Bezorgkosten toegewezen

Tussen partijen was afgesproken dat er een levering zou plaatsvinden de woensdag vóór He­melvaart. Op die woensdag is echter niet geleverd. Na telefonisch contact met eiser is afge­sproken dat op Hemelvaartsdag om één uur bezorgd zou worden, uiteindelijk heeft de leve­ring om 01.00 uur 's-nachts plaatsgevonden. Hierdoor bevatte de rekening een speciaal nachttarief voor de bezorging, welk tarief geweigerd wordt te betalen, omdat het de schuld van eiser is dat niet op de afgesproken tijdstippen bezorgd is. Gedaagde is van mening dat eiser te laat heeft geleverd, waardoor aan hem een speciaal nachttarief in rekening wordt gebracht, hetgeen niet zou zijn overeengekomen. Eiser weerspreekt dit en stelt dat vanaf het moment dat bleek dat niet binnen de bij offerte overeengekomen termijn kon worden geleverd, door partijen, conform algemene voorwaar­den, nieuwe afspraken zijn gemaakt over de levering van de bestelde spullen. Naar het oordeel van de kantonrechter is hier waarschijnlijk een misverstand tussen partijen ontstaan omtrent het tijdstip van levering. In eerste instantie ging gedaagde er van uit dat op Hemelvaartsdag om één uur zou worden geleverd, vervolgens spreekt gedaagde over 13.00 uur 's-middags, terwijl eiser stelt dat 01.00 uur in de nacht van donderdag op vrijdag was afgesproken. Het verweer van gedaagde dient dan ook als niet dan wel onvoldoende gemotiveerd onder­bouwd te worden verworpen.

Datum: 27 februari 2008
Rechtbank: Maastricht, Sector Kanton, Locatie Heerlen
Zaaknummer: 276450 CV EXPL 07-7564

Vonnis van de kantonrechter

inzake:

Eiser,

onder meer handelend onder de naam, wonende, gevestigd en kantoorhoudende te,

gemachtigde mr. drs. C. Sneevliet, IntoCash te Rotterdam,

tegen

Gedaagde,

handelend onder de naam,

wonende,

Verder procesverloop

De bij het tussenvonnis van 2 januari 2008 gelaste comparitie van partijen heeft op 24 januari 2008 plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

De inhoud van voormelde stukken geldt als hier ingevoegd.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

Verdere beoorderling

Eiser vordert gedaagde bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroorde­len tot betaling van een bedrag van € 1.694,88, de tot 20-11-2007 vervallen wettelijke rente ad € 85,77, de wettelijke rente vanaf 20-11-2007 tot de dag der algehele voldoening, de bui­tengerechtelijke incassokosten van € 300,- excl. BTW en de kosten van dit geding, zulks ter zake van omstreeks mei 2007 door hem aan gedaagde verkochte en geleverde doosletters.

Eiser stelt dat beide partijen de leveringsvoorwaarden van het door SI’BON erkende signbedrijf hanteren en dat de op 21 mei 2007 aan gedaagde gezonden factuur ad € 1.694,88 is ontvangen en behouden, doch dat gedaagde deze ondanks herhaalde aanmaningen en sommaties onbetaald heeft gelaten, op grond waarvan hij mede incassokosten en rente vordert

Bij mondeling antwoord verklaart gedaagde akkoord te zijn gegaan met de ontvangen offerte van €1.170,-. Er was afgesproken dat de levering zou plaatsvinden de woensdag vóór He­melvaart. Op die woensdag is echter niet geleverd. Na telefonisch contact met eiser is afge­sproken dat op Hemelvaartsdag om één uur bezorgd zou worden, uiteindelijk heeft de leve­ring om 01.00 uur 's-nachts plaatsgevonden. Hierdoor bevatte de rekening een speciaal nachttarief voor de bezorging, welk tarief geweigerd wordt te betalen, omdat het de schuld van eiser is dat niet op de afgesproken tijdstippen bezorgd is. Gedaagde verklaart wel bereid te zijn € 1.170,-- te betalen.

De kantonrechter heeft vervolgens een comparitie van partijen bevolen, teneinde de nodige inlichtingen te bekomen en een regeling te beproeven.

