerk. Dat art. 755 bepaalt: "In geval van door de opdrachtgever gewenste toevoegingen of veranderingen in het overeengekomen werk kan de aannemer slechts dan een verhoging van de prijs vorderen, wanneer hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen." De wetgever heeft dit meerwerkregime (geen prijswijziging, tenzij) kennelijk niet willen toepassen op minderwerk. Zou dit meerwerkregime wel op het minderwerk worden toegepast, dan zou dat tot afwijzing van het verweer van Gedaagde leiden. Gezegd zou kunnen worden, dat de overeenkomst tot het leggen van 900 m2 dakbedekking voor een deel groot 100 m2 is opgezegd. Maar dan geldt het bepaalde in art. 764 lid 2: "In geval van zulke opzegging zal hij (de opdrachtgever) de voor het gehele werk geldende prijs moeten betalen, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien(...)". Besparingen zijn echter niet gesteld of gebleken.

Van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst (EISERES heeft geen 900 maar 800 m2 gelegd) kan naar het oordeel van de kantonrechter evenmin worden gesproken, nu de overeengekomen prestatie (het aanbrengen van nieuwe dakbedekking) tot tevredenheid is verricht en het niet leggen van die 100 m2 niet aan EISERES kan worden toegerekend, nu de "rekenfout" in het voortraject is gemaakt.

Naar het oordeel van de kantonrechter kan evenmin worden gesteld, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, dat EISERES op het volle bedrag van € 12.000,00 aanspraak maakt. Enerzijds omdat de 900 m2 door Gedaagde in de opdracht is opgenomen en het voor EISERES niet kenbaar was, dat dat ruim 100 m2 te veel was. Anderzijds omdat onweersproken is gesteld, dat EISERES met haar onderaannemers op urenbasis heeft gecontracteerd en EISERES dus in geval van een honorering van het verweer van Gedaagde met de strop blijft zitten.

Samengevat: het gaat niet aan om de gevolgen van de "weeffout" in de (hoofd)aannemingsovereenkomst tussen X en Gedaagde - Gedaagde wordt "gekort" - op het bordje van - het niets vermoedende - EISERES te leggen.

Een en ander betekent, dat het bedrag van € 2.000,00 toewijsbaar is. De nevenvorderingen met betrekking tot buitengerechtelijke kosten en rente zijn als enerzijds voldoende onderbouwd en anderzijds niet bestreden toewijsbaar.

Als de in het ongelijk gestelde partij moet Gedaagde worden verwezen in de kosten, aan de zijde van EISERES gevallen.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan EISERES te betalen een bedrag van € 2414,92 vermeerderd met de wettelijke rente over € 2000,- vanaf 25 april 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van EISERES tot op heden begroot op € 824,17, daarin begrepen een bedrag van € 300,00 als salaris voor de gemachtigde van EISERES;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Wallis, en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2012.