Afrekening franchiseovereenkomst toegewezen, boete in reconventie afgewezen

De partijen zijn een franchiseovereenkomst aangegaan. Eiser C.V. als franchisegever en Gedaagde als franchisenemer. Op grond van deze overeenkomst was Gedaagde aan Eiser C.V. een vergoeding verschuldigd, die (grotendeels) gebaseerd was op een percentage van de door Gedaagde behaalde omzet. Omdat er tussen de partijen onenigheid is gekomen over de hoogte van deze omzet heeft Gedaagde de facturen van Eiser C.V. onbetaald gelaten. De rechter oordeelt dat enkele facturen gemotiveerd betwist zijn door de gedaagde en wijst deze af. Een groot deel van de vordering wordt na overweging toegewezen. De Gedaagde eist zelf een bedrag dat Eiser C.V. moet betalen als boete voor het niet tijdig overdragen van data bij de overeenkomst. De rechter oordeelt dat Gedaagde daarvan echter geen enkel nadeel heeft ondervonden. De gegevens zijn later alsnog zonder problemen overgedragen wat betekent dat Eiser C.V. geen boete verschuldigd is.

Datum: 22 januari 2015
Rechtbank: Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummer: 3228247 / CV EXPL 14-5168

Vonnis

In de zaak van

de commanditaire vennootschap EISER C.V.

de eisende partij, hierna te noemen Eiser C.V. gemachtigde mr. E.C.Y Cheung,

tegen

Gedaagde

de gedaagde partij, hierna te noemen Gedaagde gemachtigde mr. V.I.Y. van den Berg-Verhagen.

 

De procedure

Eiser heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen Gedaagde. Hierop heeft Gedaagde geantwoord. Daarbij is een zelfstandige tegen vordering ingesteld.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt. Voorafgaande daaraan heeft Eiser C.V. nog geantwoord op de tegenvordering en heeft Gedaagde nog een akte overlegging producties genomen. Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

 

De vorderingen

Eiser C.V. vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde zal veroordelen aan Eiser C.V. te betalen een bedrag van € 8.355,77 met (verdere) rente, buitengerechtelijke kosten, proces- en nakosten.

Gedaagde vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Eiser C.V. zal veroordelen aan Gedaagde te betalen een bedrag van in totaal € 45.000,- met rente, proces- en nakosten.

 

De verweren

De verweren strekken tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de wederzijdse vorderingen. Daarop wordt hierna, voor zover thans van belang, nader ingegaan.

 

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1.   Partijen zijn op 7 september 2010 een franchiseovereenkomst aangegaan, met Eiser C.V. als franchisegever en Gedaagde als franchisenemer. Die overeenkomst is op 1 september 2010 ingegaan en is na opzegging op 1 februari 2013 per 31 augustus 2013 rechtsgeldig beëindigd.

2.   Op grond van de overeenkomst was Gedaagde aan Eiser C.V. een franchisevergoeding verschuldigd, die (grotendeels) gebaseerd was op een percentage van 5% over de door Gedaagde behaalde omzet, met een minimum omzet van € 50.000 exclusief BTW per jaar, verhoogd met een automatiserings- en marketing fee van 10% over die omzet, te factureren en betaling op basis van maandelijkse voorschotten. Niet tot de omzet werd echter gerekend de 'interne omzet binnen de groep' . In de aanhef van de overeenkomst is voorts bepaald, dat 'toetsingen en werkzaamheden' te verrichten vooreen collega, behorend tot de huidige werkkring bij 'Kop of Munt', dan wel voor 'Kop of Munt' zelf, dan wel voor tot de groep van 'Kop of Munt' behorende ondernemingen, evenmin tot fee-plichtige omzet leidt.

