Faillissement B.V. niet relevant: persoonlijk aansprakelijk

De eiser heeft een schilderij gemaakt met de titel 'Groep Stern'. Deze heeft hij vervolgens afgeleverd aan Gedaagde. Omdat hij hiervoor maar niet betaald kreeg heeft de eiser IntoCash ingeschakeld. Deze heeft twee betalingen weten te verkrijgen van de Gedaagde, maar die heeft daarna ook niets meer betaald. Eiser is nu naar de rechter gegaan om de rest te vorderen. Gedaagde brengt hiertegen in dat het schilderij niet door hem in privé is gekocht, maar door zijn bedrijf dat inmiddels failliet is. De eiser moet zich volgens de gedaagde maar tot de curator wenden. De kantonrechter is het hier niet mee eens. In de koopovereenkomst is het duidelijk te zien dat Gedaagde zich persoonlijk als koper noemt. Alle overige punten die de gedaagde stelt vindt de rechter niet ter zake doende. De gedaagde wordt dan ook in het ongelijk gesteld.

Datum: 28 januari 2010
Rechtbank: 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 647019 CV EXPL 09-8787

Vonnis

in de zaak van:

Eiser, wonende te, eiser,

gemachtigde: IntoCash, mr E.C.Y. Cheung tegen:

Gedaagde, wonend te, gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen zullen verder worden aangeduid als 'Eiser'en 'Gedaagde'.

De procedure

Eiser heeft bij dagvaarding gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde zal veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag groot € 3.764,21, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom groot € 3.127,39 vanaf 9 juli 2009 tot aan de dag der voldoening, kosten rechtens.

Gedaagde heeft een schriftelijk antwoord alsmede een schriftelijke aanvulling daarop ingediend.

Vervolgens werden de conclusie van repliek en de conclusie van dupliek gewisseld. Eiser heeft nog schriftelijk gereageerd op de bij dupliek overgelegde bijlagen. Daarna is vonnis bepaald.

Het geschil en de beoordeling ervan

In rechte kan van de navolgende feiten worden uitgegaan:

Eiser heeft, al dan niet in opdracht van Gedaagde, een schilderij vervaardigd met de titel "Groep Sterns". Het schilderij is op 23 september 2009 door Eiser afgeleverd op het kantooradres van Gedaagde. Aldaar is tussen partijen op diezelfde dag een door beide partijen ondertekende schriftelijke koopovereenkomst gesloten, waarin onder meer het volgende is vermeld:

"Eiser
(...) hierna te noemen DE KUNSTENAAR en
Gedaagde (...)
Hierna te noemen DE KOPER
(...) de kunstenaar verkoopt en draagt in eigendom, over aan koper het volgende kunstvoorwerp (...):
Titel kunstwerk X
De verkoopprijs van het werk is vastgesteld op € 7.000, -(...) Het BTW bedrag in deze verkoop is €420,- (6% BTW)
De levering van het kunstvoorwerp vindt plaats op het volgende adres:
Naam/bedrijfsnaam X
Adres: Y
(...)
Bij betaling in termijnen geldt: Aanbetaling van € 700,-(...)
Restant in 9 termijnen van elk €700,-na levering op genoemd adres.
De termijnen dienen maandelijks te worden voldaan voor de 15e van elke maand (...)
Bij overschrijding van de betalingstermijn wordt de wettelijke rente en/of worden eventuele in en buitengerechtelijke incassokosten ten laste van de koper gebracht. "

Er is door Gedaagde op 26 november 2008 en 17 december 2008 in totaal €2.100,-betaald middels twee bankoverschrijvingen, waarvan als productie 3 door Eiser een kopie in het geding is gebracht. Na inschakeling van IntoCash door Eiser is op 27 april 2009 een bedrag ad € 1.772,61 betaald. Daarna heeft er geen betaling meer plaatsgevonden.

Eiser vordert op grond van voormelde feiten betaling van het restant van zijn vordering ad € 3.127,39, alsmede vergoeding van een bedrag ad € 600,00 ter zake buitengerechtelijke incassokosten en de tot 9 juli 2009 vervallen wettelijke rente ad € 36,82 alsmede de wettelijke rente vanaf die datum.

Gedaagde heeft hiertegen ingebracht dat het schilderij niet door hem in privé is gekocht, maar door zijn bedrijf, X BV, dat inmiddels in staat van faillissement is verklaard. Eiser dient zich volgens hem tot de curator te wenden.

De kantonrechter verwerpt het verweer van Gedaagde.

In de schriftelijke koopovereenkomst, hiervoor onder 2.1 weergegeven, is Gedaagde duidelijk persoonlijk als koper genoemd. De door Gedaagde aangedragen argumenten ter staving van zijn stelling dat het een aankoop van X BV betrof, namelijk dat het schilderij diende te worden afgeleverd op zijn kantooradres, dan wel niet in zijn huis paste vanwege de omvang, zijn niet ter zake doende. Gedaagde heeft zich in privé jegens Eiser verbonden. De facturen zijn aan Gedaagde gericht. Het feit dat deze aan diens zakelijk adres zijn gestuurd, heeft niet tot gevolg dat Gedaagde niet meer tot betaling gehouden zou zijn. De vermelding van BTW in de verkoopfacturen duidt evenmin op een overeenkomst met X BV. Eiser is immers gehouden BTW af te dragen over zijn verkooptransacties. Gedaagde is mitsdien gehouden om de vordering vermeerderd met de wettelijke verzuimrente van Eiser te voldoen. Hetgeen door Gedaagde omtrent zijn financiële omstandigheden is aangevoerd, is voor de beslissing van dit geschil niet ter zake doende.

Uit de in het geding gebrachte stukken blijkt voor het eerst van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden door IntoCash op 18 maart 2009. Uit het door Eiser in het geding gebrachte overzicht van telefoongesprekken tussen IntoCash en Gedaagde, blijkt dat IntoCash deze werkzaamheden ook daadwerkelijk heeft verricht. De buitengerechtelijke incassokosten dienen te worden berekend over het op dat moment openstaande saldo, zijnde € 7.000 -2.100, - = € 4.900, -. Volgens de staffel incassokosten van de kantongerechten is dit gelijk aan hèt gevorderde bedrag van € 600, - exclusief BTW. Deze kosten worden daarom toegewezen.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij verwezen in de kosten van het geding aan de zijde van Eiser.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van een bedrag groot € 3.764,21, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.127,39 vanaf 9 juli 2009 tot aan de dag der voldoening;

Veroordeelt Gedaagde in de kosten van het geding, gevallen aan de zijde van Eiser, welke to op heden worden vastgesteld op € 293,98 ter zake verschotten en op € 400, - ter zake salaris gemachtigde;

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. EJ. Spoor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2010.