Contante betaling niet bewezen

Eiser heeft goederen geleverd aan Gedaagde. Gedaagde is in gebreke gebleven met de nakoming van zijn betalingsverplichting. Gedaagde stelt dat hij de goederen die hij bij eiseres heeft gekocht contant heeft afgerekend. Gedaagde voert aan dat eiseres geen facturen of bonnen heeft overgelegd waaruit zou blijken dat gedaagde goederen heeft meegekregen zonder hiervoor te betalen. Eiseres heeft ter zitting aangevoerd dat gedaagde voor de goederen een bon heeft meegekregen, waarop vermeld is dat hij niet nog niet heeft betaald en dat de goederen op rekening zijn gekocht. Vervolgens is gedaagde niet verschenen ter comparitie. Hij heeft zijn stelling dat hij de goederen die hij bij eiseres heeft gekocht contant heeft afgerekend, op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Bovendien is de stelling van Gedaagde niet geloofwaardig. Eiseres heeft een groot aantal aanmaningen overgelegd, die aan het adres van gedaagde gericht zijn, waarop gedaagde niet heeft gereageerd. Onder die omstandigheden acht de kantonrechter de vordering toewijsbaar en veroordeeld gedaagde in alle kosten.

Datum: 2 februari 2007
Rechtbank: Rotterdam, sector Kanton
Zaaknummer: 753078 \ CV EXPL 06-30073

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiser, gevestigd te,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 11 september 2006, gemachtigde: mr. drs. C. Sneevliet (IntoCash) te Rotterdam,

tegen

Gedaagde, woonplaats, gedaagde, in persoon.

Het verloop van het proces

Eiseres heeft -onder overlegging van producties- gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen € 2.684,86 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.

Gedaagde heeft een conclusie van antwoord genomen.

Bij vonnis d.d, 10 november 2006 is een comparitie van partijen gelast, die gehouden is op 23 januari 2007. Eiseres is verschenen bij haar directeur, bijgestaan door de gemachtigde, terwijl gedaagde, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting is verschenen.

De griffier heeft aantekening gehouden van het verhandelde ter zitting.

Aan het slot van de zitting heeft de kantonrechter de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

De beoordeling van de vordering

De vordering van eiseres strekt tot betaling van bedragen die gedaagde aan eiseres verschuldigd is uit hoofde van de door haar aan gedaagde geleverde goederen voor een bedrag van € 2.145,30. Gedaagde is in gebreke gebleven met de nakoming van zijn betalingsverplichtingen.

Gedaagde heeft de vordering bij conclusie van antwoord betwist. Hij stelt dat hij de goederen die hij bij eiseres heeft gekocht heeft afgerekend. Gedaagde voert aan dat eiseres geen facturen of bonnen heeft overgelegd waaruit zou blijken dat gedaagde goederen heeft meegekregen zonder hiervoor te betalen.

Eiseres heeft ter zitting aangevoerd dat gedaagde voor de goederen een bon heeft meegekregen, waarop vermeld is dat hij niet nog niet heeft betaald en dat de goederen op rekening zijn gekocht.

Gedaagde is niet verschenen ter comparitie. Hij heeft zijn stelling dat hij de goederen die hij bij eiseres heeft gekocht contant heeft afgerekend, op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Bovendien is het weinig aannemelijk dat gedaagde, wanneer hij werkelijk de aankopen bij eiseres contant betaald zou hebben, dat niet veel eerder aan eiseres zou hebben laten weten. Eiseres heeft een groot aantal aanmaningen overgelegd, die aan het adres van gedaagde gericht zijn, waarop gedaagde niet heeft gereageerd. Onder die omstandigheden acht de kantonrechter de vordering van eiseres als onvoldoende weersproken toewijsbaar, één en ander voor zover hierna niet anders blijkt.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen tot een bedrag van € 300,00, dat jegens gedaagde redelijk is, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht.

De gevorderde rente wordt als onweersproken en op de wet gegrond toegewezen.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 2.601,92 (tweeduizend zeshonderdeen euro en tweeennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van art. 6:119 BW over € 2.145,30 vanaf 5 september 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 267,32 aan verschotten en € 350,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van de griffier.