Afwijkende betaaltermijn niet aangetoond

Gedaagde huurt van eiseres een woning. Toen de huurpenningen niet betaald werden is eiseres overgegaan tot dagvaarden. Eiseres vordert naast betaling van de huurachterstand ook ontruiming van het gehuurde en een schadevergoeding. Gedaagde erkent de huurachterstand, maar voert aan dat hij de huur al twee jaar lang per kwartaal betaalt. Gedaagde heeft deze huurachterstand ook betaald, maar deze betaling zou zijn teruggestort. Eiseres betwist de afspraak hebben gemaakt dat er per kwartaal betaald mocht worden. Gedaagde had dit dan ook moeten bewijzen, maar heeft dit niet gedaan. De rechter gaat dan ook uit van de huurovereenkomst waarin is opgenomen dat de huur maandelijks moest worden voldaan. Vervolgens bestrijdt eiseres dat zij de door gedaagde gestelde betaling heeft ontvangen en vervolgens heeft teruggestort. Ook dit kan gedaagde vervolgens niet bewijzen. De rechter oordeelt dat de huurachterstand zo ernstig is dat het rechtvaardig is om deze te ontbinden. Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Datum: 15 mei 2008
Rechtbank: Dordrecht, Sector kanton, Locatie Dordrecht
Zaaknummer: 210654 CV EXPL 08-1348

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

Eiseres,

wonende te, eiseres,

gemachtigde mr. drs. C. Sneevliet, tegen:

Gedaagde,

wonende, gedaagde, die zelf procedeert.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

de dagvaarding van 16 februari 2008;

de conclusie van antwoord;

het tussenvonnis van 28 februari 2008, waarin een comparitie van partijen werd gelast op 19 maart 2008;

de aantekening dat de comparitie van partijen niet heeft plaatsgevonden;

de akte van eiseres van 20 maart 2008;

de aantekening ter zitting van 17 april 2008 dat gedaagde geen antwoord-akte heeft gennomen en niet om uitstel heeft gevraagd;

de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken, alsmede op grond van de inhoud van de overgelegde producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

Gedaagde huurt van eiseres de woning aan de. De huurprijs bedraagt € 1666,50 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

Eiseres heeft gedaagde gemaand tot betaling van achterstallige huurpenningen. Toen betaling uitbleef is eiseres overgegaan tot dagvaarden.

De vordering

Eiseres vordert dat gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld tot betaling van € 7562,79, vermeerderd met de wettelijke rente over € 6666,00 vanaf 13 februari 2008 tot de dag der algehele voldoening. Eiseres vordert voorts ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en schadevergoeding.

Eiseres legt nakoming van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst aan haar vordering ten grondslag. Naast de tot en met februari 2008 onbetaald gebleven huurpenningen ad € 6666,00 vordert eiseres € 833,00 aan buitengerechtelijke kosten en € 63,79 aan wettelijke rente, berekend tot 13 februari 2008, vermeerderd met de wettelijke rente over € 6666,00 vanaf 13 februari 2008 tot de dag der algehele voldoening.

Kort samengevat stelt eiseres dat met gedaagde nimmer afspraken zijn gemaakt in de zin dat de huur per kwartaal en de huurachterstand voor eind januari 2008 mocht worden voldaan. De door gedaagde gestelde betaling ad € 5700,- eind januari 2008 is door eiseres nimmer ontvangen, zodat van terugstorting van dit bedrag door eiseres aan gedaagde geen sprake is. De huurachterstand is inmiddels opgelopen naar vijf maanden.

Het verweer

Gedaagde erkent de door eiseres gevorderde huurachterstand. Gedaagde voert - kort samengevat - aan dat hij de huur al twee jaar lang per kwartaal betaalt en dat met de partner van eiseres is afgesproken dat de huurachterstand van drie maanden vóór eind januari 2008 mocht worden voldaan. Gedaagde heeft deze huurachterstand op 30 januari 2008 ook betaald, maar deze betaling is echter teruggestort.

Beoordeling van het geschil

Eiseres betwist dat met gedaagde is afgesproken dat de huur per kwartaal mocht worden voldaan. Het had dan ook op de weg van gedaagde gelegen deze afspraak aan te tonen, dan wel daarvan bewijs aan te bieden. Gedaagde heeft dit nagelaten. Het moet er thans voor worden gehouden dat de door gedaagde gestelde afspraak niet tot stand is gekomen. Uit hoofde van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst was en is gedaagde daarom gehouden de huur maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen.

Eiseres bestrijdt dat zij de door gedaagde gestelde betaling heeft ontvangen en vervolgens heeft teruggestort. Ook hier had het op de weg van gedaagde gelegen dit aan te tonen, dan wel daarvan bewijs aan te bieden. Nu gedaagde dit heeft nagelaten wordt er vanuit gegaan dat de door gedaagde gestelde betaling eiseres niet heeft bereikt. Het risico daarvan rust bij gedaagde.

De door eiseres gevorderde huurachterstand ad € 6666,00, waarvan de omvang door gedaagde is erkend, ligt derhalve voor toewijzing gereed. De wettelijke rente daarover vanaf 13 februari 2008 is eveneens toewijsbaar.

Door een huurachterstand te laten ontstaan van een omvang als door eiseres gesteld en door gedaagde erkend, is gedaagde in zo ernstige mate toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting dat een ontbinding van de huurovereenkomst isgerechtvaardigd. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met nevenvordering zal daarom worden toegewezen.

De medegevorderde buitengerechtelijke ad € 833,— en de medegevorderde rentepost ad € 63,79 liggen als niet weersproken eveneens voor toewijzing gereed.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de huurovereenkomst van partijen met betrekking tot de woning, staande en gelegen aan de;

veroordeelt gedaagde om voormelde woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen met al de zijnen en het zijne en de sleutels ter beschikking van eiseres te stellen;

machtigt eiseres om, zo gedaagde daarmede in gebreke blijft, de ontruiming te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 7562,79, vermeerderd met de wettelijke rente over € 6666,00 vanaf 13 februari 2008 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen ter zake van huur een bedrag van € 1666,50 per maand vanaf 1 maart 2008 tot heden en ter zake van schadevergoeding voormeld bedrag vanaf heden, zolang gedaagde in gebreke blijft met de ontruiming van het gehuurde;

veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van eiseres bepaald op:

aan explootkosten € 85,44

aan kosten GBA/KvK € 0,00

aan griffierecht € 201,00

aan salaris gemachtigde € 500,00

totale kosten € 786,44;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting 15 mei 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.