Beroep gedaagde op opschortingsrecht afgewezen

In een "management agreement" zijn de partijen van deze zaak overeengekomen dat de eiser in de persoon van X werkzaamheden voor de gedaagde zou verrichten als "managing director". Hiervoor was de gedaagde maandelijks een "management fee" aan de eiser verschuldigd. De gedaagde is op een zeker moment gestopt met deze te betalen. Later heeft één van de andere "managing directors" van de gedaagde op briefpapier van de gedaagde aan X medegedeeld dat de "management agreement" is beëindigd. Eiser wilt nu dat het resterende bedrag betaalt gaat worden. Gedaagde is het hier niet mee eens. X heeft zijn managementwerkzaamheden slecht uitgevoerd, en hij verscheen heel zelden op het kantoor van de gedaagde. De rechter vindt dat het feit dat X niet vaak op kantoor verscheen niet genoeg redenen om niet te betalen. Dit bewijst namelijk niet dat X zijn werkzaamheden niet goed deed. De gedaagde moet dan ook de gevorderde "management fees" betalen en zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. 

Datum: 24 januari 2012
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie 's-Gravenhage
Zaaknummer: 1115530/11-31980

Vonnis

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EISER B.V., gevestigd te, eiseres,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam bij IntoCash te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEDAAGDE B.V., gevestigd te, gedaagde,

gemachtigde: mr.  , advocaat te  .

Partijen worden aangeduid als "EISER" en "GEDAAGDE".

Procedure

1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

de dagvaarding van 26 oktober 2011, met producties;

de conclusie van antwoord, met producties;

de nader door EISER in geding gebrachte producties.

1.2 Op 12 januari 2012 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. EISER is daar verschenen bij gemachtigde alsmede in de persoon van   en diens echtgenote. GEDAAGDE is ter comparitie verschenen bij gemachtigde alsmede in de persoon van  .

Feiten

2.1 In de geamendeerde en herbevestigde "management agreement" zijn partijen overeengekomen dat EISER in de persoon van X werkzaamheden voor GEDAAGDE zou verrichten als "managing director". De "management agreement" is tot en met 31 december 2010 van kracht gebleven.

2.2 Op basis van de "management agreemeent" was GEDAAGDE maandelijks een "management fee" aan EISER verschuldigd van € 16.666,67 (exclusief BTW).

2.3 GEDAAGDE heeft op enig moment in 2010 haar betalingsverplichtingen opgeschort.

2.4 Op 1 oktober 2010 heeft één van de andere "managing directors" van GEDAAGDE, - op briefpapier van GEDAAGDE - aan X medegedeeld dat per die datum de "management agreement" is beëindigd.

Vordering

3.1 EISER vordert dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad GEDAAGDE wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 25.000,--, met de wettelijke rente over dit bedrag van de dag der dagvaarding, kosten rechtens.

3.2 Aan haar vordering heeft EISER ten grondslag gelegd dat GEDAAGDE heeft nagelaten de haar over de maanden augustus 2010 tot en met december 2010 gefactureerde "management fees" ad in totaal € 99.166,70 te voldoen. De rente over dit bedrag beloopt aldus EISER tot 20 oktober 2011 een bedrag van € 7.790,84. Daarenboven heeft EISER nog buitengerechtelijke kosten ter grootte van € 2.500,-- moeten maken. EISER meent derhalve een vordering op GEDAAGDE te hebben van in totaal € 109.457,54. Om de haar moverende redenen heeft EISER bij dagvaarding haar vordering beperkt tot een bedrag van € 25.000,-, onder handhaving van haar rechten op het meerdere.

