Gedaagde had de eiser in gebreke moeten stellen en de mogelijkheid moeten geven tot herstel

Eiseres heeft in opdracht van gedaagde ondersteuning geboden om te komen tot een contractuele relatie met de afdeling Z, onderdeel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De factuur voor deze werkzaamheden heeft gedaagde onbetaald gelaten.

Gedaagde geeft hiervoor de volgende reden: 'Gedaagde heeft eiseres ingeschakeld omdat zij naar eigen zeggen veel ervaring en expertise hadden op het gebied van contracten met het Ministerie van Justitie. Maar al gauw bleek dat zij geen toegang hadden tot het Ministerie van Justitie. Het is gelukt zonder hulp van eiseres. Gedaagde heeft zelf veel werk moeten verrichten terwijl gedaagde dat graag had willen uitbesteden. Gedaagde heeft toen aangegeven dat zij het werk zelf zou voortzetten en dat het deel van de offerte w aarvoor eiseres wel werk had verricht, betaald zou worden. Eiseres heeft bovendien cruciale fouten gemaakt. Eiseres heeft gedaagde geen overzicht doen toekomen waaraan een contract moet voldoen. Dit had gedaagde veel tijd en geld kunnen besparen. De werkzaamheden die zijn verricht door eiseres, zijn betaald.'

Eiseres betwist de stelling van gedaagde dat eiseres geen toegang had tot het ministerie van Veiligheid en Justitie. Ook betwist eiseres dat zij cruciale fouten zou hebben gemaakt. Het is eiseres niet bekend welke fouten dit zouden zijn. Eiseres heeft de benodigde informatie wel degelijk aangeleverd en aangegeven welke informatie gedaagde moest aanleveren. Eiseres is nimmer in gebreke gesteld, noch gelegenheid gegeven tot herstel. Eiseres heeft gedaagde in contact gebracht met het Ministerie van Veiligheid en Justitie, en ook de brief opgesteld voor de belangstellingregistratie. Alle gefactureerde werkzaamheden zijn uitgevoerd conform offerte. De twee facturen volgend op deze factuur zijn ook gewoon voldaan.

De rechter oordeelt dat gedaagde de (nadere) stellingen waarop eiseres haar vordering grondt onvoldoende heeft weersproken, zodat deze in rechte zijn komen vast te staan. De rechter wijst de vordering toe.

Datum: 3 oktober 2017
Rechtbank: Rechtbank Overijssel
Zaaknummer: 6118584 \ CV EXPL 17-2327

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap EISER B.V., gevestigd en kantoorhoudende te, eisende partij,

gemachtigde: IntoCash, te Rotterdam tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEDAAGDE B.V., gevestigd en kantoorhoudende te, gedaagde partij,

1. De procedure

1.1.          Het verloop van de procedure blijkt uit:

-    de dagvaarding van 26 juni 2017,

-    de conclusie van antwoord,

-    de conclusie van repliek.

1.2.          Gedaagde heeft hierna, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.

1.3.          Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. Eiseres vordert bij vonnis, voorzover de wet zulks toelaat uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen om aan eiseres tegen deugdelijk bewijs van kwijting te betalen:

a.   de hoofdsom, een bedrag groot € 6.343,43;

b.   de wettelijke handelsrente ex art. 6:119a BW, over de hoofdsom vanaf de vervaldatum tot aan 2 ljuni 2017 een bedrag groot € 445,73;

c.   de wettelijke handelsrente ex art. 6:119a BW, over de hoofdsom vanaf 21 juni 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

d.   de buitengerechtelijke incassokosten van € 692,17 excl. BTW vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over deze kosten vanaf 14 dagen na het ten deze te wijzen vonnis, althans een in goede justitie redelijk geachte termijn, tot aan de dag der algehele voldoening;

e.   de kosten van deze procedure waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van eiseres vermeerderd met de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over deze kosten vanaf 14 dagen na het ten deze te w ijzen vonnis, althans een in goede justitie redelijk geachte termijn, tot aan de dag der algehele voldoening;

f.    de nakosten ten bedrage van 50% van het geldende salaris gemachtigde, indien en voor zover gedaagde niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen, althans binnen een in goede justitie redelijk geachte termijn, na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, heeft voldaan;

g.   de kosten van de dagvaarding.

2.1.1. Eiseres heeft, kort samengevat, het navolgende aan haar vordering ten grondslaa gelegd. 

Eiseres heeft in opdracht van gedaagde ondersteuning geboden om te komen tot een contractuele relatie met de afdeling Z, onderdeel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Gedaagde heeft de factuur van 6 juli 2016 ten bedrage van € 6.343,43 ten onrechte onbetaald gelaten.

2.2 Gedaagde concludeert tot afwijzing van de vordering en heeft daartoe, samengevat, bij conclusie van antwoord het navolgende aangevoerd.