3.   Tot en met 2012 waren er geen problemen over de afrekening. Het jaar 2012 leidde tot een eindafrekening fee gefactureerd op 7 februari 2013 waarbij, na aftrek van in 2012 reeds door Gedaagde betaalde maandelijkse voorschotten ter hoogte van in totaal 6 7.500 en de reeds door haar betaalde afrekening over het eerste halfjaar 2012 ad € 2.335,50, een bedrag groot € 443,97 aan Gedaagde werd gecrediteerd. Nadat Gedaagde de overeenkomst had opgezegd is er onenigheid gerezen over de juistheid van de hiervoor bedoelde afrekening, meer in het bijzonder over de aftrek van de hiervoor onder 3. bedoelde niet fee-plichtige omzet. Hierop heeft Eiser C.V. op 15 mei 2013 een nieuwe afrekening over 2012 aan Gedaagde gefactureerd, die (met inbegrip van döor Gedaagde nog niet betaalde kosten voor verkooptraining) uitkomt op een door Gedaagde na te betalen bedrag van € 3.781,79. Daarbij is echter geen rekening gehouden met de reeds gedane betaling ad € 2.335,50 over het eerste halfjaar 2012. Gedaagde heeft die nieuwe afrekening ondanks aanmaning onbetaald gelaten.

4.   Gedaagde heeft eveneens de factuur van 11 maart 2013 ad € 344,20 ondanks aanmaning onbetaald gelaten, welke haar is verstuurd wegens 'doorberekening kosten Exact 2012'.

5.   Tenslotte heeft Gedaagde de factuur van 26 september 2013 wegens de eindafrekening fee over 2013 ad € 4.229,78 ondanks aanmaning onbetaald gelaten.

6.   Op grond van het bepaalde in artikel 9 van de overeenkomst was Eiser C.V. gerechtigd om controle uit te oefenen op de door Gedaagde te verstrekken omzetgegevens. Kennelijk voor het geval Eiser C.V. twijfels mocht hebben over de juistheid van die gegevens was Eiser C.V. gerechtigd om aan Gedaagde een accountantsverklaring te vragen van een onafhankelijk accountant, op kosten van Eiser C.V.. Nadat onenigheid was gerezen over de juistheid van de opgegeven omzetcijfers over 2012 heeft Gedaagde aangeboden die door een onafhankelijk accountant te laten controleren, maar dat heeft niet tot een daadwerkelijke controle geleid, omdat partijen het niet eens konden worden over de door Eiser C.V. geuite wens, dat ook de echtgenoot van Gedaagde zijn hele administratie aan de te benoemen accountant beschikbaar zou moeten stellen.

7.   Volgens artikel 17 van de overeenkomst gold bij beëindiging het volgende. '...van de klanten die niet door franchisenemer worden overgedragen, worden alle data niet betrekking tot de betreffende klanten per direct doch uiterlijk op het moment van de beëindiging van de overeenkomst kosteloos overgedragen aan franchisenemer. Franchisegever zal de voortgang van de bedrijfsvoering van franchisenemer op geen enkele wijze in de weg staan of belemmeren.'. Bij niet nakoming van deze verplichting was voorzien in een dadelijk opeisbare boete van (om te beginnen) € 15.000. Eiser C.V. heeft pas op 17 januari 2014 bepaalde door Gedaagde gewenste data aan Gedaagde beschikbaar gesteld. Het betreft hier door opdrachtgevers ondertekende opdrachtbevestigingen en aangiftes. Deze data moeten dooreen accountant bij controle kunnen worden gereproduceerd. De uitvoering van dit voor Eiser C.V. ongebruikelijke verzoek nam de nodige tijd in beslag, mede omdat daarvoor een speciaal programma moest worden geschreven, Gedaagde heeft daarvan echter geen enkel nadeel ondervonden.

8.   In artikel 5.3 van de overeenkomst is bepaald dat franchisegever 'verplicht zich ervoor te zorgen dat de formule voldoet aan de beroepsvoorschriften van accountants in het algemeen, en van NV COS, WTA en STA in het bijzonder voor zover van toepassing op de dienstverlening van de Eiser C.V. MKB.'. Op overtreding is weer een boete gesteld van € 15.000. In 2012 heeft de softwareleverancier van Eiser C.V. een commerciële mailing verstuurd aan klanten van franchisenemers. Deze klantgegevens kon die leverancier kennelijk achterhalen via Eiser C.V.. Nadat daarover door franchisenemers aan de bel was getrokken, is daaraan onmiddellijk door Eiser C.V. een einde gemaakt.

