Betwisting factuur gaat niet op dankzij eerdere SMS-jes

Eiser heeft ervoor gezorgd dat de gedaagde een domein beschikbaar had op het internet. Voor deze werkzaamheden heeft hij ook een factuur gestuurd, maar deze is onbetaald gebleven. Vervolgens heeft de eiser de vordering ter incasso gegeven. Gedaagde heeft in deze periode steeds aangevoerd dat er geen sprake is van een overeenkomst. In de dagvaarding heeft de eiser gemotiveerd waarom dat wel zo is. Gedaagde heeft toen mondeling aan de rechter vermeld dat er verschillende producten bij Eiser besteld zijn en dat die vervolgens niet correct geleverd werden. Ook is Gedaagde bereid om een deel van de vordering te betalen, maar dan wilt hij wel weer toegang tot zijn server en domeinnamen. Vervolgens is er een discussie over de afspraken omtrent een server en de betaling daarvan. Eiser brengt vervolgens sms-jes in de procedure waaruit blijkt dat gedaagde weldegelijk op de hoogte was van de afspraken over deze server. Hierdoor komt de rechter tot de slotsom dat de factuur geheel toewijsbaar is en wordt de hoofdsom toegewezen.

Datum: 21 oktober 2009
Rechtbank: Maastricht, Sector Kanton, Locatie Heerlen
Zaaknummer: 340828 CV EXPL 09-5758

Vonnis van de kantonrechter

inzake

Eiser, onder meer handelend onder de naam Eiser, wonende en zaak doende, eiser,

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung, tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gedaagde,

gevestigd en kantoor houdende te, gedaagde, verschenen bij X, directeur.

Verder procesverloop

De bij tussenvonnis van 15 juli 2009 gelaste comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 18 september 2009. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt dat zich bij de stukken bevindt.

De inhoud van voormelde stukken geldt als hier ingevoegd. Vervolgens is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

Verdere beoordeling

Eiser vordert om gedaagde bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van:

de hoofdsom van € 939,99;

de wettelijke rente, over de hoofdsom vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan 25 iuni 2009 een bedrag groot €35,30;

de wettelijke rente, over de hoofdsom vanaf 25 juni 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

de buitengerechtelijke incassokosten van € 150,00;

de kosten van deze procedure waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van eiser;

de kosten van de dagvaarding ad € 72,25.

Eiser legt aan zijn vordering het navolgende ten grondslag. Eiser heeft in opdracht van gedaagde internetdiensten verleend en werkzaamheden verricht op het gebied van webhosting en domeinregistratie. Op 19 januari 2009 is aan gedaagde een factuur met nummer BF120070123 ad € 95,20 toegezonden. Op 22 januari 2009 is aan gedaagde een factuur met nummer BF120070124 ad € 844,79 gestuurd. Gedaagde heeft deze facturen ontvangen en zonder protest gehouden. Gedaagde is, ondanks aanmaningen en sommaties in gebreke gebleven met betaling van de beide facturen, zodat eiser thans een bedrag ad € 939,99 te vorderen heeft gekregen.

Vervolgens heeft eiser de vordering ter incasso van zijn gemachtigde gegeven op grond waarvan eiser een bedrag van € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten vordert.

Gedaagde heeft, voorafgaand aan de dagvaarding, ten verwere aangevoerd dat hij geen overeenkomst heeft gesloten met eiser. Bij dagvaarding heeft eiser dit verweer gemotiveerd weerlegd.

Bij mondeling antwoord heeft gedaagde gesteld dat hij verschillende producten bij eiser heeft besteld, te weten een dedicated server (hardware), diverse domeinnamen en een frame voor de website (software). Deze producten zij niet correct geleverd: er is een shared server m plaats van een dedicated server geleverd, de domeinnamen zijn geblokkeerd en gedaagde heeft nooit reclame kunnen plaatsen in het frame. Gedaagde wil best een deel van de vordenng betalen als hij toegang krijgt tot zijn server en de domeinnamen.

Ter comparitie heeft eiser zijn vordering nader toegelicht. Eiser heeft onder meer gesteld dat de hardware betrekking had op de huur van een server en de uitkoop van de huur van de server, hetgeen op 22 januari 2009 aan gedaagde gefactureerd is. Voorts stelt eiser dat gedaagde gebruik heeft gemaakt van een dedicated server.

