Eindafrekening: betwisting energieverbruik faalt

Eiser heeft voor de levering van gas, water, elektra en kabeldiensten een aantal facturen gezonden. Gedaagden willen deze niet betalen omdat zij de tarieven veel hoger vinden dan gebruikelijk. De rechter oordeelt vervolgens dat er nergens blijkt dat de tarieven onredelijk zouden zijn. Als gedaagden dit met succes hadden willen aanvoeren hadden zij een vergelijking moeten maken met tarieven van andere aanbieders. Nu zij dit niet hebben gedaan is hun verweer onvoldoende onderbouwd. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld.

Datum: 25 juli 2007
Rechtbank: Utrecht, Sector kanton, Locatie Utrecht
Zaaknummer: 522677/UC 07-6328 BA

Vonnis

inzake

EISER,

gevestigd en kantoorhoudende te , verder ook te noemen: Eiser, eisende partij,

gemachtigde: drs. A.J.C. Jonker werkzaam bij IntoCash te Rotterdam, tegen:

GEDAAGDE 1, GEDAAGDE 2,

beiden wonende te, gedaagde partij, procederende in persoon.

Verloop van de procedure

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 13 juni 2007, waarbij een comparitie van partijen is bepaald. Eiser heeft voorafgaand aan de comparitie nog stukken in het geding gebracht. De comparitie heeft plaatsgevonden op 25 juni 2007. Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt. Hierna is uitspraak bepaald.

Motivering

De feiten

Aan gedaagden heeft van augustus 2003 tot medio april 2006 een vakantiewoning op het recreatiepark X te in eigendom toebehoord.

Eiser heeft tot taak het beheer en onderhoud van faciliteiten en woningen op (onder andere) X. In dat kader houdt zij een energielevering netwerk op het park in stand en levert zij energie aan de eigenaren van de vakantiewoningen.

Eiser heeft in 2005 en 2006 betreffende de levering van gas, water, elektra en kabeldiensten de volgende facturen aan gedaagden gezonden:

2005-C031 14-01-2005 € 100,-
2005-C073 10-05-2005 € 100,-
2005-C122 20-05-2005 € 1.554,23
2005-C160 06-07-2005 € 450,-
2005-C206 01-10-2005 € 450,-
2005-C011 02-01-2006 €450,-
2005-C090 14-01-2006 289,48
2005-C177 07-05-2006 -€17,32
Totaal:    3.376,39

De vordering en het verweer

Eiser vordert veroordeling van gedaagden tot betaling van € 3.376,39 in hoofdsom, vermeerderd met € 450,- ter zake van buitengerechtelijke incassokosten en met wettelijke rente.

Eiser voert ter ondersteuning van haar vordering aan dat tussen partijen een overeenkomst bestaat met betrekking tot de levering van energie en dat gedaagden ondanks aanmaning in gebreke zijn gebleven om de aan hen gezonden facturen ter zake van gas, water, elektra en kabeldiensten te voldoen.

Gedaagden betwisten de (hoogte van de) vordering en voeren daartoe ten verwere aan dat zij na hun echtscheiding en hun verhuizing naar elders van de vakantiewoning, die zij tot het einde van het jaar 2004 (semi)permanent hadden bewoond, vanaf januari 2005 tot de verkoop in april 2006 in het geheel geen gebruik meer hebben gemaakt. Het enige energieverbruik in die periode heeft er volgens gedaagden uit bestaan dat zij de thermostaat van de verwarming op 6° C hebben gezet teneinde bevriezing van de leidingen te voorkomen.

Gedaagden voeren voorts aan dat de door Eiser voor het recreatiepark gehanteerde tarieven veel hoger zijn dan gebruikelijk en dat de energiemeters destijds niet waren geijkt.

De beoordeling van het geschil

Gedaagden hebben op zichzelf geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de door Eiser in rekening gebrachte bedragen voor de levering van kabeldiensten. Die bedragen (voor 2005 en 2006 in totaal € 193,36) zijn dan ook zonder meer verschuldigd.

