Enkele betwisting betalingsregeling onvoldoende; geen tijdige ingebrekestelling

In deze verzetprocedure is er tussen partijen - verder te noemen Opposant en Geopposeerde - het volgende aan de hand. De Opposant heeft zijn Jeep voor reparatie bij de Geopposeerde gebracht. Geopposeerde heeft de reparatie vervolgens laten uitvoeren. Voor de werkzaamheden heeft de Opposant dan ook een factuur gekregen. De Opposant heeft slechts de helft van dit bedrag voldaan en is dus voor de andere helft gedagvaard. De opposant heeft als verweer gevoerd dat er is afgesproken dat de factuur maximaal de helft zou zijn van wat het uiteindelijk is geworden. Ook betwist hij dat er een betalingsregeling is overeengekomen. Ook voert hij aan als verweer dat de auto slecht gerepareerd zou zijn en dat dit blijkt uit het feit dat hij telkens kort na de reparaties de ANWB heeft moeten inschakelen. Hierdoor heeft hij kosten moeten maken en volgens hem is de geopposeerde hier dus voor aansprakelijk. De kantonrechter is van oordeel dat hij niet binnen bekwame tijd in de zin van artikel 6:89 BW heeft aangegeven dat er een eventueel gebrek in de uitgevoerde reparatie aanwezig was. Hij kan hier nu dan ook geen beroep op doen. De ondeugdelijkheid van de reparatie zal dan ook worden verworpen. De rechter veroordeelt de Opposant in de kosten van de verzetprocedure.

Datum: 9 februari 2012
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie Gouda
Zaaknummer: 1107180 \ CV EXPL 11-3306

Vonnis

in de zaak:

Opposant, wonende te, opposant,

gemachtigde mr. T. van Mansum,

tegen

de besloten vennootschap Geopposeerde, statutair gevestigd en kantoorhoudende te, geopposeerde,

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung.

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de verzetdagvaarding;

de conclusie van antwoord in oppositie, tevens conclusie van antwoord in reconventie;

de conclusie van repliek in oppositie tevens conclusie van repliek in reconventie; de conclusie van dupliek in oppositie tevens conclusie van dupliek in reconventie; de in het geding gebrachte producties.

Overwegingen

Tussen partijen - verder te noemen Opposant en Geopposeerde - staat, mede gelet op de door partijen overgelegde producties, als niet dan wel onvoldoende weersproken, het volgende vast:

Op 15 juni 2010 heeft Opposant een personenauto, merk Jeep Grand Cherokee, voor reparatie bij Geopposeerde gebracht.

Geopposeerde heeft de reparatie laten uitvoeren door X te.

Bij factuur van 7 juli 2010 heeft Geopposeerde een bedrag van € 4.112,91 bij Opposant in rekening gebracht. Na creditering van de transportkosten naar Garage De Kroon resteerde een door Opposant te betalen bedrag van 6 4.017,71.

Opposant heeft direct een bedrag van € 2.000,= contant aan Geopposeerde voldaan.

Geopposeerde heeft Opposant voor het restant gedagvaard. Bij het tussen partijen gewezen verstekvonnis d.d. I september 2011, rolnummer 1089160 \ CV EXPL 11-2492, is Opposant bij verstek veroordeeld tot betaling aan Geopposeerde van een hoofdsom van € 2017,71, vermeerderd met rente en kosten.

Bij dagvaarding van 29 september 2011 is Opposant tegen het onder e genoemde vonnis in verzet gekomen.

De vordering van Opposant strekt tot vernietiging van het onder e genoemde verstekvonnis en tot afwijzing van de vordering van Geopposeerde. In reconventie vordert Opposant veroordeling van Geopposeerde tot betaling aan hem van € 4.000,= en van een vergoeding, nader op te maken bij staat, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding, met veroordeling van Geopposeerde in de kosten van het geding in conventie en in reconventie.