Gedaagde heeft ter comparitie onder meer gesteld dat hij niet had gezien dat de serverhuur voor de duur van een jaar was, in plaats van per maand. Voorts heeft gedaagde gesteld dat er waarschijnlijk geen dedicated server was: door verhuizing van de shared server naar de dedicated server zijn er onkosten op de domeinen gemaakt. Gedaagde is van mening dat eiser de rekening heeft opgehoogd om gedaagde vervolgens korting te geven.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Gedaagde heeft niet langer weersproken dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan, zodat tussen partijen vaststaat dat eiser uit hoofde van die overeenkomst werkzaamheden in de vorm van webhosting en domeinregistratie voor gedaagde heeft verricht.

De factuur van 19 januari 2009 is niet door gedaagde betwist, zodat € 95,20 voor toewijzing gereed ligt.

Resteert nog de beoordeling van de factuur van 22 januari 2009 ad € 844,79. Gedaagde heeft ter comparitie niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken dat er sprake is van uitkoop van de huur van de server. Daar komt nog bij dat die uitkoop blijkt uit de diverse sms-berichten die als productie 7 bij dagvaarding zijn overgelegd. Uit die berichten blijkt onder meer dat gedaagde vraagt om een rekening en dat hij vervolgens aangeeft die kosten meteen over te maken. Vervolgens vraagt eiser per sms hoe het zit met 'de server waar je voor gekozen hebt (...). Die zal het contract jaar ook betaald moeten worden' Hierop antwoordt gedaagde: 'geen probleem'. Enkele berichten later vraagt eiser per sms aan gedaagde of hij (gedaagde) de resterende 8 maanden ineens wenst te betalen? Daarop antwoordt gedaagde dat hij '(...) die 8 maanden wel in een keer wil betalen; maar bij directe betaling /vooruitbetaling krijg ik natuurlijk ook een flinke korting'. De kosten met betrekking tot de uitkoop van de server, in rekening gebracht bij de factuur van 22 januari 2009 zijn mitsdien toewijsbaar.

Ten aanzien van de onkosten op de domeinen is de kantonrechter van oordeel dat gedaagde deze kosten niet in voldoende mate heeft weersproken. Eiser heeft ter comparitie gemotiveerd toegelicht hoe deze onkosten op de domeinen tot stand zijn gekomen Ook de verhouding tussen de gefactureerde gewerkte uren (10) en het in rekening gebrachte uurtarief (€ 15,00) komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Gedaagde heeft immers niet gesteld noch anderszins inzichtelijk gemaakt wat in zijn ogen een redelijke begroting van gewerkte uren zou zijn. Bovendien heeft gedaagde niet weersproken dat partijen een uurtarief van € 15,00 zijn overeengekomen. Dit brengt met zich dat ook de onkosten op de domeinen en de gewerkte uren toewijsbaar zijn.

Het hiervoor overwogene leidt tot de slotsom dat beide facturen geheel toewijsbaar zijn, zodat m totaal € 939,99 aan hoofdsom voor toewijzing gereed ligt. De wettelijke rente ligt als met weersproken eveneens voor toewijzing gereed, met dien verstande dat deze rente over € 939,99 zal worden toegewezen vanaf de respectieve vervaldata van de facturen.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad € 150,00 worden toegewezen, nu uit de overgelegde producties is gebleken van voldoende incassoactiviteiten en gedaagde deze kosten niet heeft betwist.

Gedaagde dient als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiser tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van € 1.089,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 939,99 vanaf de respectieve vervaldata der facturen;

veroordeelt gedaagde in de aan de zijde van eiser gerezen proceskosten, welke worden begroot op € 430,25, waarin begrepen € 158,00 vastrecht, € 72,25 explootkosten en € 200,00 salaris gemachtigde;

wijst af het meer of anders gevorderde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. P. H. Brandts, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting m tegenwoordigheid van de griffier.

Proces-verbaal afschrift

Op 18 september 2009 verschenen voor mr. P.H. Brandts, kantonrechter te Heerlen, bijgestaan door S.C.M.J. Labruzzo, griffier, in de zaak tussen:

eiseres

en

gedaagde

eiseres, bijgestaan door mr. Cheung

gedaagde, verschijnende bij de heer X als eigenaar van Gedaagde.

Partijen lichten hun standpunt nader toe.