De kantonrechter overweegt voorts dat niet is gebleken dat de hoogte van de door Eiser gehanteerde prijzen voor de levering van gas, water en elektra per eenheid, welke prijzen in beginsel als tussen partijen overeengekomen hebben te gelden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Gedaagden hebben de stelling van Eiser, dat Eiser de gewone consumententarieven van Essent aan haar klanten doorberekent, niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist. De enkele stelling van gedaagden dat de tarieven (onaanvaardbaar) veel hoger zijn dan normaal is onvoldoende. Het had op de weg van gedaagden gelegen om die stelling te onderbouwen door bijvoorbeeld de tarieven van andere aanbieders van nutsvoorzieningen te vergelijken met de door Eiser gehanteerde tarieven. Nu gedaagden dat hebben nagelaten moet hun desbetreffende verweer als onvoldoende onderbouwd worden verworpen.

Factuurnummer 2005-C122 van 20 mei 2005 ad € 1.554,23 betreft de afrekening (verrekening met reeds betaalde voorschotten) voor het jaar 2004. Het verweer van gedaagden, inhoudende dat zij de vakantiewoning vanaf 2005 niet meer bewoonden en dat het verbruik vanaf dat jaar daarom minder moet zijn geweest dan door Eiser gesteld, kan derhalve in ieder geval niet slagen voor zover de vordering betrekking heeft op deze factuur.

Voorts wordt overwogen dat uit de in het geding gebrachte toelichtingen op de energieafrekeningen betreffende 2004 en 2005 blijkt dat gedaagden in het jaar 2005 aanmerkelijk minder gas, water en licht hebben verbruikt dan in het jaar 2004, hetgeen op zichzelf klopt met hun stelling dat zij de vakantiewoning in 2004 nog (semi)permanent bewoonden en in 2005 niet meer. Blijkens die toelichtingen hebben gedaagden in 2004 1.179 m3 gas, 122 m3 water en 3.229 kWh elektriciteit verbruikt, terwijl zij in het jaar 2005 nog maar 702 m3 gas, 52 m3 water en 1.909 kWh elektriciteit hebben afgenomen. Het verbruik in de maanden van het jaar 2006 dat de vakantiewoning nog eigendom van gedaagden was (januari, februari, maart en een deel van april 2006) is vergelijkbaar met het verbruik in 2005: respectievelijk 219 m3 gas, 16 m3 water en 596 kWh elektriciteit.

Er gelet op het voorgaande van uitgaande dat Eiser gedaagden in 2005 en 2006 wel degelijk aanzienlijk minder water en energie in rekening heeft gebracht dan in 2004, hebben gedaagden de aan hen in de jaren 2005 en 2006 in rekening gebrachte hoeveelheden naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd betwist. Gedaagden hebben slechts gesteld dat de meters niet geijkt waren en dat zij nooit de hoeveelheid water en energie verbruikt kunnen hebben als door Eiser gesteld, maar gedaagden hebben die stelling op geen enkele wijze onderbouwd, zulks nog afgezien van de omstandigheid dat gedaagden ook niet hebben onderbouwd of aangetoond dat zij in 2005 en 2006 in het geheel geen gebruik hebben gemaakt van de vakantiewoning. Bovendien heeft Eiser verklaringen in het geding gebracht ten bewijze van haar stelling dat de meters op X wel degelijk geijkt zijn. Gedaagden hebben de inhoud van de verklaringen op zichzelf niet betwist en bovendien hebben zij hiertegenover niets in het geding gebracht.

Gezien het hiervoor overwogene kan de vordering naar het oordeel van de kantonrechter als zijnde onvoldoende gemotiveerd betwist worden toegewezen.

Ook de buitengerechtelijke incassokosten zijn naar het oordeel van de kantonrechter toewijsbaar. Voldoende is aangetoond dat de door (de gemachtigde van) Eiser verrichte incassowerkzaamheden meer hebben omvat dan een (eventueel herhaalde) sommatie of het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van een dossier. De daarop betrekking hebben kosten komen derhalve voor vergoeding in aanmerking. De wettelijke rente, waartegen geen specifiek verweer is gevoerd, is eveneens toewijsbaar als gevorderd.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen gedaagden in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, om aan Eiser tegen bewijs van kwijting te betalen € 4.077,88, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.376,39 vanaf 26 april 2007 tot de voldoening;

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, in die zin dat wanneer de een betaalt, de ander tot de hoogte van die betaling zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Eiser, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 682,61, waarin begrepen € 400,- aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;, wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F.A. van Buitenen, kantonrechter, en is in aanwezigheid T van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2007.