Consumentenkoop - gedaagde heeft niet binnen twee maanden geklaagd

Partijen hebben een overeenkomst gesloten. Eiser zou de keuken van de Gedaagde renoveren en alle onderdelen verzorgen die daarbij nodig zouden zijn. Na de werkzaamheden bleek de Gedaagde niet helemaal tevreden te zijn op alle punten en heeft hij de Eiser in gebreke gesteld. Hierbij kreeg de eiser de mogelijkheid om de gebreken te herstellen. Eiser heeft dit gedaan en heeft Gedaagde nog €500,- korting gegeven. Hierna gaf Gedaagde aan zeer tevreden te zijn over het eindresultaat. Na de werkzaamheden wilt Gedaagde opeens niet betalen, waardoor Eiser genoodzaakt was om naar de rechter te stappen. In de procedure erkent Eiser dat Gedaagde klachten had over de werkzaamheden, alleen is ze ruimschoots tegemoet gekomen aan deze klachten. Partijen hebben immers overeenstemming bereikt en Gedaagde gaf aan tevreden te zijn met het resultaat.

Gedaagde geeft als verweer dat er sprake zou zijn van een consumentenkoop en dat de overeenkomst niet binnen een redelijk termijn of zonder overlast is uitgevoerd. Hij doet een beroep op artikel 7:22 lid 1 sub a waarin is bepaald dat indien het afgeleverde niet aan de overeenkomst voldoet, de koper bij een consumentenkoop de bevoegdheid heeft de overeenkomst te ontbinden. De rechter oordeelt dat er inderdaad sprake is van een consumentenkoop. Op grond van artikel 7:23 BW kan een koper geen beroep meer op doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, als hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis heeft gegeven. Bij een consumentenkoop is een kennisgeving binnen een termijn van twee maanden na ontdekking tijdig.

De rechter oordeelt dat de klachten die Gedaagde aangeeft al een hele tijd zichtbaar moeten zijn geweest. Hij had dit dan ook binnen bekwame tijd kenbaar moeten maken. De rechter ziet dat hij juist heeft aangegeven dat alles naar tevredenheid was opgelost. Gedaagde heeft dus niet aangevoerd dat hij binnen twee maanden heeft geklaagd. Er is volgens de rechter dan ook geen grond voor prijsvermindering of een schadevergoeding en de vordering van de Eiser zal worden toegewezen.

Datum: 2 maart 2016
Rechtbank: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummer: 3596069 CVEXPL 14-9040

vonnis

inzake

Eiser, tevens handelend onder de naam … KEUKENS,

wonende te, eisende partij in conventie, verweerder in reconventie, hierna "Eiser" te noemen,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam ten kantore van IntoCash te Rotterdam, tegen

Gedaagde,

wonende te, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna "Gedaagde" te noemen, procederende in persoon.

1.  Het verdere verloop van de procedure

De verdere procedure blijkt uit de volgende stukken:

a.     het tussenvonnis van 25 februari 2015;

b.     de brief van mr. E.C.Y. Cheung van 17 maart 2015 met één productie;

c.   de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling ter zitting van 25 maart 2015;

d.    het proces-verbaal van inlichtingen van 25 maart 2015;

e.     de conclusie na comparitie van Gedaagde met producties;

f.     de conclusie van antwoord na comparitie van Eiser.

Hierna is vonnis bepaald.

2.  Het geschil

In conventie:

2.1 Eiser vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde te veroordelen tot betaling van € 1.748,92 (bestaande uit € 1.500,00 aan hoofdsom, € 23,92 aan rente tot en met 15 oktober 2014 en € 225,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.500,00 vanaf 15 oktober 2014 tot aan de dag van de volledige betaling, met veroordeling van Gedaagde in de proceskosten en de nakosten.

2.2 Gedaagde voert verweer.

In reconventie:

2.3   Gedaagde vordert bij vonnis, Eiser te veroordelen tot betaling van een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de datum waarop Eiser in verzuim is met betaling van dat bedrag tot aan de dag van de volledige betaling, althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie zal vermenen te behoren, met veroordeling van Eiser in de kosten van de procedure en met verklaring dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad zal zijn.

