Beroep van debiteur op vaste prijs afspraak afgewezen

Eiser heeft in opdracht en voor rekening van gedaagden schilderswerkzaamheden uitgevoerd. De factuur hiervoor is niet betaald. Dat de opdracht is gegeven wordt erkent, maar partijen zouden een vaste prijs van €500,- hebben afgesproken. Achteraf zou de factuur zijn geschreven op uurbasis. De gedaagden stellen dat deze afspraak mondeling gemaakt zou zijn. Op de comparitie betwist eiser het standpunt van gedaagden. Er zou geen vaste prijs zijn afgesproken aangezien de werkzaamheden snel moesten plaatsvinden. De rechter oordeelt dat aangezien de gedaagden hun stelling niet kunnen bewijzen de voordering wordt toegewezen. De incassokosten worden echter conform rapport Voorwerk II gematigd. De gedaagden worden verder veroordeeld in de kosten van de procedure. 

Datum: 7 december 2005
Rechtbank: Zutphen, Sector Kanton, Locatie Apeldoorn
Zaaknummer: 253861

Vonnis

in de procedure tussen:

EISER,

gevestigd te Apeldoorn, eiser,

gemachtigde: mr. drs. C. Sneevliet, IntoCash, Bomissestraat 25, 3044 AD Rotterdam

tegen:

GEDAAGDE 1,

gevestigd en kantoorhoudende te

GEDAAGDE 2,

wonende te, beherend vennoot van gedaagde sub 1,

zaakdoende en mede woonplaats hebbende te

GEDAAGDE 3.

wonende te, beherend vennote van gedaagde sub 1,

zaakdoende en mede woonplaats hebbende te, gedaagden,

in persoon procederend door gedaagde sub 2.

 

PROCESVERLOOP:

Dit verloop blijkt uit:

het tussenvonnis d.d. 14 september 2005;

de comparitie van partijen d.d. 1 november 2005.

MOTIVERING:

1. De vordering, de grondslag en het verweer

Eiser vordert hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling aan hem van een bedrag van € 1.025,89 terzake een onbetaalde factuur, administratiekosten en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met rente en kosten.

Eiser legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag.

Hij heeft in opdracht van en voor rekening van gedaagden schilderswerkzaamheden uitgevoerd bij gedaagde sub 1, het exotisch restaurant van gedaagden sub 2 en 3. Hiervoor is aan het adres waarop gedaagden staan ingeschreven een factuur gezonden, die ondanks aanmaningen niet is betaald.

Gedaagden voeren bij monde van gedaagde sub 2 verweer tegen de vordering.

De opdracht tot het uitvoeren van schilderswerkzaamheden wordt erkend, maar partijen zouden een vaste prijs van € 500,00 hebben afgesproken. Achteraf is tegen de afspraken in gedeclareerd op urenbasis, waardoor de factuur veel duurder is geworden.

Ter comparitie van partijen betwist eiser het standpunt van gedaagden. Er is geen vaste prijs afgesproken. Er is tevens niet over een richtprijs gesproken. De werkzaamheden moesten snel plaatsvinden, waardoor niet voorafgaand over prijzen is gesproken. Achteraf is een factuur gezonden. Daarbij komt dat gedaagden hun verweer eerst in de procedure naar voren hebben gebracht en niet reeds naar aanleiding van de factuur of de aanmaningen.

Ter comparitie van partijen stelt gedaagde sub 2 dat hij de afspraak mondeling met eiser heeft gemaakt. Verder was niemand er bij. Na ontvangst van de factuur heeft gedaagde contact opgenomen met eiser, om zijn ongenoegen over de factuur te uiten. Dit kwam mede doordat gedaagde had vernomen van derden dat € 500,00 een redelijke prijs zou zijn voor de verrichte werkzaamheden. Omdat gedaagde sub 2 eiser al enige tijd kent, heeft hij geen prijsopgave gevraagd, voorafgaand aan de werkzaamheden.

2. De beoordeling

Gedaagden verweren zich tegen de vordering door een beroep te doen op een tussen partijen gemaakte vaste-prijs-afspraak. Deze afspraak is niet op papier gezet, omdat gedaagde sub 2 eiser al geruime tijd kent, aldus gedaagden.

Het standpunt van gedaagden wordt door eiser uitdrukkelijk betwist en kan derhalve niet als vaststaand worden aangenomen. Nu geen bewijsstukken zijn overgelegd waaruit anderszins blijkt van de juistheid van het standpunt van gedaagden, moet op grond van het vorenstaande de conclusie zijn dat gedaagden de vordering in onvoldoende mate hebben betwist, zodat toewijzing zal dienen te volgen. Ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten wordt echter opgemerkt dat deze conform het rapport Voorwerk II (NVVR) zullen worden gematigd tot een bedrag ad € 150,00 exclusief BTW.

Ten aanzien van de gevorderde administratiekosten wordt opgemerkt dat de kantonrechter van oordeel is dat deze kosten geacht kunnen worden te zijn begrepen in het forfaitaire bedrag van het liquidatietarief terzake van de buitengerechtelijke incassokosten. De vordering van de administratiekosten zal dan ook worden afgewezen.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zullen gedaagden worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

BESLISSING

Gedaagden worden veroordeeld, hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, tot betaling aan eiser van een bedrag van € 905,89, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 825,89 vanaf 2 maart 2005 tot de dag der algehele voldoening.

Gedaagden worden veroordeeld, hoofdelijk, des dat de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, in de kosten van de procedure tot deze uitspraak aan de zijde van eiser begroot op:

€ 71,93 voor explootkosten,

€ 146,00 voor griffierecht,

€ 200,00 voor salaris gemachtigde.

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Gewezen door mr. D.J. Buijs, kantonrechter te Apeldoorn, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 december 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.