Boober lening - SBAG is gerechtigd te incasseren

Boober hield zich bezig met 'crowdfunding'. Zo kwamen er particuliere geldverschaffers ('uitleners') en geldbehoevende ('inleners') die elkaar konden vinden. Het contact tussen beide liep via Boober waardoor de uitleners niet op de hoogte waren van de identiteit van de inlener en andersom. Toen Boober in 2009 failliet ging kwam er dus een hoop verwarring tussen partijen, die nogsteeds anoniem voor elkaar waren. SBAG (eiser) is een stichting die zich bezighoud met de afwikkeling van deze leningen. De gedaagde had toentertijd een lening bij boober afgesloten en Eiser vordert daar nu betaling van. Bij de lening van gedaagde hoorde 36 uitleners. 33 hiervan hebben zich aangesloten bij de SBAG. De rechter oordeelt dat het duidelijk is dat de gedaagde het genoemde geld heeft geleend. De hoofdsom wordt dan ook toegewezen. Als de gedaagde zich hieraan houdt, zal het bedrag van de drie uitleners die zich niet hebben aangesloten bij de SBAG aan de gedaagde worden terugbetaald. Verder gaf de Gedaagde aan dat hij niet wist of de SBAG daadwerkelijk het recht had om zijn vordering te incasseren. De rechter vindt dit geen goede reden om niet te betalen, gezien hij zelf ook geen moeite heeft gedaan om te zoeken aan wie hij moest betalen. Bovendien had de SBAG in een e-mail van 2012 al alle benodigde informatie gegeven. De Gedaagde moet als de in het ongelijk gestelde partij zijn lening plus alle kosten betalen.

Datum: 10 december 2014
Rechtbank: Rechtbank Den Haag
Zaaknummer: 3040095 \ CV EXPL 14-2789

Vonnis

in de zaak van:

de stichting Stichting Boober Afwikkeling Gebruikersovereenkomsten, statutair gevestigd te en kantoorhoudende te, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung (IntoCash),

 

tegen

Gedaagde, wonende te, gedaagde partij,

gemachtigde: mr. K.R. Sewnarain Sukul.

 

Partijen worden aangeduid als "SBAG" en "Gedaagde".

1.  Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de dagvaarding van 28 april 2014 met producties, de conclusie van antwoord met producties, de conclusie van repliek met producties, de conclusie van dupliek met producties.

Na conclusie van dupliek is een inlichtingen- en schikkingscomparitie gelast.

De comparitie is gehouden op 4 november 2014; van het verhandelde is aantekening gehouden.

Ter zitting heeft SBAG nog producties overgelegd.

2.  Feiten

Op grond van de onweersproken inhoud van de stukken gaat de kantonrechter van het volgende uit.

2.1 Boober Nederland B.V. (v.h.o.d.n. Boober Benelux B.V) (hierna Boober) is opgericht op 24 januari 2007. Boober hield zich bezig met crowdfunding. Zij exploiteerde via elektronische weg een platform (www.boober.nl) waarop particuliere geldversehafifers (uitleners) en geldbehoevenden (inleners) elkaar konden vinden. Boober bood administratieve ondersteuning ter zake de totstandkoming, het beheer en de incasso van de via het platform aangeboden leningen. Gedurende de gehele looptijd van de lening vond het contact tussen uitlener en inlener plaats via Boober. Terugbetaling geschiedt niet aan alle uitleners afzonderlijk, maar centraal via Boober, waarna verdeling naar rato onder de uitleners plaatsvindt.

2.2   Uitleners waren niet op de hoogte van de identiteit van de inlener en andersom. Uitleners onderling waren ook niet op de hoogte van eikaars identiteit.

2.3   Gedaagde heeft op 27 november 2007 een "Gebrnikersverklaring Boober" getekend. Het volgende staat in deze verklaring:

"IN AANMERKING NEMENDE:

(...)

-Boober faciliteert daarmee (slechts) een platform op internet waarmee gebruikers elkaar kunnen vinden en faciliteert de incasso van aldus tot stand gekomen geldleningen-,"

2.4   Artikel 3.1. uit de Gebruikersverklaring luidt als volgt:

"De Uitlener verleent hierbij aan Boober uitdrukkelijk last en volmacht, bij uitsluiting van deze gebruiker, voor hem uitvoering te geven aan door hem gesloten leningovereenkomst teneinde het door hem ter leen verstrekte onmiddellijk door te betalen aan de Inlener en terugbetalingen inclusief rente en kosten voor hem te incasseren. Boober treedt hierbij op namens en voor rekening en risico van Uitlener, "

2.5   Artikel 4.1. uit de Gebruikersverklaring luidt als volgt:

"De door de Inlener ingevolge de leningovereenkomst aangegane verbintenissen zijn, ook voor diens rechtsopvolgers, ondeelbaar."