2.4 Eiser voert verweer.

3.   De verdere beoordeling van het geschil

In conventie en in reconventie:

3.1 Tussen partijen staat in rechte het volgende vast.

a.   Op 25 augustus 2012 hebben partijen een overeenkomst gesloten, betreffende het verrichten van renovatiewerkzaamheden door Eiser aan de keuken van Gedaagde en tot levering door Eiser aan Gedaagde van de daarvoor benodigde onderdelen.

b.     In de order van 25 augustus 2012 is het volgende vermeld.

"19 fronten/ 2 plinten Acryl/hoogglans magnolia 7315 MP/38mm/rand ABS/hoekverb,

De-/montage fronten/werkblad Excl. Spoelbak.

Totaalprijs € 2.600,00 Wk 35 € 500, =

+/- Wk 41 €2.100="

c.   Begin 2013 heeft Gedaagde aan Eiser de opdracht gegeven tot levering van handgrepen (eind januari) en tot levering en montage van een spoelbak. Partijen zijn ter zake van de handgrepen en de spoelbak, inclusief renovatie/reparatie van de spoelbak een totaalprijs van € 400,00 overeengekomen.

d.   Op 11 maart 2013 is de monteur van Eiser langsgekomen bij Gedaagde. Gedaagde heeft te kennen gegeven dat hij op bepaalde punten ontevreden was.

e.   In een e-mail van R. Eiser aan Gedaagde van 15 maart 2013, 14.32 uur, is het volgende vermeld.

Werkblad; Er is een mail verstuurd aan de leverancier. Zij beoordelen de klacht. Front

wandkast; Front beschadigd; nieuw front besteld.

Glas kasten; lom u komen we tot een oplossing mbt kleur glaslatjes.

Spoelbak, Kan hier niets aan veranderen, spoelbak is destijds met u besproken en

geaccepteerd. Monteur zal spoelbak nog iets strakker op blad krijgen, en zichtbaar kitrandje

verwijderen.

Betaling; Overeengekomen dat u € 1.000 betaalt op openstaande facturen. Dit is nog steeds niet ontvangen (14 maart ca 14.00 uur)

Andere zaken; Deur magnetron, paslat bij hoge kast, paslat bij wandkast, paslat onderkast worden nog vervangen.

Wij gaan ervan uit dat u een mooi gerenoveerde keuken zult hebben, echter het is geen

nieuwe keuken, er zullen mogelijk verschillen zijn tov oude keuken. (...) "

f.    Op 24 maart 2013 heeft Gedaagde een bedrag van € 500,00 aan Eiser voldaan. Op 2 april 2013 heeft Gedaagde nogmaals een bedrag van € 500,00 voldaan.

g.   In een brief van 2 april 2013 van Gedaagde aan R. Eiser van Eiser, met als onderwerp: "Protest als bedoeld in artikel 6:89 BW" is het volgende vermeld.

"(...) Op 11 maart 2013 heeft uw bedrijf in opdracht van ons de navolgende werkzaamheden verricht: Een grondige keukenrenovatie (...) De werkzaamheden vertonen (...) de navolgende gebreken: (...)Ubent op 11 maart 2013 zowel door ons als door uw eigen monteur op de hoogte gesteld van de zojuist genoemde gebreken en daarom zien wij ons genoopt u dringend te verzoeken genoemde gebreken binnen een termijn van 3 dagen na dagtekening van deze brief volledig te herstellen, met dien verstande dat het nadeel dat het gevolg is van het verstrijken van de tijd en de schade (o.a. de verloren uren aan onze zijde) voor de herstelwerkzaamheden aan uw bedrijf zullen worden verhaald. (...) Mocht u in casu met wat voor reden dan ook' niet in de gelegenheid zijn om de genoemde gebreken binnen een termijn van 3 dagen te herstellen, dan dient u binnen een termijn van 2 dagen dat uitsluitend schriftelijk aan ons kenbaar te maken voor het treffen van een regeling, met betrekking tot een eventuele compensatie. (...) "

h.   Partijen hebben in de periode van 2 april tot 25 april 2013 overleg gevoerd en onderhandeld.

i.    In een e-mail van 25 april 2013 van Gedaagde aan R. Eiser van Eiser met als onderwerp "RE: overzicht keuken", is het volgende vermeld.