Opposant heeft het verweer gevoerd dat partijen op 15 juni 2010 zijn overeengekomen dat de reparatie aan zijn auto, die zou bestaan uit vervanging van de cilinderkop, maximaal € 1.500,= inclusief btw zou kosten. Opposant betwist dat een prijs van € 2.000,= exclusief btw is overeengekomen en dat tussen partijen een betalingsregeling is getroffen. Hij behoefde als natuurlijk persoon ook niet te verwachten dat het bedrag exclusief btw zou zijn. Met een hoger bedrag dan € 1.500 = zou hij nooit akkoord zijn gegaan, omdat de kosten van de reparatie dan in geen verhouding zouden staan tot de waarde van de auto. Opposant betwist verder dat hij toestemming heeft gegeven voor het vervangen van de zuigers en evenmin voor de door Garage De Kroon verrichte extra reparaties. Opposant heeft voorts het verweer gevoerd dat de auto ondeugdelijk is gerepareerd door X. Dit blijkt uit het feit dat hij telkens kort na de reparaties de ANWB heeft moeten inschakelen. Hiertoe heeft Opposant € 2.000,= aan extra kosten moeten maken. Geopposeerde is voor deze schade aansprakelijk omdat Garage De Kroon in haar opdracht de reparaties heeft uitgevoerd. Op basis van wanprestatie heeft Opposant de overeenkomst tussen partijen ontbonden en Geopposeerde uitdrukkelijk in gebreke gesteld. Volgens Opposant beroept Geopposeerde zich ten onrechte op artikel 6:89 BW. Opposant is een paar keer tevergeefs terug gegaan met zijn auto in de verwachting dat het goed zou komen en hij heeft telkens aangegeven dat zijn auto niet goed was gerepareerd. Opposant vordert in reconventie terugbetaling van hetgeen hij heeft moeten betalen, te weten 2x € 2.000,=. Opposant heeft diverse producties overgelegd.

Geopposeerde heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij in opdracht en voor rekening van Opposant de in 2.1 onder a genoemde auto heeft (doen) repareren. Geopposeerde had geconstateerd dat de cilinderkop vermoedelijk kapot was. Partijen zijn overeengekomen dat dit zou worden gerepareerd voor ongeveer € 2.000,= exclusief btw. Geopposeerde heeft de uitvoering van de reparatie uitbesteed aan Garage De Kroon. Na demontage van de cilinderkop bleken er diverse scheuren in de zuigers te zitten. Opposant is akkoord gegaan met het vervangen van de zuigers. De auto is vervolgens conform afspraak gerepareerd. Facturering heeft plaatsgehad als vermeld in 2.1 onder c. Opposant heeft direct e 2.000,= voldaan. Op de achterzijde van de originele factuur is een betalingsregeling vermeld voor het verschuldigde restant. Volgens deze door partijen gemaakte afspraak diende Opposant 4x € 500,= te voldoen na elke 30 dagen en € 112,91 de 5C maand, met dien verstand dat het gehele factuurbedrag vóór 31 december 2010 betaald zou zijn. Geopposeerde heeft zowel bij de inleidende dagvaarding als bij haar conclusie van antwoord in oppositie/conclusie van antwoord in reconventie een kopie van de betalingsregeling overgelegd. Geopposeerde heeft zich op het standpunt gesteld dat Opposant de vordering door het aangaan van de betalingsregeling heeft erkend. Hij is wel degelijk akkoord gegaan met het vervangen van de zuigers. Geopposeerde heeft gesteld dat Opposant na de reparaties nooit meer bij haar is terug geweest. Hij is zelf naar Garage De Kroon gegaan om de oliepomp en turbo te vervangen. Hiervoor heeft X Opposant zelf gefactureerd voor € 1.000,=. Deze reparatie heeft niets met de onderhavige vordering te maken. Dit blijkt uit de door Opposant overgelegde producties. Geopposeerde heeft voorts naar voren gebracht dat zij pas op 4 juli 2011 door Opposant in gebreke is gesteld voor de in juni 2010 verrichte reparatie. Op grond van artikel 6:89 BW kan Opposant nu geen beroep meer doen op een gebrek in de prestatie. Geopposeerde is bovendien niet in de gelegenheid gesteld een en ander te herstellen. Geopposeerde betwist dat Opposant door haar toedoen schade heeft geleden. De reconventionele vordering is daarom volgens haar niet toewijsbaar.