Mr. Cheung:

De hardware had betrekking op de huur van een server en de uitkoop van de huur van de server. Het gaat hierbij om de factuur van 22 januari 2009 van € 844,79, waaruit de uitkoop blijkt, en de daarbij behorende kortingsfactuur. Het was een dedicated server en geen shared server, waarvan X gebruik maakte. Voor de gang van zaken met betrekking tot deze server verwijs ik naar de als productie 7 bij dagvaarding overgelegde sms'jes. De van belang zijnde passages zijn onderstreept. Ik wijs op de sms van gedaagde van 21 januari, waarin gedaagde aangeeft dat haar website offline kan worden geplaatst en dat eiser een rekening voor zijn werk en kosten kan sturen. Verder is van belang de sms van gedaagde van 22 januari waarin hij wederom aangeeft dat eiser hem een rekening kan sturen. Vervolgens wijs ik op de sms van eiser van 22 januari waarin wordt aangegeven dat gedaagde het jaarcontract van de server zal moeten betalen en de daarop volgende sms van gedaagde van 22 januari waarin hij aangeeft dat dit geen probleem is. Op pagina 2 van productie 7 geeft gedaagde bij sms van 22 januari nogmaals aan dat hij de resterende 8 maanden in één keer wil betalen, maar dat hij dan wel verwacht een flinke korting te krijgen. Het verweer van gedaagde dat hij niet wist dat de huur niet voor een jaar was hoor ik nu voor het eerst. Het is normaal dat dergelijke huur per jaar plaatsvindt. Gedaagde komt steeds weer met nieuwe verweren.

De heer X:

Eiser en ik hebben inderdaad samen zaken gedaan. Er was dus een overeenkomst. Ik wil nog opmerken dat ik in eerste instantie niet heb gezien dat de server-huur voor een jaar was, ik dacht dat het per maand was. Over de factuur van 22 januari 2009 merk ik op dat het plaatsen van het frame geen vriendendienst was. Op die factuur zijn 10 arbeidsuren in rekening gebracht. Daarmee is het plaatsen van het frame berekend. Ik betwist de onkosten op de domeinen, zoals vermeld op de factuur van 22 januari, te zijn verschuldigd. Als ik een dedicated server heb, hoe kan ik dan in een keer onkosten hebben? Waarschijnlijk was er dus geen dedicated server. Die onkosten op de domeinen zijn gemaakt door de verhuizing van de ene naar de andere server, ik neem aan dat de verhuizing heeft plaatsgevonden van een shared naar een dedicated server. Hoe dan ook: ik ben van mening dat eiser de rekening heeft opgehoogd om mij vervolgens zogenaamd korting te geven.

Eiser:

De op de factuur van 22 januari 2009 opgenomen gewerkte uren hebben geen betrekking op het frame. Dat frame heb ik wel degelijk als vriendendienst geplaatst. Als gedaagde dit ontkent, wil ik hem voor werkzaamheden in verband met het frame best nog een factuur sturen. Die werkzaamheden zien op diverse aanpassingen die ik ten behoeve van gedaagde heb gedaan. Zo heb ik bijvoorbeeld een bladzijde van de website van gedaagde aangepast en voorts heb ik ook nog diverse andere werkzaamheden voor gedaagde verricht. Ik had gemakkelijk 20 uren in rekening kunnen brengen. Met gedaagde ben ik begonnen met shared hosting. Toen gedaagde mij aangaf dat hij een dedicated server wilde zijn we daartoe over gegaan. Gedaagde maakte toen dus gebruik van een dedicated server. Vervolgens heeft gedaagde aangegeven dat hij wilde stoppen. Toen heb ik het weer naar mijn eigen server over gezet, zodat de website op zwart kon gaan. De onkosten op de domeinen zoals gefactureerd op 22 januari 2009, hebben betrekking op de in opdracht van gedaagde verrichtte 2 verhuizingen, namelijk van de shared hosting naar de dedicated server en vervolgens het stoppen van de dedicated server. Ik heb in de factuur zelfs niet alle kosten van die verhuizingen gefactureerd. Normaal is met 2 verhuizingen van 10 domeinen: 10 (domeinen) maal € 20,00 maal 2 (verhuizingen) gemoeid.

Partijen verklaren ermee in te stemmen dat het proces-verbaal van deze behandeling buiten hun aanwezigheid wordt opgemaakt.

De kantonrechter verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 21 oktober 2009 om 10.00 uur voor vonnis. De kantonrechter wijst erop dat het mogelijk is dat het vonnis later dan voornoemde datum wordt uitgesproken, in verband met een achterstand in de afdoening van zaken bij de sector Kanton.

Waarvan is opgemaakt dit procesverbaal, dat door de kantonrechter en de griffier is vast­gesteld.