(...) Ik ga akkoord met uw het voorstel dat naast 500 euro korting, de werkzaamheden in mijn eerder verstuurde mail zullen worden afgewikkeld. Deze werkzaamheden heeft u thans in uw mail overgenomen met dien verstande dat deze als volgt dienen te worden geformuleerd:

Front wandkast vervangen Deur magnetron monteren

Paslatten (3 stuks) voorzien van HPL hoogglans magnolia Achterwand in spoelkast monteren Aanpassen tegelwerk rechter muurkant Kookplaat goed monteren Spoelbak goed aantrekken

Kitwerkzaamheden nalopen, indien nodig verbeteren Deur voor magnetron dient tevens bij ons te worden opgehaald.

Gaarne uw bevestiging van ontvangst (...) "

j. In een e-mail van 27 april 2013 van R. Eiser van Eiser aan Gedaagde, met als onderwerp: RE: overzicht keuken, is het volgende vermeld.

"(...) Hartelijk dank voor uw acceptatie, tevens bevestiging van ontvangst. Zodra ik exact alles weet bericht u omtrent planning datum uitvoering werkzaamheden. (...) "

k. Gedaagde heeft op 1 juni 2013 een e-mail aan R. Eiser verzonden. Hierin heeft Gedaagde te kennen gegeven dat hij de overeenkomst wenst te ontbinden voor zover er nog werkzaamheden uitgevoerd moeten worden, omdat hij had mogen verwachten dat de in de e-mail van 25 april 2013 genoemde werkzaamheden voor 1 juni 2013 zouden worden verricht en dit niet is gebeurd.

l. In augustus 2013 klaagde Gedaagde over een kring in het aanrechtblad.

m. Eiser heeft in oktober/november 2013 het keukenblad vervangen, zonder de extra kosten hiervoor te rekenen en heeft de inlegspoelbak vervangen.

n. Eiser heeft de in de e-mail van 25 april 2013 genoemde werkzaamheden verricht in december 2013 en maart 2014.

o. In een e-mail van 14 maart 2014 van Eiser aan Gedaagde is het volgende vermeld.

(...) De montew heeft op 5 maart 2014 de renovatie werkzaamheden uitgevoerd en afgerond. De werkzaamheden zijn door u niet betwist, wat ruimte geeft om de zaak financieel af te ronden.

Hoofdsom renovatie € 3000 (2600 + 200 + 200)

Korting verleend                        € 500

Nieuw werkblad                        gratis

Montage                                     gratis

Door ti betaald                           €1000 (2x500)

Nog te voldoen                          €1.500

Graag zie ik bovenstaand bericht op uw rekening bijgeschreven.

p. In een e-mail van 22 maart 2014 van R. Eiser van Eiser aan Gedaagde is het volgende vermeld.

(...) Fijn dat alles nu in orde is en dat u akkoord/ tevreden bent met de werkzaamheden Wij gaan akkoord met de betaling vcin 1500 euro binnen nu en 2 weken. (...) "

q. Eiser heeft Gedaagde meerdere malen gesommeerd te betalen. Betaling is echter uitgebleven.

r. In een e-mail van 15 juli 2014 van Gedaagde aan Eiser, is het volgende vermeld.

"Bij deze kom ik zoals toegezegd terug op u voorstel om het onderhavige geval onderling op te lossen. Gezien de lange tijdsverloop en de kosten die wij elke keer hebben moeten maken om u gelegenheid te geven om de renovatie te bewerkstelligen, alsmede de vertragingsrente kom ik onder voorbehoud van eventuele wijzigingen als de zaak voor de rechter uit op een bedrag van 750 euro. Nadere motivering lijkt mij in dit geval niet meer noodzakelijk daar ik u gedurende 2 jaren keer op keer erop heb geattendeerd. (...) "

s. In een door monteur P. Hak en monteur I.Stuut ondertekende verklaring van 12 maart 2015 is het volgende vermeld.