Bij gelegenheid van de comparitie van partijen verklaart eiser dat de spullen op 16 mei (de dag vóór Hemelvaart) bij de spuiterij lagen te drogen en dat hij wist dat de spullen vóór He­melvaartsdag klaar moesten zijn en geleverd moesten worden. Eiser heeft daartoe de 16e drie keer met een medewerker van gedaagde gebeld om te zeggen dat de spullen lagen te drogen en om te vragen hoe geleverd moest worden. Eiser verwijst daarbij naar de voor beide partij­en van toepassing zijnde algemene voorwaarden, aangezien op grond van artikel 11 lid 4 van die voorwaarden de levering en de daaraan verbonden kosten voor rekening komen van de opdrachtgever (gedaagde). Eiser geeft aan met de betreffende medewerker van gedaagde te hebben afgesproken dat de levering zou plaatsvinden in de nacht van donderdag op vrijdag om 01.00 uur (18 mei) door medewerkers van eiser.

Eiser voegt hieraan toe dat gedaagde nimmer heeft gereageerd op betalingsherinneringen of sommaties.

Gedaagde weerspreekt dit en verklaart dat de afspraak was dat de zaken op 16 mei bij hem zouden zijn. Toen bleek dat dit niet lukte is de afspraak gemaakt dat de spullen op Hemel­vaartsdag (17 mei) zouden worden afgeleverd. Uiteindelijk is pas midden in de nacht geleverd.

Gedaagde verklaart tot twee keer toe telefonisch tegen de factuur te hebben geprotesteerd.

Gelet op het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat het geschil tussen partijen zich enkel toespitst tot de afleveringskosten. Ten processe is als onweersproken komen vast te staan dat tussen partijen de leveringsvoorwaarden van het door SFBON erkende signbedrijf van toepassing zijn.

Gedaagde is van mening dat eiser te laat heeft geleverd, waardoor aan hem een speciaal nachttarief in rekening wordt gebracht, hetgeen niet zou zijn overeengekomen. Eiser weerspreekt dit en stelt dat vanaf het moment dat bleek dat niet binnen de bij offerte overeengekomen termijn kon worden geleverd, door partijen, conform algemene voorwaar­den, nieuwe afspraken zijn gemaakt over de levering van de bestelde spullen. Naar het oordeel van de kantonrechter is hier waarschijnlijk een misverstand tussen partijen ontstaan omtrent het tijdstip van levering. In eerste instantie ging gedaagde er van uit dat op Hemelvaartsdag om één uur zou worden geleverd, vervolgens spreekt gedaagde over 13.00 uur 's-middags, terwijl eiser stelt dat 01.00 uur in de nacht van donderdag op vrijdag was afgesproken.

Eiser stelt dat gedaagde nimmer heeft gereageerd op betalingsherinneringen of sommaties, terwijl gedaagde verklaart tot twee maal toe telefonisch te hebben geprotesteerd.

Op grond van het bepaalde in artikel 15 lid 1 van de tussen partijen van toepassing zijnde algemene voorwaarden had gedaagde echter schriftelijk moeten reageren; "Een reclame met betrekking tot de door de opdrachtnemer verrichte werkzaamheden of (afgeleverde zaken of het bedrag van de factuur, dient de opdrachtgever binnen zeven dagen na het moment van afleveren respectievelijk na de factuurdatum schriftelijk aan de opdrachtnemer mede te de­len. "

Gedaagde heeft zich niet aan deze voorwaarde gehouden, althans ten processe is niet komen vast te staan dat gedaagde binnen de gestelde termijn schriftelijk heeft gereageerd op de fac­tuur van 21 mei 2007 waarbij aan hem een bedrag van € 271,40 excl. BTW aan bezorgkosten in rekening is gebracht.

Het verweer van gedaagde dient dan ook als niet dan wel onvoldoende gemotiveerd onder­bouwd te worden verworpen.

Op grond van het bepaalde in artikel 11 lid 4 van de algemene voorwaarden is gedaagde vervolgens gehouden tot betaling van de bezorgkosten.

De vordering van eiser behoort mitsdien inclusief de onweersproken gelaten buitengerechte­lijke kosten te worden toegewezen, met veroordeling van gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding.

Uitspraak

De Kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen bewijs van kwijting aan eiser te betalen:

a. de somma van € 1.694,88;

b. de tot 20-11 -2007 vervallen wettelijke rente ad € 85,77;

c. de wettelijke rente over € 1.694,88 vanaf 20-11-2007 tot aan de dag der algehele vol­doening;

d. de buitengerechtelijke incassokosten ad € 300,- excl. BTW;

veroordeelt gedaagde in de aan de zijde van eiser gerezen proceskosten, welke worden be­groot op € 583,31, waarin begrepen € 199,00 vastrecht, € 84,31 explootkosten en € 300,-aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Aldus gewezen door mr. A.C. Oosterman-Meulenbeld, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare civiele terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.