Gedaagde heeft niet tijdig geklaagd over het vermeende slechte werk van eiser en moet de facturen betalen

samenvatting:

Gedaagde heeft in 2017 schilders ingeleend bij Eiser voor het schilderen van de buitenkant van 212 sociale huurwoningen. Eiser heeft Gedaagde gefactureerd en samen met de facturen ook de getekende urenlijsten opgestuurd. Gedaagde heeft enkele facturen onbetaald gelaten. Op de verschillende herinneringen en aanmaningen van de eiser reageerde hij niet meer. Eiser heeft IntoCash ingeschakeld, die wel reactie kreeg van Gedaagde. Het verweer was dat hij de rekeningen niet betaalde omdat zijn opdrachtgever het werk van Eiser zou hebben afgekeurd. Hij vertelde dat zijn plan was om met een ander bedrijf alle geschilderde woningen opnieuw te gaan doen en deze kosten te verrekenen met de openstaande facturen van Eiser.

IntoCash heeft Gedaagde uitgelegd dat het zo niet werkt. Als hij daadwerkelijk van mening is dat Eiser slecht werk heeft geleverd, dan had hij Eiser in gebreke moeten stellen en de mogelijkheid moeten geven om het een en ander te herstellen. Dit heeft hij niet gedaan. De rechter is het hier mee eens. Het had inderdaad op de weg van Gedaagde gelegen tijdig -bij voorkeur ten tijde van de uitvoering werkzaamheden- te klagen over de werkzaamheden, dit heeft hij niet gedaan. Daarnaast zijn alle werkbonnen gewoon getekend. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Eiser zal toewijzen, vermeerderd met alle kosten.

Datum: 24 april 2019
Rechtbank: Rechtbank Zaanstad
Zaaknummer: 7293331 I CV EXPL 18-5064

Vonnis

in de zaak van:

Eiser

wonende te, gemeente

eiser

verder te noemen: Eiser

gemachtigde: Incassobureau lntoCash

tegen

GEDAAGDE

wonende te

verder te noemen: GEDAAGDE

gemachtigde: mr. P. Wieringa

Het procesverloop

1.1. EISER heeft bij dagvaarding van 11 oktober 2018 een vordering tegen GEDAAGDE ingesteld. GEDAAGDE heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend. EISER heeft daarop schriftelijk gereageerd.

1.2. Op 12 maart 2019 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. GEDAAGDE heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft GEDAAGDE bij brief van 6 maart 2019 nog stukken toegezonden.

De feiten

2.1. GEDAAGDE heeft in de periode september-december 2017 schilders ingeleend bij EISER voor het schilderen van de buitenkant van 212 sociale huurwoningen in Arnhem. Naast door EISER beschikbaar gesteld personeel waren ook andere personen sinds mei 2017 en tegelijkertijd op het project werkzaam,

2.2. Bij e-mailbericht van 11 september 2017 heeft GEDAAGDE EISER laten weten: 'Ik heb net even kontakt gehad met Froger, en volgens hem gaan jouw mensen langzaam vooruit. Hij is niet ontevreden. Heb jij misschien nog een koppel van deze mensen beschikbaar? ' Nadat EISER schrijft dat een aantal mogelijkheden bestaat, reageert GEDAAGDE: 'Als ze gelijkwaardig zijn aan de nu lopende mannen, moet het denk ik goed komen.'

2.3. Bij factuur d.d. 6 november 2017 heeft EISER aan GEDAAGDE een bedrag van € 8.672,00 gefactureerd voor 'Inhuur Personeel week 44', bij factuur (171108) van 13 november 2017 heeft EISER aan GEDAAGDE een bedrag van € 8.622,00 voor de 'Inhuur Personeel week 45' in rekening gebracht en bij factuur van 20 november 2017 (17111.3) een bedrag van € 9.036,00 voor de 'Inhuur Personeel week 46'. Op de facturen stond een betalingstermijn van 21 dagen. Bij de facturen waren gevoegd door Froger, voorman bij GEDAAGDE, getekende urenlijsten.