"Laatste service bezoek;

Werkblad in z 'n geheel vervangen incl rvs inleg spoelbak. Dhr Gedaagde was heel tevreden over de uitgevoerde werkzaamheden, hij zou gelijk Rien Eiser bellen om zijn tevredenheid te uiten. "

In conventie:

3.2 Grondslag vordering.

Eiser vordert van Gedaagde betaling van een bedrag van € 1.500,00. Zij stelt dat Gedaagde dit bedrag aan haar is verschuldigd op grond van de overeenkomst tussen partijen betreffende de levering van goederen en de renovatie van de keuken.

Eiser erkent dat Gedaagde klachten had over de verrichte werkzaamheden. Zij stelt echter dat ze ruimschoots tegemoet is gekomen aan deze klachten. Partijen hebben op 25 april 2013 overeenstemming bereikt over de afwikkeling van de klachten. Eiser stelt dat zij deze afspraken is nagekomen.

Op 5 maart 2014 zijn de werkzaamheden aan de keuken van Gedaagde afgerond. Gedaagde heeft vervolgens te kennen gegeven dat hij zeer tevreden is over het eindresultaat en dat hij het openstaande bedrag van € 1.500,00 zou betalen. Eiser heeft deze stellingen onderbouwd met de e-mails van 14 maart 2014 en 22 maart 2014 (producties 12 en 13 bij dagvaarding en genoemd in alinea 3.1 sub o en p) en met de verklaring van monteurs P. Hak en I.Stuut (alinea 3.1 sub s genoemd).

Eiser stelt dat Gedaagde thans geen geslaagd beroep meer kan doen op non- conformiteit, omdat hij niet binnen bekwame tijd na de uiteindelijke afronding van de werkzaamheden heeft geklaagd.

3.3 Verweer.

Gedaagde betwist de verschuldigdheid van het door Eiser gevorderde bedrag van € 1.500,00. Hij stelt dat sprake is van een consumentenkoop en voert aan dat de overeenkomst niet binnen een redelijke termijn of zonder overlast is uitgevoerd. Hij doet een beroep op artikel 7:22 lid 1 sub a in combinatie met lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Hierin is bepaald dat indien het afgeleverde niet aan de overeenkomst voldoet, de koper bij een consumentenkoop de bevoegdheid heeft de overeenkomst te ontbinden. Gedaagde voert aan dat hij ervan uit mocht gaan dat de in de e-mail van 25 april 2013 genoemde werkzaamheden vóór 1 juni 2013 zouden worden uitgevoerd. Nu Eiser haar verplichtingen uit de overeenkomst niet een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor Gedaagde is nagekomen, is voldaan aan artikel 7:21 lid 3 BW. Indien aan artikel 7:22 lid 2 BW juncto artikel 7:21 lid 3 BW is voldaan, is de koper bevoegd de koopovereenkomst te ontbinden zonder dat de verkoper in verzuim is. Op 1 juni 2013 heeft Gedaagde schriftelijk aan Eiser kenbaar gemaakt dat hij de overeenkomst buitengerechtelijk wenst te ontbinden. Gedaagde stelt dat de overeenkomst is ontbonden althans, hij stelt dat sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming is, danwel de geleverde keuken na de in december 2013 en maart 2014 verrichte werkzaamheden (nog steeds) non-conform is. Op grond daarvan dient Eiser, aldus Gedaagde, de door hem geleden schade (kosten herstel, vertragingsschade en eventuele expertisekosten) te vergoeden. Gedaagde doet een beroep op prijsvermindering of verrekening.

3.4  Consumentenkoop?

De onderhavige overeenkomst betreft een overeenkomst tot koop nu Eiser zich heeft verplicht zaken te leveren en Gedaagde zich heeft verplicht hiervoor een prijs in geld te betalen (artikel 7:1 BW). Daarnaast betreft het een overeenkomst betreffende werk van stoffelijke aard. Er dienen namelijk op grond van de overeenkomst werkzaamheden te worden verricht, die moeten leiden tot een tastbaar eindproduct: een gerenoveerde keuken. Daarmee is voldaan aan de definitie van artikel 7:750 BW en is sprake van aanneming van werk. Gedaagde handelde als natuurlijk persoon en niet in het kader van beroep of bedrijf. Eiser handelde wel in het kader van beroep of bedrijf. De onderhavige overeenkomst voldoet daarmee aan de omschrijving in artikel 7:5 lid 4 BW.