De kantonrechter oordeelt in conventie en in reconventie als volgt.

Vast staat dat Opposant voor de in zijn opdracht verrichte reparatie € 2.000,= aan Geopposeerde heeft betaald. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, maakt dit al niet aannemelijk dat partijen een prijs van € 1.500,= zijn overeengekomen, zoals Opposant beweert. Opposant heeft bovendien de door Geopposeerde zowel bij de inleidende dagvaarding als tijdens de verzetprocedure overgelegde kopie betalingsregeling niet betwist evenmin als de stelling van Geopposeerde dat deze op de achterzijde van de in 2.1 onder c vermelde factuur is vermeld. Uit de kopie blijkt dat de regeling van twee handtekeningen is voorzien. De kantonrechter acht de enkele betwisting van de betalingsregeling door Opposant daarom onvoldoende. Van hem had mogen worden verwacht dat hij expliciet op deze door Geopposeerde overgelegde productie was ingaan of dat hij de originele factuur in het geding zou hebben gebracht als de betalingsregeling op de achterzijde ontbrak. Nu Opposant dit allemaal heeft nagelaten, neemt de kantonrechter als vaststaand aan dat de betalingsregeling tussen partijen is overeengekomen als op de productie is vermeld. Dit brengt mee dat ook de stelling van Opposant dat hij geen opdracht heeft gegeven voor het vervangen van de zuigers onaannemelijk is. In dat geval zou Opposant immers geen betalingsregeling voor het gehele factuurbedrag hebben getroffen. Dit verweer wordt dan ook verworpen.

Voor wat betreft de beweerde wanprestatie is niet gesteld of gebleken dat Opposant reeds vóór de ingebrekestelling van 4 juli 2011 bij Geopposeerde heeft geklaagd over ondeugdelijkheid van de in geding zijnde reparatie. Nu de reparaties zijn verricht in juni 2010 en uit voornoemde ingebrekestelling blijkt dat de beweerde gebreken kort na de uitvoering daarvan aan Opposant zijn gebleken, is de kantonrechter van oordeel dat Opposant niet binnen bekwame tijd in de zin van artikel 6:89 BW bij Geopposeerde heeft geprotesteerd, zodat hij op een eventueel gebrek in de uitgevoerde reparatie thans geen beroep meer kan doen. Dat Opposant zijn auto wellicht met een klacht bij X heeft teruggebracht, acht de kantonrechter onvoldoende ten opzichte van Geopposeerde met wie Opposant heeft gecontracteerd. Daarbij komt dat Opposant de beweerde extra reparatiekosten ten bedrage van € 2.000,=, die volgens hem noodzakelijk waren als gevolg van de beweerde wanprestatie, na betwisting niet met enige factuur heeft onderbouwd, zodat de gestelde wanprestatie en/of schade niet is komen vast te staan. Het verweer betreffende de ondeugdelijkheid van de reparaties die Geopposeerde heeft doen verrichten, zal op grond van het vorenstaande worden verworpen.

Op grond van het vorenstaande zullen de vorderingen in conventie en in reconventie beide worden afgewezen.

Opposant zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering af;

bekrachtigt het tussen partijen gewezen verstekvonnis d.d. 1 september 2011, rolnummer 1089160 \ CV EXPL 11-2492;

in reconventie

wijst de vordering af;

in conventie en reconventie

veroordeelt Opposant in de kosten van de verzetprocedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Geopposeerde begroot op € 300,= als het aan de gemachtigde van Geopposeerde toekomende salaris;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M. Nijenhuis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2012.