Bemiddelingskosten verschuldigd bij gebreken huurwoning

Eiser heeft in opdracht en voor rekening van Gedaagde diverse werkzaamheden verricht die te maken hadden met de bemiddeling bij de huur van de huidige woonruimte van Gedaagde. Het overeengekomen bedrag zou met een betalingsregeling in drie termijnen worden betaald. Dit heeft gedaagde echter ondanks aanmaningen niet gedaan. Gedaagden voeren als verweer dat er fouten zijn gemaakt door Eiser, maar hebben niet bestreden dat Eiser diverse werkzaamheden heeft verricht. Eiser heeft eerder bij gedaagde aangegeven om bereid te zijn om de helft van het afgesproken bedrag aan te nemen. Nu Gedaagden niet zijn verschenen op de comparitie en dus geen gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid om te reageren dat zij dit bedrag hebben geaccepteerd, zal de hoofdsom worden toegewezen en zullen de gedaagden in de kosten van proces worden veroordeeld.

Datum: 10 december 2010
Rechtbank: Zwolle - Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad
Zaaknummer: 511907CV 10-10984

Vonnis

in de zaak van

EISER, h.o.d.n. EISER, wonende te, eisende partij, hierna Eiser,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam bij IntoCash te Rotterdam,

tegen

GEDAAGDE SUB 1, h.o.d.n. GEDAAGDE en GEDAAGDE, wonende te ,

GEDAAGDE SUB 2, wonende te,

gedaagde partijen, hierna gezamenlijk te noemen Gedaagde c.s., gedaagde sub 1 verschenen in persoon, gedaagde sub 2 niet verschenen.

De procedure

In deze zaak is 21 juli 2010 een tussenvonnis uitgesproken. Ingevolge dit tussenvonnis heeft op 25 oktober 2010 een comparitie van partijen plaatsgevonden waar Eiser is verschenen. Gedaagde c.s. zijn niet verschenen. Tijdens de comparitie zijn door Eiser nadere inlichtingen verstrekt. De zaak is vervolgens verwezen naar de rol voor het wijzen van vonnis.

De verdere beoordeling van het geschil

1. Eiser heeft gesteld dat zij in opdracht en voor rekening van Gedaagde c.s. diverse werkzaamheden heeft verricht die betroffen de bemiddeling bij de huur van de huidige woonruimte van Gedaagde c.s. aan de. Tussen partijen is een bedrag van € 3.000,-- overeengekomen met daarbij een betalingsregeling. Eiser heeft uit dien hoofde op 18 december 2009 respectievelijk 28 december 2009 twee facturen aan Gedaagde c.s. gestuurd van elk € 1.000,- die Gedaagde c.s. onbetaald hebben gelaten. Evenmin hebben Gedaagde c.s. in mei 2010 de laatste termijn van € 1.000,- voldaan. Ondanks aanmaningen zijn Gedaagde c.s. niet tot betaling van het bedrag van € 3.000,- overgegaan. Vermeerderd met € 450,- aan buitengerechtelijke incassokosten en € 94,69 aan wettelijke rente berekend tot 25 mei 2010, bedraagt de openstaande som € 3.544,69. Eiser heeft bij dagvaarding de hoofdelijke veroordeling van Gedaagde c.s. gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad, om haar die som te betalen, met de wettelijke rente over € 3.000,- vanaf 25 mei 2010 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Gedaagden in de proceskosten.

2. Gedaagden hebben ten verwere aangevoerd dat voor, tijdens en ook na het ondertekenen van de huurovereenkomst fouten zijn gemaakt door Eiser die haar aan te rekenen zijn. Dit omvat onder meer het verhuren van een woning die vanaf de oplevering gebreken heeft vertoond. Op dit moment loopt een rechtszaak tegen de eigenaar van de woning en wanneer die is afgerond zullen Gedaagden een rechtszaak starten tegen Eiser. Op 22 februari 2010 hebben Gedaagden een schriftelijk bericht ontvangen van Eiser dat zij een bedrag van € 1.500,-- voor de bemiddeling accepteerde en niet de genoemde € 3.000,-. Gedaagde c.s. hebben voorts aangevoerd dat zij bereid zijn € 1.500,- te betalen maar wel, zoals is overeengekomen, nadat door Eiser een koopakte die zij zou opstellen, is overgelegd.

3. Gedaagden hebben niet bestreden dat Eiser in opdracht en voor rekening van Gedaagde c.s. diverse werkzaamheden heeft verricht die betroffen de bemiddeling bij de huur van de huidige woonruimte van Gedaagden aan de. Gedaagde c.s. hebben zich ten verwere evenwel beroepen op een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van Eiser uit deze gesloten overeenkomst en daartoe gesteld dat Eiser fouten heeft gemaakt, onder meer het verhuren van een woning die vanaf de oplevering gebreken vertoonde. Nog daargelaten dat Gedaagde c.s. dit verweer onvoldoende hebben onderbouwd en niet valt in te zien dat Eiser in het kader van de met Gedaagde c.s. gesloten bemiddelingsovereenkomst valt toe te rekenen dat er gebreken aan de door verhuurder verhuurde woning kleven, Gedaagden hadden een processueel gevolg aan dit gevoerde verweer moeten verbinden, wilde dat verweer tot het beoogde resultaat - afwijzing van de vordering - kunnen leiden. Kort gezegd hadden Gedaagde c.s. nakoming kunnen eisen, de overeenkomst geheel of gedeeltelijk kunnen ontbinden of het gevorderde kunnen verrekenen met een tegenvordering. Van der Lichte hebben echter - buiten rechte of in rechte - geen van deze rechten ingeroepen. Nu zij geen processuele gevolgen hebben verbonden aan het verweer dat Eiser toerekenbaar tekort is geschoten, kan dit verweer niet leiden tot afwijzing van het gevorderde.

4. Eiser heeft voorts tijdens de comparitie van partijen, waar Gedaagden niet zijn verschenen, bestreden dat zij een bedrag van € 1.500,- voor de bemiddeling heeft geaccepteerd. Nu Gedaagde c.s. geen gebruik hebben gemaakt van de hen geboden gelegenheid om ter comparitie te verschijnen en zij het door hen gevoerde verweer dat Eiser een bedrag van € 1.500,-- voor de bemiddeling heeft geaccepteerd, niet hebben onderbouwd met stukken en zij evenmin bewijslevering door middel van getuigen hebben aangeboden, dient aan dit verweer te worden voorbijgegaan.

5. De slotsom is dat de vordering van Eiser voor wat betreft de hoofdsom ad € 3.000,-toewijsbaar is.

6. Als onbetwist en op de wet gegrond is de gevorderde rente ad € 94,69 toewijsbaar. De verdere rente over € 3.000,- zal worden toegewezen vanaf 25 mei 2010 tot aan de datum van voldoening.

7. Voor een vergoeding van buitengerechtelijke kosten is geen plaats, nu onvoldoende is aangevoerd om aan te nemen dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die de conclusie rechtvaardigen dat kosten zijn gemaakt voor andere werkzaamheden dan die waarvoor de proceskosten in een vergoeding plegen te voorzien.

8. Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zullen Gedaagden in de proceskosten worden verwezen.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagden hoofdelijk om te betalen aan Eiser € 3.094,69 vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.000,- vanaf 25 mei 2010 tot de dag van voldoening;

veroordeelt Gedaagde c.s. hoofdelijk in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Eiser begroot op:

€ 73,89 voor explootkosten
€ 208,- voor vastrecht
€ 350,- voor salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 10 november 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.