Contract niet getekend, wel overeenkomst

Eiser is een onderneming - een zorgaanbieder - die vakanties op een vakantieboerderij voor kinderen met een gedragsstoornis aanbiedt. Gedaagden hebben gebruik gemaakt van de diensten van Eiser door hun kind op deze vakantie te sturen. De schriftelijke overeenkomst hiervoor is door Eiser aan gedaagden toegezonden, maar deze hebben zij nooit ondertekend. Na deze vakantie heeft eiser een bevestiging van het contract (van 3 jaar) toegezonden, maar omdat de Gedaagden niets ondertekend hebben zijn ze van mening dat er geen sprake is van een overeenkomst. De rechter oordeelt dat aangezien gedaagden gebruik hebben gemaakt van de diensten van eiser ze hiervoor ook een vergoeding voor verschuldigd zijn . Als de in het ongelijk gestelde partij zullen de gedaagden vervolgens de kosten van het geding moeten betalen.

Datum: 8 februari 2007
Rechtbank: Leeuwarden, Sector kanton, Locatie Heerenveen
Zaaknummer: 205659 CV EXPL 06-1914

Vonnis van de kantonrechter

inzake

Eiser, h.o.d.n. Eiser, hierna te noemen: Eiser, wonende te, eiseres,

gemachtigde: mr.drs. C. Sneevliet, tegen

Gedaagde sub 1.,

wonende te,

Gedaagde sub 2.,

wonende te,

hierna te noemen: Gedaagden, gedaagden,

procederende in persoon.

Procesverloop

Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft Eiser gevorderd om Gedaagden te veroordelen tot betaling van € 2.121,79 met rente en kosten.

Gedaagden hebben bij antwoord de vordering betwist.

Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Door partijen zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

Vaststaande feiten

In deze zaak kan van het navolgende worden uitgegaan.

Eiser is een onderneming - een zorgaanbieder in de zin van de Algemene wet bijzondere ziektekosten - waarvan de bedrijfsactiviteiten onder meer bestaan uit het aanbieden en leveren van vakanties op een vakantieboerderij voor kinderen met een gedragsstoornis. Gedaagden beschikken over een persoonsgebonden budget in de zin van genoemde wet, te besteden ten behoeve van hun kind X. Een door X genoten vakantieweek bij Eiser is door Gedaagden voldaan.

Standpunt Eiser

Eiser baseert haar vordering op de stelling, dat zij voor het verlenen van haar diensten met Gedaagden een (model-)overeenkomst heeft gesloten, nadat Gedaagden haar opdracht hadden verstrekt voor diverse vakantieweken en -weekends. De (model-)overeenkomst is door Eiser aan Gedaagden toegezonden, maar zij heeft die nimmer ondertekend terugontvangen. Volgens Eiser - daarmee reagerend op het verweer van Gedaagden - is in de overeenkomst opgenomen dat de budgethouder tussentijds mag opzeggen en dat dus geen sprake is van een daadwerkelijke gebondenheid van de budgethouder, dit overeenkomstig de gedachten achter de wetgeving. Voorts stelt Eiser, dat door Gedaagden conform de gemaakte afspraken behalve de week die door haar is betaald nog een drietal weekends is afgenomen, terwijl een tweede vakantieweek niet is afgenomen. Omdat Gedaagden niet op sommaties hebben gereageerd moeten zowel de buitengerechtelijke als de proceskosten voor hun rekening komen.

Standpunt Gedaagden

Gedaagden hebben zich tegen de vordering verweerd, stellende dat zij Eiser hebben aangegeven dat X na de eerste vakantieweek niet opnieuw naar het kamp van Eiser zou komen. Hierna ontvingen zij een bevestiging voor een contract van een jaar. Omdat Gedaagden niet aan een bepaald aantal vakanties waren gebonden hebben zij het contract niet ondertekend. Volgens hen is dus geen sprake van een overeenkomst.

Beoordeling

In deze zaak is niet van belang de omstandigheid dat Gedaagden de hun toegezonden (model-)overeenkomst niet hebben ondertekend. Ook niet van belang is, of Gedaagden al dan niet gebonden waren aan het afnemen van een bepaald aantal diensten van Eiser. Van belang is, of zij al dan niet in de door Eiser genoemde omvang van de diensten van Eiser gebruik hebben gemaakt. Eiser heeft immers in deze procedure niet méér gevorderd dan de door haar gestelde afgenomen en/of overeengekomen diensten.

Door Gedaagden is onvoldoende gemotiveerd betwist, dat tussen partijen afspraken zijn gemaakt betreffende het aantal vakantieweken en -weekends zoals door Eiser gesteld. Gedaagden hebben weliswaar gesteld dat zij hebben aangegeven dat X na de eerste vakantieweek niet opnieuw naar het kamp van Eiser zou komen, maar zij hebben die stelling na de gemotiveerde betwisting ervan door Eiser, bij dupliek niet gehandhaafd. Zij hebben bovendien niet betwist, dat, naast de door Gedaagden betaalde vakantieweek, nog sprake is geweest van het afnemen van een drietal weekends en dat daarnaast nog eenmaal een vakantieweek is overeengekomen.

Er moet daarom in deze procedure van worden uitgegaan, dat het aantal en de omvang van de door Eiser gestelde diensten tussen partijen is overeengekomen. Dit zo zijnde zijn Gedaagden vergoeding voor de door Eiser verleende diensten verschuldigd.

De juistheid van de hoogte van de door Eiser in rekening gebrachte bedragen is door Gedaagden niet betwist, zodat deze bedragen kunnen worden toegewezen.

Tegen de vorderingen tot vergoeding van rente en buitengerechtelijke kosten is door Gedaagden niet op zelfstandige gronden verweer gevoerd, zodat ook deze kunnen worden toegewezen.

Als de in het ongelijk te stellen partij zullen Gedaagden in de kosten van het geding worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagden hoofdelijk, zulks met dien verstande dat indien de één betaalt de ander daarvan in zoverre is vrijgesteld, tot betaling aan Eiser van een bedrag groot € 2.121,79 (zegge: tweeduizend honderdeenentwintig euro en negenenzeventig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.697,- vanaf 27 september 2006 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagden, eveneens hoofdelijk, in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan zijde van Eiser begroot op € 300,- aan salaris gemachtigde en op € 267,32 aan verschotten;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr J.C.G. Leijten, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.