Factuur bij brand verloren gegaan komt voor rekening van debiteur

Eiser heeft in opdracht van Gedaagde aan Gedaagde 30 Visiball brillen geleverd en hiervoor een factuur gegeven. Pas nadat de vordering ter incasso uit handen was gegeven heeft Gedaagde deze factuur voldaan. De buitengerechtelijke incassokosten heeft gedaagde echter niet betaald. Deze worden in de procedure gevorderd. Gedaagde erkent de koopovereenkomst, maar voert aan dat de oorspronkelijke factuur bij een brand verloren is gegaan. De betalingsachterstand valt in haar ogen dan ook niet haar aan te rekenen. De betalingsherinneringen kon ze niet 'thuis' brengen. De rechter oordeelt dat het wel op haar weg had gelegen om (telefonisch) contact op te nemen met de op die betalingsherinneringen vermelde afzender. Dat zij dit heeft nagelaten komt voor haar eigen risico. De kosten voor het uit handen geven van de vordering komen voor rekening van de Gedaagde en dient ze dus ook te voldoen.

Datum: 15 maart 2006
Rechtbank: Utrecht Sector kanton Locatie Utrecht
Zaaknummer: 436023 CU EXPL 05-10958

Vonnis

inzake

EISER,

gevestigd te, verder ook te noemen Eiser, eisende partij,

gemachtigde: mr. C. Sneevliet, tegen:

de besloten vennootschap

GEDAAGDE,

gevestigd te Doorn,

verder ook te noemen Gedaagde,

gedaagde partij,

procederend bij W. Verheul.

Verloop van de procedure

Eiser heeft een vordering ingesteld. Gedaagde heeft geantwoord op de vordering.

Eiser heeft voor repliek en Gedaagde heeft voor dupliek geconcludeerd. Hierna is uitspraak bepaald.

Het geschil en de beoordeling daarvan

Eiser vordert -na vermeerdering van eis bij repliek- de veroordeling van Gedaagde om aan haar te voldoen € 162,- aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2005 en de veroordeling van Gedaagde in de proceskosten.

Aan de vordering legt Eiser ten grondslag dat hij in opdracht en voor rekening van Gedaagde aan Gedaagde 30 Visiball brillen heeft geleverd en dat Gedaagde de factuur d.d. 7 juni 2005 ad € 712,- pas nadat de vordering ter incassering uit handen was gegeven, heeft voldaan. Gedaagde blijft echter in gebreke met de betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, die door Eiser bij dagvaarding worden gesteld op een bedrag van € 128,74 en die bij conclusie van repliek worden vermeerderd tot een bedrag van € 162,-.

Eiser maakt aanspraak op die kosten primair op grond van de wet en subsidiair op grond van de op de overeenkomst toepasselijke voorwaarden. De gevorderde rente is Gedaagde volgens Eiser verschuldigd omdat zij met haar betalingsverplichting in verzuim is geraakt.

Gedaagde erkent de door Eiser gestelde koopovereenkomst. Zij betwist echter de vordering. Zij voert - kort weergegeven - aan dat de vertraging in de betaling haar niet valt aan te rekenen nu de oorspronkelijke factuur bij een brand op 8 juni 2005 verloren is gegaan en zij de betalingsherinneringen niet 'thuis' kon brengen omdat deze een andere firmanaam vermeldden dan de factuur. Zij stelt dat toen haar medio augustus 2005 e.e.a. duidelijk werd, zij het factuurbedrag onmiddellijk heeft betaald. Gedaagde is van mening dat Eiser verwarring schept door op facturen en herinneringen andere firmanamen te vermelden. Voorts stelt zij dat de door Eiser gestelde algemene voorwaarden niet van toepassing zijn en vraagt zij de veroordeling van Eiser in de door haar gemaakte kosten.

Het door Gedaagde gestelde dat de (oorspronkelijke) factuur bij een brand op 8 juni 2005 verloren is gegaan, komt voor risico en rekening van Gedaagde zelf en kan niet aan Eiser worden tegengeworpen. Indien juist is dat bij Gedaagde na de door haar niet betwiste ontvangst van de betalingsherinneringen onduidelijkheid bestond over de (oorsprong van de) vordering, had het op haar weg gelegen om (telefonisch) contact op te nemen met de op die betalingsherinneringen vermelde afzender. Dat zij dit heeft nagelaten komt voor haar risico.

Naar het oordeel van de kantonrechter was Eiser, bij uitblijvende betaling van de factuur, gerechtigd haar vordering uit handen te geven. De daarmee gemoeide kosten komen voor rekening van Gedaagde. De vraag of op de overeenkomst de door Gedaagde gestelde algemene voorwaarden van toepassing waren, behoeft geen beantwoording nu Eiser de buitengerechtelijke kosten primair vordert op grond van de wet.

De vermeerdering van eis bij repliek, acht de kantonrechter niet toewijsbaar. Het enkele feit dat Gedaagde verweer voert tegen de vordering kan niet tot gevolg hebben dat de buitengerechtelijke incassokosten, welke kosten immers betrekking hebben op werkzaamheden die niet in de proceskosten worden vergoed, hoger worden. Voorts is de over de buitengerechtelijke kosten gevorderde rente niet toewijsbaar nu door Eiser niet wordt gesteld, noch anderszins is gebleken dat hij die kosten reeds daadwerkelijk (aan de gemachtigde) heeft betaald.

Voor toekenning van een kostenvergoeding aan Gedaagde, zoals door haar is verzocht, wordt -nog afgezien van hetgeen hiervoor is overwogen en beslist- geen grond aanwezig geacht.

Gedaagde zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser tegen bewijs van kwijting te betalen € 128,74;

veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Eiser tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 221,93, waarin begrepen € 60,- aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.AM. Walsteijn, kantonrechter, en is in aanwezigheid de griffier bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2006.