Eiser niet tijdig in gebreke gesteld

Tussen Eiser als verkoper en Gedaagde als koper is een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een Mercedes Benz. De auto is aan Gedaagde geleverd. Gedaagde heeft echter het laatste termijn van de koopsom nog niet betaald. Als toelichting geeft gedaagde dat hij voorafgaand aan de koop de auto niet heeft gezien. De auto is volgens hem niet zoals de eiser heeft doen voorstellen. Artikel 7:23 lid 1 BW bepaalt dat de koper er geen beroep meer op kan doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis heeft gegeven. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Gedaagde niet binnen bekwame tijd gereageerd. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat Gedaagde, hoewel hij na aflevering van de auto bekend was met de gestelde gebreken, nogmaals een termijn aan Eiser heeft betaald. Gevolg van het niet tijdig klagen is dat Gedaagde alle rechten ter zake van een eventuele tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door Eiser wegens non-conformiteit verliest. De gedaagde wordt dan ook in alle kosten veroordeeld.

Datum: 30 juli 2008
Rechtbank: Rotterdam, sector Kanton, locatie Rotterdam
Zaaknummer: 882222 CV EXPL 08-13669

Vonnis

in de zaak van

EISER, wonende te, eiser,

gemachtigde: IntoCash te Rotterdam, tegen

GEDAAGDE, wonende te, gedaagde, in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eiser" respectievelijk "Gedaagde".

Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

het exploot van dagvaarding van 31 maart 2008 met producties;

de aantekeningen van het mondelinge antwoord van Gedaagde en het schriftelijke verweer;

het tussenvonnis van 24 april 2008, waarin een comparitie van partijen is bepaald; het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 4 juni 2008.

De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken staat tussen partijen - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang -het volgende vast.

Tussen Eiser als verkoper en Gedaagde als koper is in 2006 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een Mercedes Benz (verder: de auto). De auto is in juni 2006 aan Gedaagde geleverd in Turkije.

De tussen partijen overeengekomen koopprijs bedraagt € 13.500,00. Gedaagde heeft daarvan een bedrag van € 1.500,00 onbetaald gelaten.

De stellingen van partijen

Eiser heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde te veroordelen tot betaling aan hem van € 1.873,23 vermeerderd met rente en kosten.

Aan de eis is naast de hiervoor onder 2. vermelde vaststaande feiten - zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Gedaagde is, ondanks sommaties, in gebreke gebleven met betaling van de laatste termijn van de koopsom ad € 1.500,00. Naast voornoemd bedrag maakt Eiser aanspraak op buitengerechtelijke kosten ad € 357,00 en op vervallen rente ad € 16,23.

Gedaagde heeft tegen de vordering - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd. Voorafgaand aan de koop heeft Gedaagde de auto niet gezien. Hij is afgegaan op de verklaringen van Eiser, die inhielden dat de auto van bouwjaar 1991 is, in zeer goede staat verkeert, geen schadeverleden heeft en dat de kilometerstand 260.000 bedraagt. Na aflevering bleek echter dat de auto deze eigenschappen niet heeft: de auto is van bouwjaar 1989, verkeert niet in goede staat, heeft een schadeverleden en de kilometerstand bedraagt 380.000. Mondeling is tussen partijen overeengekomen dat de koopovereenkomst in een dergelijk geval kan worden ontbonden, onder restitutie van het reeds betaalde gedeelte van de koopsom. Gedaagde maakt daarop dan ook aanspraak.

De beoordeling van het geschil

Partijen twisten over de vraag of de auto aan de overeenkomst beantwoordt. Artikel 7:17 lid 2 BW bepaalt in dit kader dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Meer in het bijzonder twisten partijen over de vraag welke mededelingen Eiser over de auto heeft gedaan en of de verkoop is gebaseerd op een door Eiser aan Gedaagde getoonde foto van de auto.

Ter comparitie van partijen heeft Gedaagde aangevoerd dat de auto in juni 2006 bij de aflevering in Turkije is overgeschreven, waarna hij er nog geen twee weken mee heeft kunnen rijden omdat technisch van alles aan de auto bleek te schorten. Gedaagde stelt de auto vervolgens in de garage in Turkije te hebben achtergelaten, waar de auto tot op heden staat. Gedaagde geeft aan in november 2006 nog een termijn van € 1.500,00 te hebben betaald aan Eiser en kort daarna kenbaar te hebben gemaakt dat hij ontbinding van de koopovereenkomst wenste.

Eiser heeft daartegen aangevoerd dat de betaling van € 1.500,00 waarop Gedaagde doelt eerst in juni 2007 heeft plaatsgevonden. Eiser stelt zich op het standpunt dat ontbinding van de koopovereenkomst thans niet meer mogelijk is, omdat Gedaagde eerst maanden met de auto heeft gereden en daarna pas met klachten kwam.

Artikel 7:23 lid 1 BW bepaalt dat de koper er geen beroep meer op kan doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis heeft gegeven. Dat partijen op dit punt een andersluidende afspraak hebben gemaakt, is gesteld noch gebleken. De auto is direct na de aflevering in juni 2006 door Gedaagde overgeschreven en gelet op hetgeen hiervoor onder 4.2 is weergegeven waren de gestelde gebreken Gedaagde in ieder geval binnen twee weken na aflevering kenbaar. Vervolgens is, blijkens de stellingen van Gedaagde, in ieder geval in november 2006 nog een termijn aan Eiser betaald en is pas daarna geklaagd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Gedaagde daarmee niet binnen bekwame tijd gereageerd. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat Gedaagde, hoewel hij na aflevering van de auto bekend was met de gestelde gebreken, nogmaals een termijn van € 1.500,00 aan Eiser heeft betaald. Gevolg van het niet tijdig klagen is dat Gedaagde alle rechten ter zake van een eventuele tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door Eiser wegens non-conformiteit verliest. De kantonrechter kan de vraag of de auto aan de overeenkomst beantwoordt dan ook buiten beschouwing laten. Daarmee komt Gedaagde ook geen beroep op ontbinding van de koopovereenkomst toe.

Een en ander leidt tot de conclusie dat het verweer van Gedaagde niet kan slagen. Gedaagde heeft erkend de door Eiser gevorderde hoofdsom van € 1.500,00 onbetaald te hebben gelaten, zodat dit bedrag wordt toegewezen.

De gevorderde vervallen rente ad € 16,23 wordt als onweersproken gebleven toegewezen. Dit geldt eveneens voor de buitengerechtelijke kosten ad € 357,00. Voldoende gebleken is dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en het in dit kader gevorderde bedrag komt gelet op de gebruikelijke tarieven voor buitengerechtelijke kosten en de hoogte van het toewijsbare bedrag niet onredelijk voor.

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt Gedaagde veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser tegen kwijting te betalen € 1.873,23 (eenduizend achthonderddrieënzeventig euro en drieëntwintig cent), vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 1.500,00 vanaf 25 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eiser vastgesteld op € 286,44 aan verschotten en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.L. van Zetten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.