2.6   Gedaagde heeft een oproep tot geldlening op het platform geplaatst met de volgende details:

"ID Lening                                                                Bedrag            Rente              Looptijd

B741 Aflossen lening met te hoge rente             5.000               12.50              60

Motivatie

Ik wil graag hiermee een bestaande lening aflossen... deze heeft een rentepercentage van 13.9% en dat vind ik wat te hoog. Ik hoop dat jullie me hiermee willen helpen. Hieronder nog wat gegevens over mij: Leeftijd 24FT-baan, 20.500 eur(bruto) op jaarbasis (excl. bonussen e.d.) Mochten er verder nog vragen zijn, dan beantwoord ik die graag! Alvast bedankt!"

2.7   Er waren 36 uitleners bereid om bij elkaar het gevraagde bedrag uit te lenen aan Gedaagde. Boober heeft op grond van de door de uitleners aan haar verstrekte machtiging een totaalbedrag van € 5.000,00 afgeschreven van de bij leningsnummer 741 betrokken uitleners.

2.8 Gedaagde kon voornoemd bedrag lenen tegen een rentevergoeding van 12,5% per jaar, af te betalen in 60 maandelijkse termijnen van € 110,81.

2.9 Op 9 februari 2008 heeft Boober een bedrag van € 4.775,00 aan Gedaagde overgemaakt. Dit bedrag is overgemaakt na aftrek van provisies, administratiekosten e.d.

2.10 Door Gedaagde is in totaal € 997,29 op de lening afgelost via Boober.

2.11 Op 4 augustus 2009 is Boober failliet verklaard.

2.12 Boober uitleners hebben zich vervolgens verenigd in Stichting Boober Afwikkeling Gebruikersovereenkomst (hierna SBAG) om de leningen te incasseren. Op 6 mei 2009 is SBAG opgericht.

2.13   Er zijn door SBAG 33 getekende Deelnemersverklaringen overgelegd. 3 uitleners hebben geen Deelnemersverklaring getekend.

2.14   In artikel 3.3. van de Deelnemersverklaring staat het volgende: "Deelnemer verklaart hierbij vooral zijn leningen onbeperkte volmacht aan voornoemd gekozen "VertegenwoordigendDeelnemer" te geven, om datgene te doen, wat naar het oordeel van de Vertegenwoordigend Deelnemer redelijkerwijs wenselijk en/of noodzakelijk is in het kader van de incasso-opdrachten. "

2.15   F.J.M. Schokkenbroek (hierna Schokkenbroek) is de vertegenwoordigend deelnemer ten aanzien van de lening met Gedaagde, ook wel aangeduid als leningscoördinator.

2.16  In de "Overeenkomst van lastgeving" tussen Schokkenbroek en SBAG d.d. 9 maart 2014 staat het volgende:

"In aanmerking nemende dat:

(...)

c.             Lasthebber (SBAG, kantonrechter) naar aanleiding van het faillissement van Boober is opgericht om de belangen te behartigen van particulieren die in de periode van 2 februari 2007 tot 1 april 2009 via Boober geld hebben uitgeleend en die hun leningen en de daaraan verbonden rentebetalingen niet of niet volledig (terugbetaald hebben gekregen (hier te noemen "de Kredietgevers ");

d.            Lasthebber in dat kader met een groot aantal Kredietgevers gebruikersovereenkomsten is aangegaan ter behartiging van hun belangen en dat in die gebruiksovereenkomsten de voorwaarden zijn neergelegd waaronder Lasthebber de belangen van de Kredietgevers kan behartigen;

e.            in de Gebruikerovereenkomsten niet is voorzien in de bevoegdheid van Lasthebber om al dan niet in eigen naam, in rechte op te treden ter behartiging van de belangen van Kredietgevers

(...)

Artikel 1: Lastgeving

1.1 Lastgever (Schokkenbroek, kantonrechter) geeft aan Lasthebber de last, welke last Lasthebber van Lastgever aanvaardt, om in het belang van Lastgever voor rekening van Lastgever doch op eigen naam en in verband met de Geldlening:

-             de Procedure te entameren en als procespartij op te treden in de Procedure (...);

-             vonnissen (...) verkrijgen;

-             eventuele procedure te voeren ter verkrijging van een executoriale titel;"

2.17 De betalingsachterstand bedraagt per einde looptijd d.d. 26 december 2012 € 5.651,31.

3. Vordering

SBAG vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Gedaagde tot betaling van:

a. de hoofdsom ad € 5.651,31;

b. primair de overeengekomen rente over de hoofdsom vanaf de vervaldatum tot aan 29 maart 2014 ad € 911,08, subsidiair de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de vervaldatum tot aan 29 maart 2014;

c. primair de overeengekomen rente over de hoofdsom vanaf 29 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, subsidiair de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 29 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

d.    primair de buitengerechtelijke incassokosten op grond van artikel 4.2. van de overeenkomst/gebruikersverklaring ad € 1.025,72 inclusief btw, subsidiaire 795,66 op grond van artikel 6:96 BW, het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, het rapport Voorwerk II, alsmede op grond van de redelijkheid en billijkheid;

e.   de kosten van deze procedure;

f.    de nakosten;

g.   de kosten van de dagvaarding.