 

De beoordeling van het geschil

 

In conventie.

Factuur II maart 2013.

Het gaat in deze factuur om aan Gedaagde doorberekende kosten voor computersoftware. Partijen zijn het er blijkens het verhandelde op de hoorzitting over eens, dat Gedaagde alleen hoeft te betalen voor dergelijke software, als deze bij Eiser C.V. is aangeschaft ten behoeve van concrete cliënt(en) van Gedaagde. Eiser C.V. stelt dat dit is gebeurd, maar heeft een en ander na gemotiveerde betwisting door Gedaagde niet hard kunnen maken. Deze factuur kan dus niet leiden tot enige toewijzing.

Factuur 15 mei 2013.

De verschuldigdheid van de kosten verkooptraining ad € 423,50 inclusief BTW is op zichzelf niet betwist. Ter zake is wel een verrekening verweer gevoerd, waarop na bespreking van de tegen vordering wordt teruggekomen. Vooralsnog is de vordering in conventie tot dit bedrag gegrond.

Voor wat betreft de in die factuur gemaakte herberekening fee over 2012 wordt als volgt overwogen. Gedaagde heeft primair aangevoerd dat er al een definitieve afrekening over 2012 is geweest, zodat sprake is van rechtsverwerking. Dat verweer gaat niet op, omdat niet aan de zware eisen is voldaan, die moeten worden gesteld aan het honoreren van een beroep op rechtsverwerking. Een (volgens Eiser C.V.) bij die eerdere afrekening gemaakte fouten, moet in beginsel hersteld kunnen worden. Subsidiair heeft Gedaagde zich beroepen op onjuistheid van die herziene afrekening. Nu Eiser C.V. bij gelegenheid van de hoorzitting heeft erkend, dat daarbij geen rekening is gehouden met de al betaalde afrekening over het eerste halfjaar 2012 ad € 2.335,50, is dat verweer in zoverre uiteraard gegrond. Wat dan nog overblijft, is een relatief klein betwist bedrag, dat kennelijk terug moet worden gevoerd op het hiervoor onder 3. bedoelde geschil over de niet fee-plichtige omzet. In zoverre het daarbij zou gaan om werkzaamheden, verricht dooreen vroegere collega van Gedaagde bij Kop of Munt, die daar inmiddels weg is, ontgaat het de kantonrechter bij gebreke van voldoende dragende toelichting vooralsnog, waarom die werkzaamheden niet tot de uitgezonderde niet fee-plichtige omzet moet worden gerekend. Ook overigens is Eiser C.V. is in gebreke gebleven om haar standpunt in deze (vooral cijfermatig) voldoende toe te lichten. Van de kantonrechter kan niet worden gevergd, dat hij daarnaar een feitelijk onderzoek gaat of laat instellen. Hier wreekt zich dat Eiser C.V. niet heeft willen meewerken aan de door Gedaagde aangeboden onafhankelijke accountantscontrole. Met Gedaagde is de kantonrechter van oordeel, dat van haar niet mocht worden gevergd om de administratie van haar echtgenoot hierbij te betrekken, nu gesteld noch gebleken is dat die iets van doen hebben met de uitvoering van de franchiseovereenkomst. Slotsom moet zijn, dat de factuur van 15 mei 2013 voor wat betreft de eindafrekening over 2012 niet kan leiden tot enige toewijzing.

Factuur 26 september 2013.

De afrekening 2013 ad € 4.229,78 wordt op zichzelf niet betwist. Ter zake is wel een verrekening verweer gevoerd , waarop na bespreking van de tegen vordering wordt teruggekomen. Vooralsnog is de vordering in conventie tot dit bedrag gegrond,

 

In reconventie.

Niet tijdig leveren cliëntendata.

