Energiekosten komen voor rekening van de huurder

De huurder heeft een huurachterstand van €900,-. Daarnaast heeft de verhuurder een bedrag van €1.425,25 voorgeschoten aan energiekosten. De huurder erkent de huurachterstand maar is het niet eens met de energiekosten. Volgens de huurder komen deze kosten voor rekening van de verhuurder tot het moment waarop hij zelf een aansluiting tot energielevering aan het huuradres heeft geregeld.

In het huurcontract is er geen duidelijkheid omtrent wie de energiekosten moet betalen. De rechter kijkt dan ook naar de gehele situatie en wat partijen bij het aangaan van de overeenkomst van elkaar mochten verwachten. De verhuurder geeft een toelichting op de situatie en geeft daarbij aan dat zij bij het aangaan van de huur ervan uitging dat dit van korte duur zou zijn omdat huurder tijdelijk zonder woning was in verband met een relatiebreuk, reden waarom de contracten voor energie en water op haar naam bleef staan totdat bleek dat huurder voor langere tijd in de woning wilde blijven wonen en zij gedaagde heeft aangeschreven op 16 januari 2017 om alsnog de nutsaansluitingen op eigen naam te nemen. Huurder stelt dat bij het aangaan van de huurovereenkomst niet over de kosten van energielevering is gesproken maar dat hij ervan uitging dat de huurprijs inclusief energie en water was, totdat hij er begin 2017 achter kwam dat zulks niet de bedoeling was.

De rechter gaat mee in met de denkwijze van de verhuurder. In de huurovereenkomst wordt een onderscheid gemaakt tussen de huurprijs en de vergoeding voor levering en diensten. Ook is er in een artikel opgenomen dat huurder zelf de nutsvoorzieningen moet aanvragen. Dat die laatste bepaaling in eerst instantie niet gebeurd betekend niet dat de huurder niet voor de energielevering en de kosten daarvan verantwoordelijk werd gesteld. De slotsom is dan ook dat ook het gevorderde bedrag wegens energielevering toewijsbaar is.

Datum: 29 december 2017
Rechtbank: Rechtbank Rotterdam
Zaaknummer: 6302076 \ CV EXPL 17-31770

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Eiser.,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 29 augustus 2017,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung te Rotterdam,

tegen

Gedaagde,,

gedaagde,

gemachtigde: mr. G.P. Buise te Rotterdam.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de

kantonrechter kennis heeft genomen.

het exploot van dagvaarding;
de conclusie van antwoord;
het vonnis tot comparitie van 1 november 2017;
het proces-verbaal van comparitie van 5 december 2017.

2. De vaststaande feiten

2.1. Bij schriftelijke huurovereenkomst van 25 mei 2015 heeft gedaagde met ingang van 1 juni 2015 van eiseres gehuurd de tweekamerwoning, zulks tegen een maandelijkse huurprijs van € 450,00.

2.2. In de huurovereenkomst zijn (onder meer) de volgende bepalingen opgenomen:

(Artikel 2: Betalingsverplichting)

De betalingsverplichting van de huurder bestaat uit:

- de huurprijs

- een waarborgsom/bankgarantie

- een vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten

(Artikel 3: Huurprijs)

I. De huurprijs bedraagt € 450,00 (...)

(Artikel 5: Leveringen en diensten/ Niet van toepassing)

(Artikel 14: Bijzondere bepalingen)

(...)

Huurder dient zelf zorg te dragen voor het aanvragen van nutsvoorzieningen

2.3. Berekend tot en met mei 2017 heeft gedaagde een huurachterstand laten ontstaan van € 900,00.

2.4. Bij brief van 16 januari 2017 heeft eiseres (onder meer) gedaagde als volgt bericht: (...)

Medio 2015 heb je je intrek genomen aan de Walravenstraat. Omdat het voor een tijdelijke woonruimte ging heb ik aangeboden voorlopig de kosten voor elektriciteit, gas en water te betalen c.q. voor te schieten.

Ondertussen is het 2017. Ons verzoek is dan ook om per direct de overeenkomst met Nuon en Evides op je eigen naam te zetten. Wij stellen voor dat je dit regelt voor 4 februari as.. Het is onze ondernemingspolicy om geen contracten met nutsvoorzieningsleveranciers te hebben in verhuurde zelfstandige woonruimtes.

(...)

2.5. Eiseres heeft voor energieverbruik in de huurwoning over de periode van 5 maart 2016 tot en met 9 maart 2017 aan Nuon € 1.425,25 betaald, welk bedrag hij heeft doorbelast aan gedaagde. Gedaagde heeft dat bedrag onbetaald gelaten.