2.2.1. De contractspartij is Stichting A en niet de besloten vennootschap GEDAAGDE B.V. (hierna: Gedaagde). Gedaagde heeft eiseres ingeschakeld omdat zij naar eigen zeggen veel ervaring en expertise hadden op het gebied van contracten met het Ministerie van Justitie. Maar al gauw bleek dat zij geen toegang hadden tot het Ministerie van Justitie. Het is gelukt zonder hulp van eiseres. Gedaagde heeft zelf veel werk moeten verrichten terwijl gedaagde dat graag had willen uitbesteden. Gedaagde heeft toen aangegeven dat zij het werk zelf zou voortzetten en dat het deel van de offerte waarvoor eiseres wel werk had verricht, betaald zou worden. Eiseres heeft bovendien cruciale fouten gemaakt. Eiseres heeft gedaagde geen overzicht doen toekomen waaraan een contract moet voldoen. Dit had gedaagde veel tijd en geld kunnen besparen. De werkzaamheden die zijn verricht door eiseres, zijn betaald.

2.3. De reactie van eiseres op het verweer van gedaagde

Eiseres betwist en ontkent dat Stichting Actolei de contractspartij is geweest. Gedaagde is een overeenkomst aangegaan met eiseres. De eerste, derde en vierde factuur waren op naam gesteld van Gedaagde. Gedaagde heeft deze ontvangen en zonder protest behouden. Sterker nog, Gedaagde heeft deze facturen voldaan en niet Stichting A. Eiseres betwist en ontkent derhalve dat Gedaagde de tweede factuur naast zich heeft neergelegd vanwege een onjuiste tenaamstelling.

Eiseres betwist de stelling van gedaagde dat eiseres geen toegang had tot het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Ook betwist eiseres dat zij cruciale fouten zou hebben gemaakt. Het is eiseres niet bekend welke fouten dit zouden zijn. Eiseres heeft de benodigde informatie wel degelijk aangeleverd en aangegeven welke informatie gedaagde moest aanleveren. Eiseres is nimmer in gebreke gesteld, noch gelegenheid gegeven tot herstel.

Eiseres heeft gedaagde in contact gebracht met het Ministerie van Veiligheid en Justitie, en ook de brief opgesteld voor de belangstellingregistratie. Ook deze brief heeft er mede toe geleid dat gedaagde op de correspondentielijst is geplaatst van het Ministerie met betrekking tot de inkoop van zorg.

De gevorderde factuur heeft betrekking op de werkzaamheden, welke verricht zijn in de periode 01-05-2016 t/m 30-06-2016. Het is voor eiseres volstrekt onduidelijk waarom deze tweede factuur van in totaal vier onbetaald is gelaten, gezien het feit dat de werkzaamheden gewoon zijn uitgevoerd. Alle gefactureerde werkzaamheden zijn uitgevoerd conform offerte. De twee facturen volgend op deze factuur zijn ook gewoon voldaan.

3. De beoordeling

3.1. Gedaagde heeft vervolgens geen gebruik gemaakt van de gelegenheid tot dupliceren. Aldus heeft gedaagde de (nadere) stellingen waarop eiseres haar vordering grondt onvoldoende weersproken, zodat deze in rechte zijn komen vast te staan. Gelet op de hiervoor onder 2.3. opgenomen en niet weersproken stellingen van eiseres moet worden aangenomen dat gedaagde ten onrechte de onderhavige factuur niet (volledig) heeft voldaan

3.2. Aldus zal worden toegewezen een bedrag van € 7.481,33 (hoofdsom van € 6.343 43 vermeerderd met de tot 21 juni 2017 berekende wettelijke handelsrente van € 445,73 en incassokosten van € 692,17).

Ook de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 21 juni 2017 over de hoofdsom is toewijsbaar als ook de gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

3.3. Gedaagde dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten, terwijl ook de gevorderde rente over de proceskosten alsmede de nakosten toewijsbaar zijn op de wijze als hierna geformuleerd.

De gevorderde nakosten zullen conform de landelijke aanbevelingen worden begroot op het tarief van een half punt gemachtigdensalaris, met een maximum van € 100,00. Gelet op het gemahtigdensalaris in deze zaak van €200,00 per punt, worden de nakosten begroot op € 100,00.

4. De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen:

4.1.         een bedrag van € 6.343,43,

4.2.         een bedrag van € 445,73 terzake de tot 21 juni 2017 berekende wettelijke handelsrente,

4.3.         de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 6.343,43 vanaf 21 juni 2017 tot aan de dag van algehele voldoening,

4.4.         een bedrag van € 692,17 terzake de buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening,

4.5.         de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 1.050.42. waarin begrepen een bedrag van € 500,00 als salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige voldoening. Begroot de nakosten op € 100,00,

4.6.         verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.         wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G. van Eerden, kantonrechter uitgesproken op 3 oktober 2017.