Verweer

4.1 GEDAAGDE betwist de vordering van EISER. Zo meent GEDAAGDE dat EISER in de dagvaarding niet aan haar substantiëringsplicht heeft voldaan. Verder is GEDAAGDE van mening dat voor de gevorderde "management fees" over de maanden oktober 2010 tot en met december 2010 geen rechtsgrond bestaat. GEDAAGDE heeft immers de "management agreement" per 1 oktober 2010 opgezegd. Bovendien heeft GEDAAGDE naar haar zeggen nimmer de op het laatste kwartaal van 2010 betrekking hebbende facturen van EISER ontvangen. Voorts is GEDAAGDE van mening dat zij evenmin de "management fees" over de maanden augustus 2010 en september 2010 is verschuldigd. GEDAAGDE had namelijk al eerder haar betalingsverplichtingen opgeschort.

4.2 Volgens GEDAAGDE werden al geruime tijd de managementwerkzaamheden door X niet danwel niet naar behoren verricht. X die sinds april 2010 niet meer op het kantoor van GEDAAGDE was verschenen, toonde totaal geen actieve betrokkenheid meer bij de dagelijkse leiding van GEDAAGDE. X verscheen slechts op formele bestuurs- en aandeelhouders­vergaderingen van GEDAAGDE. Daarenboven handelde X niet in het vennootschappelijk belang van GEDAAGDE. In strijd met de tussen GEDAAGDE en haar kredietverstrekker, gemaakte afspraken en zonder toestemming van Merrill Lynch heeft X betalingen vanaf de bankrekening van GEDAAGDE aan EISER verricht ten behoeve van de "management fees".

Beoordeling

5.1 Ter comparitie heeft EISER haar vordering onvoorwaardelijk beperkt tot € 25.000,-. Hiermee heeft, naar de kantonrechter het begrijpt, EISER haar vordering willen beperken tot (een deel van) de in haar ogen over de maanden augustus 2010 en september 2010 door GEDAAGDE verschuldigde "management fees".

5.2 Hoewel EISER in de dagvaarding niet de verweren van GEDAAGDE en de gronden daartoe heeft vermeld, kan niet worden volgehouden dat de kantonrechter in dezen geen inzicht heeft verkregen in hetgeen partijen verdeeld houdt. Ter comparitie is EISER alsnog op de verweren van GEDAAGDE ingegaan. Hoewel EISER in beginsel de zogeheten substantiëringsplicht heeft geschonden, bestaat er voor de kantonrechter onvoldoende aanleiding om hieraan consequenties te verbinden.

5.3 Gelet op hetgeen sub 5.1 is overwogen, behoeft de kantonrechter niet de vraag te beantwoorden of de "management agreement" bevoegdelijk door GEDAAGDE is opgezegd.

5.4 In de stukken en het verhandelde ter zitting heeft de kantonrechter onvoldoende aanknopingspunten kunnen vinden voor het oordeel dat GEDAAGDE bevoegd was haar uit de "management agreement" voortvloeiende betalingsverplichtingen op te schorten. De stelling dat X al geruime tijd geen werkzaamheden meer voor GEDAAGDE verrichtte, is geenszins komen vast te staan. De enkele omstandigheid dat X sinds april 2010 niet meer op het kantoor van GEDAAGDE zou zijn verschenen, schraagt deze stelling onvoldoende. Evenmin is genoegzaam komen vast te staan dat X zijn werkzaamheden niet naar behoren verrichtte. Afspraken tussen GEDAAGDE en haar kredietverstrekker  regarderen in beginsel EISER niet.

5.5 Gezien het vorenstaande dient GEDAAGDE alsnog aan EISER te betalen het gevorderde deel van de "management fees" over de maanden augustus 2010 en september 2010 ad € 25.000,--, een en ander vermeerderd met de vanaf de datum dagvaarding gevorderde wettelijke rente.

5.6 GEDAAGDE zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van EISER.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt GEDAAGDE om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan EISER te betalen een bedrag van € 25.000,—, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt GEDAAGDE in de proceskosten aan de zijde van EISER, tot op heden vastgesteld op een bedrag van € 1.727,31 waarvan een bedrag van € 800,00 aan gemachtigdensalaris;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Gerritse, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2012.