Eiser is niet tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst

samenvatting:
Partijen hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarbij Eiser potentiële klanten voor Gedaagde zou zoeken. Eiser heeft zijn werkzaamheden verricht, maar Gedaagde wilt niet volledig betalen. Zij is van oordeel dat Eiser onvoldoende afspraken met potentiële klanten heeft gemaakt en daarmee tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen.

In de overeenkomst is vastgelegd dat Eiser 20 tot 30 afspraken zou maken. Eiser heeft telefonisch 23 afspraken gemaakt waarvan er uiteindelijk 15 daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Nu is de vraag wanneer een gemaakte afspraak heeft te gelden als een afspraak in de zin van de overeenkomst. De rechter ziet dat in de vorige samenwerkingsovereenkomst een afspraak als afspraak telden als deze telefonisch tot stand was gekomen, ongeacht of de afspraak ook daadwerkelijk tot stand kwam. Op grond daarvan mocht Eiser er dan ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat dit ook zo zou gelden bij deze overeenkomst. Dat uiteindelijk maar 15 daadwerkelijke afspraken hebben plaatsgevonden is dan ook geen tekortkoming van Eiser. Gedaagde moet dan ook de facturen van Eiser volledig betalen.

Datum: 17 juni 2019
Rechtbank: Rechtbank Amsterdam
Zaaknummer: 7543429 CV EXPL 19-4220

Vonnis

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Eiser B.V.,

gevestigd,

eiseres,

nader te noemen: Eiser,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Gedaagde B.V.,

gevestigd te,

gedaagde,

nader te noemen: Gedaagde,

vertegenwoordigd door haar bestuurder.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

- de dagvaarding van 12 februari 2019, met producties;
- de conclusie van antwoord;
-het instructievonnis van 11 maart 2019 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;
- de dagbepaling comparitie.

De comparitie heeft plaatsgevonden op 14 mei 2019. Namens Eiser zijn verschenen M. (statutair directeur) en J. (directeur operations), vergezeld door de gemachtigde. Namens Gedaagde zijn K (statutair directeur) en  P (directeur sales) in persoon verschenen. Partijen zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.

Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1.1.       Gedaagde drijft een onderneming die zich bezighoudt met het digitaliseren van betalingsverzoeken (zoals Tikkie). Gedaagde probeert klanten te werven voor haar product onder meer onder woningcorporaties.

1.2.      Eiser drijft een telemarketingbureau.

1.3.      Op 26 september 2017 hebben partijen voor de tweede keer een samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin onder meer is bepaald: (...)

1 Omvang van de overeenkomst

1.1 Gedaagde verplicht zich het totaal aantal overeengekomen uren zoals gespecificeerd in Bijlage 1 gedurende de looptijd van de overeenkomst af te nemen tegen de in Bijlage I en III genoemde voorwaarden.(...)"

1.4.      In bijlage I bij de overeenkomst is onder meer vermeld:
"(..)Bijlage 1— begroting van de samenwerking

Uitvoering van de campagne

Beschrijving

Telemarketing            Doelstelling: Ouick Wins uit de markt halen

Het inzetten van telemarketing, e-mail en social media

Verzamelen van opt-in e-mailadressen telemarketing

Eenvoudige doch effectieve contractstrategie

150 telemarketing uren á é" 49,50

20-30 afspraken over periode van 8 weken(...)"

1.5.      Tussen partijen is overeengekomen dat Gedaagde voor de samenwerking in totaal € 14.520,00 inclusief btw aan Eiser zou betalen. Eiser heeft voor dit bedrag in totaal drie facturen gestuurd, te weten één op 13 oktober 2017 ten bedrage van € 7.260,--, één van 18 december 2017 ten bedrage van € 3.630,-- en één factuur van 14 februari 2018 ten bedrage van € 3.630,--.

1.6.      Uiteindelijk heeft Eiser 23 telefonische afspraken met potentiële klanten
gemaakt. Deze afspraken heeft zij doorgegeven aan Gedaagde die deze afspraken per e-mailbericht aan de potentiële klanten heeft bevestigd. De 23 telefonische afspraken hebben uiteindelijk echter geleid tot 15 daadwerkelijke afspraken tussen Gedaagde en een potentiële klant.

1.7.      Gedaagde heeft de eerste twee facturen betaald, maar de laatste factuur
onbetaald gelaten. Zij is van oordeel dat Eiser tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst.

Geschil

2.    Eiser vordert dat Gedaagde bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

a. € 3.630,00 aan hoofdsom;
b. € 488,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente;
c. € 222,77 aan wettelijke handelsrente, berekend tot 20 december 2018;
d. de wettelijke handelsrente over € 3.630,00 vanaf 20 december 2018;
e. de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3. Eiser stelt dat Gedaagde op grond van de de tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst gehouden is tot betaling van de laatste factuur ad € 3.630,00.

4. Gedaagde heeft verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen zal hieronder voor zover van belang nader worden ingegaan.

Beoordeling

5. Gedaagde betwist gehouden te zijn tot betaling van de laatste factuur aangezien Eiser volgens haar niet voldoende afspraken met potentiële klanten heeft gemaakt en daarmee tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Uit de tekst van de overeenkomst volgt dat Eiser zich heeft verplicht om 20-30 afspraken te maken. Vaststaat dat van de 23 telefonisch door Eiser gemaakte afspraken slechts 15 afspraken daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

6. Aan de orde is dan ook de vraag wanneer een gemaakte afspraak heeft te gelden als een afspraak in de zin van de overeenkomst; op het moment dat deze telefonisch door Eiser is gemaakt of op het moment dat deze daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Uit de tekst van de overeenkomst volgt dat Eiser zich heeft verplicht om 20-30 afspraken te maken, maar niet is omschreven wanneer een afspraak te gelden heeft als afspraak. In dat geval komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.

7. Onbetwist is gebleven dat partijen in de vorige samenwerkingsovereenkomst een afspraak als afspraak telden als deze telefonisch tot stand was gekomen, ongeacht of de afspraak ook daadwerkelijk tot stand kwam. Op grond daarvan mocht Eiser er dan ook gerechtvaardigd op vertrouwen dat dit ook zo zou gelden bij deze overeenkomst. Dat uiteindelijk maar 15 daadwerkelijke afspraken hebben plaatsgevonden is dan ook geen tekortkoming van Eiser. Daarbij geldt dat vele factoren ervoor kunnen zorgen dat de daadwerkelijke afspraak niet heeft plaatsgevonden. Gedaagde voert wel aan dat dit aan Eiser te wijten is, maar heeft daarvoor onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen, Het enkele feit dat 35% van de afspraken niet tot een daadwerkelijke afspraak heeft geleid, is onvoldoende om daartoe te kunnen concluderen.

8. Slotsom is dan ook dat niet kan worden vastgesteld dat Eiser tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, zodat Gedaagde dan ook gehouden is tot volledige nakoming van haar verplichtingen, te weten betaling van de laatste factuur. De door Eiser gevorderde hoofdsom wordt dan ook toegewezen. Nu geen verweer is gevoerd tegen de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten zijn ook deze toewijsbaar.

9.     Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

BESLISSING

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van:

€ 3.630,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 20

december 2018 tot aan de voldoening;

€ 488,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

€ 222,77 aan rente;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Eiser begroot op:

exploot                                 86,40

salaris                        €        480,00

griffierecht                €        486,00

totaal                             € 1052,40

voor zover van toepassing, inclusief btw;

veroordeelt Gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat Gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en betekening van het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving heeft plaatsgevonden;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.