Als sprake is van aanneming van werk en is voldaan aan de voorwaarden artikel 7:5 lid 4 BW wordt de overeenkomst mede als consumentenkoop beschouwd en verdringen de bepalingen met betrekking tot consumentenkoop zo nodig de regels inzake aanneming van werk. Op grond van artikel 7:5 lid 4 BW betreft de onderhavige overeenkomst mede een consumentenkoop.

3.5  Buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst?

Nu sprake is van een consumentenkoop, is artikel 7:22 BW van toepassing op de rechtsverhouding tussen partijen. Indien aan artikel 7:22 lid 2 jo. 7:21 lid 3 is voldaan, is de koper bevoegd de koopovereenkomst te ontbinden zonder dat de verkoper in verzuim is. Eiser is echter na de datum waarop Gedaagde de ontbinding heeft aangezegd (1 juni 2013), door Gedaagde in de gelegenheid gesteld de werkzaamheden ten aanzien waarvan Gedaagde kenbaar maakte de overeenkomst te willen ontbinden, alsnog te verrichten. In december 2013 en maart 2014 zijn deze werkzaamheden door Eiser verricht.

Nu de werkzaamheden alsnog door Eiser zijn verricht, is de door Gedaagde op 1 juni 2013 aangezegde ontbinding niet geëffectueerd. De overeenkomst is ook niet op een latere datum ontbonden. Gedaagde is in beginsel dan ook gehouden de overeengekomen prijs aan Eiser te voldoen.

3.6 Verrekening of prijsvermindering?

Op grond van artikel 7:23 BW kan een koper geen beroep meer op doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, als hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis heeft gegeven. Artikel 7:23 lid 1 BW bestrijkt mede het geval dat de verkoper een zaak opnieuw aan de koper aflevert, nadat hij daaraan herstelwerkzaamheden heeft verricht op verzoek van, of na sommatie door de koper (HR 29 juni 2007, LJN AZ4850, NJ 2008/605). Bij een consumentenkoop is een kennisgeving binnen een termijn van twee maanden na ontdekking tijdig.

De klachten die Gedaagde noemt, hebben betrekking op punten, die op 5 maart 2014 al zichtbaar moeten zijn geweest. Van Gedaagde had mogen worden verwacht dat hij, als hij het niet eens was met de wijze waarop Eiser de overeenkomst is nagekomen, dit binnen bekwame tijd na 5 maart 2014 kenbaar had gemaakt aan Eiser.

Eiser heeft bij dagvaarding uitdrukkelijk gesteld dat Gedaagde op 5 maart 2014 en daaina kenbaar heeft gemaakt dat alles naar tevredenheid van Gedaagde was opgelost en dat Gedaagde toen heeft toegezegd het bedrag van € 1.500,00 te gaan betalen.

Gedaagde heeft deze stelling niet weersproken. Uit de bij dagvaarding in het geding gebrachte mails van 14 en 22 maart 2014 (producties 12 en 13) is op te maken, dat Gedaagde na 5 maart 2014 te kennen heeft gegeven dat hij tevreden was over het uiteindelijke resultaat en dat hij een betalingstoezegging heeft gedaan en aldus, dat Gedaagde op dat moment geen klachten meer had. Bij conclusie na comparitie heeft Eiser uitdrukkelijk gesteld dat Gedaagde op of na 5 maart 2014 niet heeft geklaagd.

Gedaagde heeft niet aangevoerd dat hij binnen twee maanden vanaf 5 maart 2014 heeft geklaagd. Hij heeft ook geen stukken in het geding gebracht waaruit blijkt, dat hij dit binnen bekwame tijd na de uiteindelijke afronding van de werkzaamheden (nogmaals) aan Eiser kenbaar heeft gemaakt dat hij niet tevreden was over de (wijze van) afronding van de werkzaamheden door Eiser.

