Brand rechtvaardigt geen opschorting betaling huur

Eiser verhuurt aan Gedaagde een woning. De gedaagde heeft al enkele maanden de huur niet betaald. Ook is er brandschade in de woning geweest die de eiser heeft laten herstellen. Gedaagde betwist de huurachterstand. Zij zegt dat er een brand in de woning is geweest en dat de woning pas na 3,5 maand door eiser is opgeknapt. Gedaagde heeft toen pas weer gebruik kunnen maken van de woning. Tijdens de comparitie van partijen laat de eiser zien dat hij de herstelwerkzaamheden veel eerder had afgerond. Het verweer van gedaagde is dus onterecht. Ook blijkt er nergens uit dat zou zijn afgesproken dat er geen huur betaald hoeft te worden zolang er herstelwerkzaamheden uitgevoerd werden. Het volledige bedrag wordt door de rechter toegewezen.

Datum: 12 januari 2010
Rechtbank: Rotterdam, sector Kanton, locatie Rotterdam
Zaaknummer: 1032381 \ CV EXPL 09-43185

Vonnis

in de zaak van

Eiser, woonplaats: eiser bij exploot van dagvaarding van 2 september 2009,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung te Rotterdam,

tegen

Gedaagde, woonplaats: gedaagde, in persoon.

Het verloop van de procedure

Eiser heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde te , te ontbinden en gedaagde te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde en tot betaling aan eiser van de door eiser genoemde bedragen, waarin begrepen € 3.080,00 aan achterstallige huur berekend tot 22 september 2009.

Gedaagde heeft op de eis geantwoord.

Bij vonnis van 20 oktober 2009 is een comparitie van partijen gelast die is gehouden op 10 december 2009. Eiser is in persoon verschenen, vergezeld van zijn gemachtigde. Gedaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Vooruitlopend op de comparitie van partijen heeft eiser stukken aan de kantonrechter en de wederpartij doen toekomen.

Het vonnis is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties staat tussen partijen -zakelijk weergegeven en voorzover thans van belang- het volgende vast:

Eiser verhuurt aan gedaagde de gestoffeerde woning aan de, tegen een huurprijs van € 675,00 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. De huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van 1 jaar, van 22 februari 2009 tot 21 februari 2010.

Gedaagde is sinds mei 2009 in gebreke gebleven met de betaling van de huurtermijnen.

Nadat er brandschade in de woning is geweest, heeft eiser herstelwerkzaamheden in de' woning laten verrichten. De werkzaamheden zijn op 27 april 2009 afgerond.

De standpunten van partijen

Aan de eis heeft eiser - zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

Gedaagde is in gebreke gebleven met de betaling van de huurtermijnen sinds mei 2009 De huurachterstand berekend tot 22 september 2009 bedraagt € 2.850,00. Daarnaast heeft ' gedaagde de waterschapsbelasting, rioolbelasting en raagkosten schoorsteen voor een totaalbedrag van € 230,00 onbetaald gelaten.

Eiser heeft getracht de huurachterstand zelf te incasseren, echter zonder resultaat. Eiser was derhalve genoodzaakt de vordering uit handen te geven aan zijn gemachtigde De gemachtigde van eiser heeft buitengerechtelijke werkzaamheden verricht De buitengerechtelijke kosten bedragen € 535,50. Daarnaast vordert eiser rente van € 22 30 berekend tot 25 augustus 2009.

Naast bovenstaande bedragen vordert eiser ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De ernstige wanprestatie van gedaagde rechtvaardigt ontbinding. Primair vordert eiser een schadebedrag van € 3.375,00 (resterende huurtermijnen tot en met 21 februari 2010) en subsidiair schadevergoeding op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Gedaagde heeft tegen de vordering - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Gedaagde betwist de huurachterstand. Zij voert aan dat er eind maart brand in de woning is geweest en dat de woning pas na 3,5 maand door eiser is opgeknapt. Gedaagde heeft in juli 2009 pas weer gebruik kunnen maken van de woning.

De beoordeling van de vordering

Eiser heeft zijn vordering ter comparitie van partijen nader toegelicht. Blijkens de overgelegde stukken zijn de herstelwerkzaamheden in de woning op 27 april 2009 afgerond. Het verweer van gedaagde dat zij pas in juli 2009 gebruik heeft kunnen maken van de woning gaat derhalve niet op. Niet gesteld of gebleken is dat partijen hebben afgesproken dat gedaagde tot 27 april 2009 geen huur aan eiser is verschuldigd, zodat de gevorderde huurachterstand ten bedrage van € 2.850,00 als onvoldoende gemotiveerd betwist zal worden toegewezen.

De overige gevorderde kosten (o.a. rioolbelasting) behoren niet tot de overeengekomen huurprijs. Deze zullen als ongegrond worden afgewezen.

De niet betwiste buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar.

De rente zal worden toegewezen, zoals hierna vermeld.

De hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde. Het gevorderde bedrag van € 675,00 per maand zal eveneens worden toegewezen tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen € 3.385,50 aan achterstallige huur berekend tot 22 september 2009 en buitengerechtelijke kosten; vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over het saldo vanaf 22 april 2009 dat aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens, na elke credit- en debetmutatie, heeft uitgestaan, tot de dag der algehele voldoening;

ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt gedaagde om binnen 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege gedaagde daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van eiser te stellen;

machtigt eiser om, indien gedaagde het gehuurde niet tijdig ontruimt, die ontruiming zelf te laten uitvoeren, zo nodig met behulp van de daartoe bevoegde macht;

veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen een bedrag van € 675,00 voor iedere maand met ingang van 22 september 2009 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, een ingegane maand te rekenen voor een gehele;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser vastgesteld op € 293,98 aan verschotten en € 350,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.