Buitengerechtelijke kosten terecht gerekend

Er zijn door de eiser 3 deuren en 7 kozijnen verkocht aan de gedaagde. De gedaagde heeft slechts de helft van het bedrag betaald. De gedaagde zegt dat de deur verkeerd bemeten was door een fout van de eiser. Hiervoor moest er een nieuwe deur komen en die wil de gedaagde niet betalen, de overige hoofdsom wel. Ook de incassokosten wil de gedaagde niet betalen, want er zouden niet voldoende incassobrieven verzonden zijn. Omdat de gedaagde de hoofdsom erkent is het bedrag toewijsbaar. Ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar. Door niets te betalen ondanks sommatie daartoe moest de eiser de vordering wel uit handen geven. De rechter oordeelt dat de werkzaamheden de gehele vergoeding verdienen.

Datum: 24 oktober 2011
Rechtbank: Amsterdam, Sector Kanton, Locatie Amsterdam
Zaaknummer: 1250626 CV EXPL 11-15975

Vonnis van de kantonrechter

Inzake

de vennootschap onder firma EISER, gevestigd te , eiseres nader te noemen Eiser

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung

tegen

de besloten vennootschap GEDAAGDE kantoorhoudende te ,gedaagde nader te noemen Gedaagde

procederende bij:

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

De volgende processtukken zijn ingediend:

de dagvaarding van 29 april 2011 inhoudende de vordering van Eiser met producties;

de conclusie van antwoord van Gedaagde met producties.

Ingevolge tussenvonnis van 13 juli 2011 is vervolgens nog ingediend:

de conclusie van repliek van Eiser met producties.

Gedaagde heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hierop schriftelijk of mondeling te reageren.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

Als gesteld en niet voldoende weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:

Eiser heeft aan Gedaagde 3 deuren en 7 kozijnen verkocht en geleverd. Eiser heeft Gedaagde daarvoor bij factuur van 14 maart 2010 € 4.000,00 inclusief BTW in rekening gebracht. Bij factuur van 5 april 2010 heeft Eiser Gedaagde € 520,00 incl. BTW in rekening gebracht. Laatstgenoemde factuur vermeldt onder andere:

'deur ingekort en nieuw glas'

Gedaagde heeft aan Gedaagde slechts een bedrag van € 2.000,00 betaald.

Eiser heeft haar vordering ter incasso uit handen gegeven. De incassogemachtigde heeft op 1 november 2010, 8 november 2010 en 15 november 2010 Gedaagde schriftelijk gesommeerd tot betaling op het adres te. Vervolgens zijn er sommaties verzonden naar andere adressen in en op 24 december 2010 en 31 december 2010.

Vordering en verweer

Eiser vordert dat Gedaagde bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

€ 2.520,00 aan hoofdsom;

€ 450,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

€ 201,55 aan rente, berekend tot 7 april 2011;

rente over € 2.520,00 vanaf 7 april 2010;

de proceskosten van Eiser.

Eiser stelt hiertoe - kort gezegd - dat Gedaagde ondanks sommatie daartoe geen volledige betaling heeft verricht met betrekking tot de onder 1.1. bedoelde koopovereenkomst.

Gedaagde voert bij conclusie van antwoord gemotiveerd verweer en voert aan - kort gezegd - dat één van de drie deuren verkeerd was bemeten, hetgeen een fout van Eiser dan wel Gedaagde kan zijn. Eiser kon de gemaakte deur niet inkorten en moest een nieuwe deur maken. De daarvoor in rekening gebrachte kosten van € 520,00 bij factuur van 5 april 2011 wil Gedaagde niet voldoen, de overige gevorderde hoofdsom wel. Gedaagde is evenmin bereid de buitengerechtelijke kosten te voldoen. En zijn niet voldoende incassobrieven verzonden en bovendien is de verkeerde rechtspersoon aangemaand.

Bij conclusie van repliek heeft Eiser gesteld - kort gezegd - dat de deur verkeerd bemeten was door Gedaagde die de afmetingen heeft opgenomen en verwerkt in een tekening volgens welke Eiser de deuren heeft gemaakt. Vervolgens is de verkeerd bemeten deur ingekort en wordt betwist dat een geheel nieuwe deur is gemaakt. De incassokosten zijn wel degelijk verschuldigd, Gedaagde is aangemaand echter in een eerdere procedure betreffende deze vordering is abusievelijk de besloten vennootschap gedagvaard in plaats van Gedaagde. Naar aanleiding hiervan is Gedaagde nogmaals in de gelegenheid gesteld te betalen of inhoudelijk te reageren, hetgeen geweigerd is. Ook zijn er naast de schriftelijke sommaties, sommaties per e-mail verzonden en is er telefonisch contact geweest, aldus Eiser.

Beoordeling

Van de gevorderde hoofdsom wordt een bedrag van € 2.000,00 als verschuldigd erkend zodat dit bedrag toewijsbaar is. Niet weersproken is de stelling van Eiser bij conclusie van repliek, onderbouwd met een bewijsstuk, dat de afmetingen van de te maken deuren door Gedaagde op basis van een tekening zijn aangeleverd. Verder heeft Eiser betwist dat een geheel nieuwe deur gemaakt diende te worden, de oude deur is vermaakt. Nu deze stelling ook onweersproken is gebleven staat vast dat de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst toe te rekenen is aan Gedaagde en mocht Eiser voor het herstellen daarvan extra kosten in rekening brengen die niet buitenproportioneel voorkomen. Dit betekent dat de gehele gevorderde hoofdsom toewijsbaar is als hierna te melden. De ontvangst van de facturen is niet betwist zodat Gedaagde door niet betaling daarvan in verzuim is geraakt. De wettelijke rente is daardoor toewijsbaar als hierna te melden.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar. Door geen betalingen te verrichten ondanks sommatie daartoe heeft Gedaagde Eiser genoodzaakt haar vordering uit handen te geven. Dat een verkeerde rechtspersoon is gedagvaard uiteindelijk doet niet ter zake. De sommaties hebben Gedaagde bereikt en niet weersproken is dat tevens sommaties per e-mail zijn verzonden en Gedaagde na de procedure waarbij de verkeerde rechtspersoon is gedagvaard door de incassogemachtigde in de gelegenheid is gesteld om de vordering te voldoen dan wel inhoudelijk te reageren. Dat zij dat heeft nagelaten komt voor haar risico. De werkzaamheden rechtvaardigen een vergoeding. De gevraagde vergoeding valt binnen het bij deze Rechtbank, sector kanton daartoe gehanteerde tarief.

Nu Gedaagde in het ongelijk is gesteld wordt zij veroordeeld in de kosten van de procedure gevallen aan de zijde van Eiser.

BESLISSING

De kantonrechter;

veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van:

€ 2.520,00 aan hoofdsom; vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 7 april 2011 tot aan de voldoening; € 450,00 aan buitengerechtelijke incassokosten; € 201,55 aan wettelijke rente, berekend tot 7 april 2011;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van Eiser tot op heden begroot op:

-griffierecht:   € 142,00

-kosten dagvaarding:  € 76,31

-salaris gemachtigde:  € 350,00

totaal: €568,31 inclusief eventueel verschuldigde BTW;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door M.E.B, Terwee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 oktober 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.