Op 15 juli 2014 heeft Gedaagde weliswaar aan Eiser een e-mail toegezonden (alinea 3.1 sub r genoemd) met daarin de klacht dat veel tijd is verstreken maar dit was reeds na de termijn van twee maanden nadat hij had kunnen ontdekken dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt (derhalve vanaf 5 maart 2014). Aangezien de enige reactie van Gedaagde van 14 juli 2014 is, heeft hij niet binnen bekwame tijd geklaagd.

Van Gedaagde had in dit kader meer expliciet ook mogen worden verwacht, dat hij binnen bekwame tijd zou hebben gereageerd op de e-mails van Eiser van 14 en 22 maart 2014. Gedaagde heeft niet gesteld dat hij op deze mails heeft gereageerd, in die zin dat hij kenbaar heeft gemaakt niet te gaan betalen, omdat hij klachten heeft over de wijze waarop de overeenkomst door Eiser is nagekomen. Er zijn ook geen stukken in het geding gebracht waaruit dit blijkt.

De stelling van Eiser dat Gedaagde in maart 2014 tevreden was over de verrichte werkzaamheden en niet binnen bekwame tijd na 5 maart 2014 heeft geklaagd, is naar het oordeel van de kantonrechter door Gedaagde onvoldoende weersproken.

Daarmee staat deze in rechte vast. Onder deze omstandigheden kan een beroep op de stelling dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, niet slagen.

3.7 Conclusie.

Het gevolg van bovenstaande is, dat geen grond bestaat voor prijsvermindering of voor het toekennen van schadevergoeding en dat de vordering in hoofdsom van Eiser in conventie, dient te worden toegewezen.

3.8  Rente.

De door Eiser te verrichten werkzaamheden waren afgerond op 5 maart 2014. Vanaf 6 april 2014 was Gedaagde, gezien de e-mail van Eiser van 22 maart 2014, in verzuim met betaling van het bedrag van € 1.500,00. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 6 april 2014 tot aan de dag van de volledige betaling.

3.9  Buitengerechtelijke incassokosten.

Eiser maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden.

Het in de aanmaning van 8 april 2014 genoemde bedrag van € 375,00 aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het op grond van het Besluit bepaalde tarief van € 225,00 exclusief btw. Derhalve voldoet de aanmaning niet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. De kantonrechter zal het aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderde bedrag van € 225,00 exclusief btw. dan ook afwijzen.

In reconventie.

3.10  Hetgeen in conventie is overwogen dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

3.11  Gedaagde stelt zich op het standpunt dat Eiser toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst en in verzuim verkeert, waardoor zij is gehouden de door Gedaagde geleden schade te vergoeden.

De schade bestaat, aldus Gedaagde uit kosten van herstel, vertragingsschade in de vorm van verloren arbeidsuren als gevolg van het onnodig reserveren van drie werkdagen (€ 140,00 x 5 uur) en eventuele expertisekosten.

3.12  Op grond van hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 3.6, dient de vordering in reconventie te worden afgewezen.

4. De kosten

In conventie:

Gedaagde dient, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van Eiser. Deze kosten worden tot en met vandaag begroot op € 746,52, bestaande uit€ 77,52 aan dagvaardingskosten € 219,00 aan griffierecht en € 450,00 (3 punten x€ 150,00) aan salaris voor de gemachtigde van Eiser.

De gevorderde nakosten zullen worden afgewezen nu niet, althans onvoldoende is gesteld of onderbouwd dat na het vonnis kosten zullen worden gemaakt, anders dan de eventuele kosten van tenuitvoerlegging van dit vonnis.

In reconventie:

Gedaagde dient, als de in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de proceskosten van Eiser. Deze kosten worden tot en met vandaag begroot op € 225,00 (1,5 punt x€ 150,00).

5. De beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen een bedrag van € 1.500,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 april 2014 tot aan de dag van de volledige betaling;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten van Eiser, tot en met vandaag begroot op € 746,52;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst de vordering voor het overige af;

In reconventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van Eiser, tot en met vandaag begroot op € 225,00