De kantonrechter stelt voorop, dat de hiervoor onder 7. weergegeven verplichting van Eiser C.V. om 'alle data' van de door franchisenemer niet overgedragen klanten over te dragen, niet nader is gepreciseerd. Gelezen in samenhang met de in dat artikel eveneens overeengekomen algemene verplichting van franchisegever, om de voortgang van de bedrijfsvoering van franchisenemer na beëindiging van het contract niet te belemmeren, wordt hier kennelijk gedoeld op die gebruikelijke gegevens die na beëindiging van de overeenkomst onmiddellijk beschikbaar moeten zijn om het bedrijf te kunnen voortzetten. Zelfs als het juist is, dat Gedaagde de in deze procedure bedoelde gegevens voorhanden moest hebben bij een mogelijke controle, kan naar het oordeel van de kantonrechter moeilijk worden volgehouden dat deze gegevens op het moment van beëindiging van de franchiseovereenkomst direct nodig waren om de bedrijfsvoering voort te zetten. Die gegevens zijn later alsnog verstrekt, waarvoor Eiser C.V. onbetwist de nodige moeite heeft moeten doen en Gedaagde is door de tijd die daarmee was gemoeid op geen enkele manier in haar bedrijfsvoering benadeeld of belemmerd. Dat betekent dat Eiser C.V. terzake geen boete is verschuldigd.

Verstrekken klantengegevens aan derden.

De hiervoor onder 8. weergegeven verplichting van Eiser C.V. heeft kennelijk slechts betrekking op de franchiseformule. Welnu, gesteld noch gebleken is dat er wat betreft het gebruikmaken van klantgegevens door de softwareleverancier van Eiser C.V. iets met die formule had uit te staan. Er is duidelijk wat mis gegaan, onbetwist buiten de wil van Eiser C.V.. Maar dat lag niet aan de formule. Dus is weer geen boete verschuldigd.

Onvoldoende beveiliging softwaresysteem.

Door Gedaagde is tenslotte nog aanspraak gemaakt op een boete van € 15.000 wegens wederom verzaking van de hiervoor onder 8. weergegeven verplichting. Dit omdat het aan franchisenemers ter beschikking gestelde softwaresysteem onvoldoende beveiligd zou zijn. In het midden kan blijven of een mogelijk lek in die beveiliging wel kan worden aangemerkt als een tekortkoming van de franchiseformule. Gelet op de gemotiveerde betwisting van die tekortkoming mocht immers van Gedaagde worden gevergd dat zij haar standpunt in deze voldoende feitelijk had onderbouwd en zo nodig een voldoende concreet bewijsaanbod had gedaan. Dat is niet gebeurd, zodat ook hier geen toewijzing van enige boete kan volgen.
 

In conventie en in reconventie.

Zoals uit het voorgaande volgt is de tegenvordering in al haar onderdelen ongegrond, zodat ter zake in conventie ook niets te verrekenen valt. Dat betekent dat Gedaagde in conventie moet worden veroordeeld tot betaling van € 423,50 + € 4.229,78 = € 4.653,28. Dit te vermeerderen met € 590,38 wegens buitengerechtelijke kosten, de wettelijke handelsrente tot 19 juni 2014 ad € 263,36 en verdere handelsrente.

Over de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bepaald.

 

Beslissing

Voor wat betreft de vordering van Eiser C.V.:

Gedaagde wordt veroordeeld om aan Eiser C.V. te betalen een bedrag van € 4.653,28 vermeerderd met € 590,38 wegens buitengerechtelijke kosten en met € 263,36 wegens wettelijke handelsrente tot aan 19 juni 2014 en verder te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over eerstgenoemd bedrag vanaf 19 juni 2014 totdat betaald is.

Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Voor wat betreft de tegenvordering van Gedaagde:

De vordering wordt afgewezen.

Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van Eiser C.V. tot op heden begroot op € 1.200,— wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 januari 2015 door de kantonrechter die dit vonnis heeft ondertekend, in tegenwoordigheid van de griffier.