Financiële moeilijkheden rechtvaardigen geen uitstel betaling huur

Gedaagde heeft van Eiser een woonruimte gehuurd. De huur is geëindigd, maar gedaagde heeft nog een huurachterstand. Ondanks aanmaning heeft hij dit bedrag niet betaald. Eiser stuurt per brief aan Gedaagde: “Wij stellen dan ook voor dat, zodra er verbetering komt in jullie situatie, de huur alsnog met terugwerkende kracht aan ons wordt betaald.". Gedaagde stellen dat er nog geen sprake is van een verbetering. De rechter oordeelt dat deze zin niet betekent dat betaling eindeloos kan worden uitgesteld. Het had, zeker nadat de huur al drie maanden was geëindigd, op de weg van Gedaagde gelegen, ondanks de financiële moeilijkheden waarin hij zich bevindt, om aan Eiser een voorstel tot betaling van het bedrag te doen. Dat heeft hij kennelijk nagelaten.

Datum: 17 juli 2008
Rechtbank: 's-Hertogenbosch, Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: 556607 08-3072

Vonnis

in de zaak van:

Eiser, wonende te, gemachtigde: mr. C. Sneevliet,

tegen:

Gedaagde, wonende te, procederend in persoon.

Partijen zullen verder worden aangeduid als 'Eiser' en 'Gedaagde'.

De procedure

Eiser heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. Gedaagde is in rechte verschenen en heeft een conclusie van antwoord genomen. Vervolgens werden de conclusie van repliek en de conclusie van dupliek gewisseld. Daarna is vonnis bepaald.

Het geschil

Eiser vordert betaling van de huurachterstand van € 765,-, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

Eiser legt daaraan het volgende ten grondslag.

Gedaagde heeft van Eiser gehuurd de woonruimte aan de te. De huur is geëindigd per 17 november 2007. Gedaagde heeft nog een huurachterstand van € 765,-.

Ondanks aanmaning is dit bedrag niet betaald. Aan buitengerechtelijke kosten is Gedaagde verschuldigd € 178,50, inclusief btw. Aan wettelijk rente is hij tot 1 7 maart 2008 verschuldigd € 15,22.

Gedaagde heeft, kort weergegeven, het volgende verweer gevoerd.

Eiser heeft in een brief d.d. 20 september 2007 aan Gedaagde meegedeeld: "Wij stellen dan ook voor dat, zodra er verbetering komt in jullie situatie, de huur alsnog met terugwerkende kracht aan ons wordt betaald." Een verbetering van de situatie is echter nog niet aan de orde.

Hetgeen partijen verder nog hebben aangevoerd zal, indien en voor zover relevant, in het navolgende aan de orde komen.

De beoordeling

Tussen partijen staat het volgende vast.

Gedaagde heeft van Eiser gehuurd de woonruimte aan de te. De huur is geëindigd per 17 november 2007. Gedaagde heeft nog een huurachterstand van € 765,-. Ondanks aanmaning heeft hij dit bedrag niet betaald.

Het moge zo zijn dat Eiser in zijn brief d.d. 20 september 2007 aan Gedaagde heeft meegedeeld: “Wij stellen dan ook voor dat, zodra er verbetering komt in jullie situatie, de huur alsnog met terugwerkende kracht aan ons wordt betaald.", maar dat betekent niet dat betaling ervan eindeloos kan worden uitgesteld. Het had, zeker nadat de huur al drie maanden was geëindigd, op de weg van Gedaagde gelegen, ondanks de financiële moeilijkheden waarin hij zich bevindt, om aan Eiser een voorstel tot betaling van het bedrag van € 765,- te doen. Dat heeft hij kennelijk nagelaten.

De vordering ten aanzien van de hoofdsom is dan ook toewijsbaar. De rente is toewijsbaar als gevorderd. Eiser heeft aangeboden open te staan voor een betalingsregeling. Gedaagde zal daarover contact moeten opnemen met de deurwaarder.

Eiser heeft zijn vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten onvoldoende onderbouwd. Kennelijk zijn geen ter zake relevante kosten gemaakt, dat wil zeggen andere kosten dan die ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak (zoals kosten van het zenden van aanmaningen en sommaties), waarvoor de veroordeling in de proceskosten een vergoeding pleegt in te houden. Gelet op navolgende overweging met betrekking tot de proceskosten is er daarom geen grond voor toewijzing van de vordering ter zake van buitengerechtelijke kosten.

Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van de somma van € 780,22, vermeerderd met de wettelijke rente over € 765,- vanal 17 maart 2008 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure, aan de zijde van Eiser tot op heden begroot op € 445,25, waarvan € 92,25 wegens explootkosten, € 153,- wegens griffierecht en € 200,- als bijdrage in het salaris van cle gemachtigde (niet met btw belast);

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juli 2008.