4.   Verweer

Gedaagde heeft verweer gevoerd, waarop -indien noodzakelijk- bij de beoordeling op wordt ingegaan.

5.   Beoordeling

Tussen partijen staat vast dat Gedaagde via Boober een geldleningovereenkomst heeft gesloten. De uitleners hebben het geleende bedrag ad € 5.000,00 aan Gedaagde uitgeleend. Gedaagde heeft de hoogte van de gevorderde hoofdsom niet weersproken. Door Gedaagde is niet langer betwist dat SBAG gerechtigd is de onderhavige vordering te incasseren. De kantonrechter wijst de gevorderde hoofdsom ad € 5.651,31 dan ook toe.

Ter zitting is door de gemachtigde van SBAG opgemerkt dat drie uitleners zich niet hebben gemeld bij Schokkenbroek/SBAG. Deze drie uitleners vertegenwoordigen een bedrag van € 485,00, zoals blijkt uit de door SBAG overgelegde productie ter zitting. Dit heeft tot gevolg dat als Gedaagde zich houdt aan het terugbetalen van de vordering en deze drie uitleners zich in de tussentijd niet melden, het bedrag van € 485,00 aan Gedaagde zal worden terugbetaald.

Gedaagde heeft de rente en buitengerechtelijke incassokosten betwist. Hij heeft aangevoerd dat hij wegens het faillissement van Boober niet wist aan welke partij hij bevrijdend kon betalen. Gedaagde heeft verscheidende malen om informatie gevraagd waaruit zou blijken dat SBAG het recht had onderhavige vordering te incasseren. Nu hij deze informatie niet (tijdig) heeft ontvangen, is Gedaagde geen rente verschuldigd. De kantonrechter is van oordeel dat Gedaagde een beroep op artikel 6:37 BW kan doen, echter heeft dit niet tot gevolg dat de rente dan niet verschuldigd is over de periode dat Gedaagde zijn betaling, en daarmee nakoming van de leenovereenkomst, heeft opgeschort. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat niet uit het dossier is gebleken dat Gedaagde reeds na het faillissement van Boober heeft proberen te achterhalen aan wie hij moest betalen. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan dit verweer.

Een beroep op artikel 6:58 BW kan eveneens niet slagen nu alleen een beroep op dit artikel kan worden gedaan indien is gebleken dat Gedaagde zijnerzijds daartoe het nodige heeft gedaan om de vordering na te komen. Uit het dossier is gebleken dat Gedaagde pas in actie is gekomen nadat hij is aangeschreven door Schokkenbroek, welke hem in ieder geval in de e-mail van 28 mei 2012 alle benodigde informatie heeft verschaft om vanaf dat moment de overeenkomst na te komen.

De tussen partijen overeengekomen rente ad € 911,08 is gelet op het voorgaande toewijsbaar.

SBAG heeft een specificatie van de buiten rechte verrichte werkzaamheden verstrekt. Gelet op de aard en de omvang van de werkzaamheden zoals blijkende uit de in zoverre niet weersproken specificatie, en de overige omstandigheden van het geval, is toewijsbaar 15% van de hoofdsom inclusief btw, te weten € 1.025,72. Ter zitting is eveneens voldoende

inzichtelijk gemaakt en toegelicht dat Schokkenbroek Gedaagde meerdere malen schriftelijk dan wel telefonisch heeft benaderd om onderhavige vordering buiten rechte op te lossen.

Door de gemachtigde van SBAG wordt opgemerkt dat drie uitleners zich niet hebben gemeld bij Schokkenbroek/SBAG. Deze drie uitleners vertegenwoordigen een bedrag van € 485,00, zoals blijkt uit de door SBAG overgelegde productie ter zitting. Dit heeft tot gevolg dat als Gedaagde zich houdt aan het terugbetalen van de vordering en deze drie uitleners zich in de tussentijd niet melden, het bedrag van € 485,00 aan Gedaagde zal worden terugbetaald.

De vordering wordt toegewezen met veroordeling van Gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten. Tevens wordt Gedaagde veroordeeld in de nakosten, die de kantonrechter begroot op € 100,00.

6. Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan SBAG te betalen € 7.588,11 vermeerderd met de contractuele rente over € 5.651,31 vanaf 29 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van deze procedure, aan de zijde van SBAG tot op deze uitspraak vastgesteld op € 1.289,52, waarvan € 750,00 aan salaris voor de gemachtigde van SBAG, een en ander onverminderd de eventueel over de proceskosten verschuldigde btvv, alsmede in de nakosten, die door de kantonrechter worden begroot op € 100,00;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard en uitgesproken ter openbare terechtzitting