3. De vordering

Eiseres heeft na vermindering van eis gevorderd bij vonnis gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiseres van € 2.350,01, waarin begrepen € 900,00 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand mei 2017, € 1.425,25 aan energiekosten berekend tot en met 9 maart 2017 en € 24,76 aan verschenen rente tot 28 augustus 2017, een en ander vermeerderd met rente en kosten.

4. Het verweer

Gedaagde heeft de vordering voor zover het betreft het deel aan energiekosten betwist en heeft daartoe aangevoerd dat hij niet gehouden is tot vergoeding van die kosten omdat deze voor rekening van eiseres zijn tot het moment waarop hij zelf een aansluiting tot energielevering aan het huuradres heeft bewerkstelligd, zijnde 31 mei 2017.

5. De beoordeling

5.1. De vordering is wat betreft de huurachterstand van € 900,00 als erkend toewijsbaar.

5.2. Voor de beantwoording van de vraag of eiseres de kosten van energielevering ten behoeve van het gehuurde over de gevorderde periode mag doorbelasten aan gedaagde komt het, nu de huurovereenkomst zulks niet expliciet vermeldt, aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de huurovereenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Eiseres heeft in dit verband gesteld dat zij bij het aangaan van de huur ervan uitging dat dit van korte duur zou zijn omdat gedaagde tijdelijk zonder woning was in verband met een relatiebreuk, reden waarom de contracten voor energie en water op haar naam bleef staan totdat bleek dat gedaagde voor langere tijd in de woning wilde blijven wonen en zij gedaagde heeft aangeschreven op 16 januari 2017 om alsnog de nutsaansluitingen op eigen naam te nemen. Eiseres verwijst daarnaast naar de hiervoor onder 2.2 geciteerde bepalingen uit de huurovereenkomst. Gedaagde stelt dat bij het aangaan van de huurovereenkomst niet over de kosten van energielevering is gesproken maar dat hij ervan uitging dat de huurprijs inclusief energie en water was, totdat hij er begin 2017 achter kwam dat zulks niet de bedoeling was.

Geoordeeld wordt dat de door eiseres gestelde bedoeling van partijen meer steun vindt in de bepalingen van de huurovereenkomst dan de veronderstelling van gedaagde op dit punt. Uit de hiervoor onder 2.2 geciteerde bepalingen van de huurovereenkomst blijkt immers dat (in artikel 2) uitdrukkelijk onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds de huurprijs en anderzijds de vergoeding voor leveringen en diensten en dat (in artikel 3) de huurprijs is gesteld op €450,00, terwijl artikel 14 ervan uitgaat dat het aanvragen van nutsvoorzieningen door gedaagde zelf diende te geschieden, hetgeen impliceert dat hij ook de kosten daarvan diende te dragen. Dat artikel 14 aanvankelijk niet door partijen is uitgevoerd maar eerst nadat eiseres gedaagde daartoe had aangeschreven, doet niet af aan het uitgangspunt dat gedaagde wel voor de energielevering, en daarmee ook voor de kosten daarvan, verantwoordelijk werd gesteld. Ter comparitie heeft gedaagde verklaard dat hij thans €95,00 per maand aan energiekosten betaalt. Indien ervan uitgegaan zou moeten worden dat in de huuprijs van €450,- de energiekosten inbegrepen zijn, dan zou de kale huuprijs slechts €355,- bedragen hetgeen dermate goedkoop is voor een zelfstandige tweekamerwoning in Rotterdam dat daarvoor een verklaring zou moeten bestaan, die evenwel niet door gedaagde is gegeven. Redelijke uitleg van de huurovereenkomst brengt dan ook mee dat gedaagde voor de kosten van energielevering verantwoordelijk is en dat hij jegens eiseres gehouden is de door haar gemaakte kosten te vergoeden. De in haar brief van 16 januari 2017 door eiseres gebezigde woorden 'te betalen c.q. voor te schieten' kunnen aan deze uitleg niet afdoen nu uit de bewoordingen niet volgt dat eiseres daarmee bedoeld heeft de kosten voor haar eigen rekening te nemen. De slotsom is dan ook dat ook het gevorderde bedrag wegens energielevering toewijsbaar is.

5.3. De gevorderde rente is als onweersproken toewijsbaar.

5.4. Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooral laten begroten.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen €2.350,01 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand mei 2017, energiekosten berekend tot en met 9 maart 2017 en rente tot 28 augustus 2017, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 2.325,25 vanaf 28 augustus 2017 tot de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op:

- € 550,42 aan verschotten;
- € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;
- vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening; en indien gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, begroot op:
- € 75,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan kosten voor betekening onder de voorwaarde dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na de uitspraak van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. van Boven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.