Buitengerechtelijke kosten toegewezen, betwisting ontvangen sommaties

In deze zaak heeft een man genaamd Erflater een geldlening gesloten met de gedaagde. Dit is vastgelegd in een leenovereenkomst. Erflater is echter overleden. Nu willen de erfgenamen (eisers) dit geld terug. Volgens de gedaagde hebben deze eisers in hun brieven nooit duidelijk aangegeven dat zij de erfgenamen zijn van Erflater. Nu het in de procedure wel duidelijk is geworden dat het om de erfgenamen gaat, zal de rechter de lening laten terugbetalen door de gedaagde. Daarnaast ontkent de eiser aanmaningsbrieven van IntoCash te hebben ontvangen, maar dit vindt de rechter niet geloofwaardig, aangezien er nooit problemen zijn geweest met de post op het adres van de gedaagde.

Datum: 15 februari 2012
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie 's-Gravenhage
Zaaknummer: 1092096 RL EXPL 11-23334

Vonnis

in de zaak van

EISER1,wonende te,

EISER 2, wonende te, gemeente,

EISER 3, wonende te, gemeente,

EISER 4, wonende te, gemeente,

eisende partijen,

gemachtigde: mr. E.C.Y Cheung (IntoCash),

allen in hun hoedanigheid als erfgenaam van

tegen

GEDAAGDE,

wonende te, gemeente, gedaagde partij, gemachtigde:

Partijen worden hierna ook aangeduid als "eisers" en "Gedaagde".

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

de dagvaarding van 4 augustus 2011;

de conclusie van antwoord;

de bij brief van 23 december 2011 door eisers overgelegde productie.

Op 4 januari 2012 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Bij die gelegenheid zijn eisers vergezeld van hun gemachtigde en Gedaagde in persoon verschenen.

Feiten

Erflater (hierna: Erflater) heeft met Gedaagde een overeenkomst van geldlening gesloten uit hoofde waarvan Erflater aan Gedaagde heeft geleend een bedrag van € 8.995,00 tegen een rente van 6 % per jaar met een looptijd van 1,5 jaar (hierna: de lening). De leenovereenkomst is door beide partijen op 14 september 2009 ondertekend. Erflater is op 10 november 2010 overleden.

Vordering

Eisers vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Gedaagde tot betaling van een bedrag van € 10.431,24 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 8.995,00 vanaf 22 juli 2011 tot de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de proceskosten.

Eisers hebben aan hun vordering het navolgende ten grondslag gelegd. De lening ad € 8.995,00 is op 11 maart 2011 opeisbaar geworden. Gedaagde heeft, ondanks dat hij hiertoe herhaaldelijk is aangemaand, de vordering onbetaald gelaten. Gedaagde is hierdoor een bedrag van € 952,00 wegens buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente, tot 27 juli 2011 vastgesteld op een bedrag van € 585,24, verschuldigd.

Verweer

Gedaagde heeft verweer gevoerd waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

Beoordeling

Gedaagde heeft de lening erkend, doch bij gebrek aan wetenschap betwist dat eisers de erfgenamen zijn van Erflater. Gedaagde is niet bekend met een verklaring van erfrecht. Volgens Gedaagde hebben eisers op geen enkele wijze in hun brieven voorafgaande aan deze procedure aangegeven op welke grond zij in de positie van erfgenamen zijn getreden. Mocht blijken dat eisers de rechtsopvolgers van Erflater zijn, dan blijven de nodeloze kosten van deze procedure om die reden voor eisers, aldus Gedaagde. Voorts betwist Gedaagde sommaties te hebben ontvangen en betwist hij dat er buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Het bedrag van € 952,00 is volgens Gedaagde niet conform de staffel kantonrechters nu de vordering in hoofdsom niet meer dan € 10.000,00 bedraagt. Bovendien stelt Gedaagde dat hem alleen een bedrag van € 833,00 is aangezegd en niet het gevorderde bedrag van € 952,00. De wettelijke rente ad € 585,24 wordt door Gedaagde erkend.

Gedaagde heeft de vordering met betrekking tot de lening erkend en na kennisneming van de verklaring van erfrecht niet langer betwist dat eisers de erfgenamen zijn van Erflater. Naar het oordeel van de kantonrechter ligt de vordering met betrekking tot het bedrag van de lening ad € 8.995,00 derhalve voor toewijzing gereed.

Met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten overweegt de kantonrechter als volgt. Voor toewijzing van de buitengerechtelijke kosten is eerst plaats indien de kosten redelijk zijn en de verrichte werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk waren om voldoening van de vordering te verkrijgen. In dit geval zijn door eisers een drietal aanmaningsbrieven overgelegd waarvan Gedaagde ontkent deze te hebben ontvangen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Gedaagde echter niet aannemelijk gemaakt dat er zich vaker problemen voordoen met betrekking tot de postbezorging op zijn adres zodat de kantonrechter er vanuit gaat dat deze brieven wel bij Gedaagde bezorgd zijn. Daarnaast acht de kantonrechter de door (de gemachtigde van) eisers verrichte werkzaamheden voldoende voor toewijzing van dit gedeelte van de vordering. De kosten zullen echter worden toegewezen tot het bedrag van € 833,00 inclusief BTW zulks conform de staffel kantonrechters nu de toewijsbare hoofdsom € 8.995,00 bedraagt.

De vordering met betrekking tot de wettelijke rente wordt door Gedaagde erkend zodat ook dit gedeelte van de vordering voor toewijzing gereed ligt.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Dat er nodeloos kosten zijn gemaakt, zoals door Gedaagde gesteld, is de kantonrechter niet gebleken. Uit de stukken blijkt niet dat Gedaagde in een eerder stadium bezwaar heeft gemaakt tegen de vordering van eisers, zodat eisers niet ten onrechte Gedaagde hebben betrokken in een gerechtelijke procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen een bedrag van € 10.413,24 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 8.995,00 vanaf 22 juli 2011 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van eisers vastgesteld op een bedrag van € 892,81 waarin begrepen een bedrag van € 600,00 wegens salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. M. de Leeuw en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 februari 2012.