2.4. Bij brief van 7 december 2017 heeft EISER GEDAAGDE tot betaling van een vijftal facturen met een totaalbedrag van € 42.485,00 gemaand.

2.5. EISER heeft op 9 april 2018 bij GEDAAGDE geïnformeerd wanneer de openstaande rekeningen, een viertal stuks, zouden worden betaald. GEDAAGDE heeft EISER geantwoord 'Stuur mij door wat er bij jou openstaat, in mijn systeem staat niets meer open. '

2.6. Bij brief van 30 mei 2018 heeft EISER GEDAAGDE een betalingsherinnering gezonden ten aanzien van de hierboven onder 2.2. genoemde drie facturen. De brief luidt onder meer: 'Wij verzoeken u derhalve vriendelijk het bedrag van €26.330,00 binnen vijf werkdagen na dagtekening te voldoen (...). Als u de vordering niet binnen voormelde termijn voldoet, bent u in verzuim.' De gemachtigde van EISER heeft dit verzoek op 2 juli 2018 herhaald en GEDAAGDE tot betaling gemaand, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten.

2.7. GEDAAGDE heeft daarop op 9 juli 2018 als volgt gereageerd: `In de bijlage zend ik een paar foto's van de werkzaamheden die uitgevoerd zijn door (ingehuurde) mensen van de heer G Eiser. Ik hoef daar denk ik verder geen uitleg bij te geven. Dit is het topje van de IJsberg. De mensen hebben voor ons een groot aantal woningen geschilderd op een project in arnhem. Alles is bijna afgekeurd door de opdrachtgever, en zal herstelt moeten worden. Ook kunt u wellicht begrijpen dat het werk zo niet achtergelaten kan worden. Wij gaan
na de bouwvak mei eigen personeelsleden alle door het ingehuurde personeel geschilderde woningen nalopen en herstellen, de kosten die dit mei zich meebrengt zal ik Met Facturen 171108 en 171113 verrekenen
.'

2.8. De gemachtigde van EISER heeft GEDAAGDE op 26 juli 2018 onder meer laten.weten: 'Uw verweer gaat niet op. Om te beginnen kunt u niet de gehele vordering onbetaald laten indien u de vordering slechts gedeeltelijk betwist.(...) Verder kunt ze de facturen enkel onbetaald laten indien u cliënt in gebreke heeft gesteld en daarbij de mogelijkheid heeft gegeven om de gebreken ie herstellen.. Dit heeft u nagelaten. Overigens hebben de werknemers van cliënt gewerkt onder leiding van uw voorman/uitvoerder de heer Froger, welke verantwoordelijk was voor de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden,'

2.9. Bij brief van 30 juli 2018 heeft GEDAAGDE de gemachtigde van EISER onder meer bericht: `Wij zullen EISER alsnog in gebreke stellen voor het werk wat ver onder de maat is. Onze heer Froger is op het werk uitvoerder geweest, doch is hij niet eindverantwoordelijk. Voor het uiteindelijke op te leveren werk ben ik verantwoordelijk naar de opdrachtgever. Ik heb zeer veel woningen gezien die ver onder de maat zijn afgewerkt door de ingehuurde krachten via EISER. Dat werk is simpelweg Volledig afgekeurd door mij  en de opdrachtgever.'

2.10. GEDAAGDE heeft op 3 augustus 2018 een bedrag van € 8.672,00 aan EISER voldaan.

2.11. De gemachtigde van GEDAAGDE heeft EISER op 24 augustus 2018 laten weten: 'Cliënte is niet voornemens om het restant te betalen. Een deel van het werk dat EISER heeft gedaan is van en dusdanig slechte kwaliteit dat dit overnieuw gedaan moet worden. Om de schade hiervan te bepalen zal cliënte het schilderwerk door een onafhankelijke persoon/bedrijf laten keuren, zodat ook vast komt te liggen wat er allemaal aan schort. EISER blijkt nog niet ingebreke te zijn gesteld. Middels deze mail stel ik dan ook EISER (...) ingebreke.

De vordering

3.1. EISER vordert dat de kantonrechter GEDAAGDE veroordeelt tot betaling van € 17.658,00 vermeerderd met wettelijke handelsrente (tot 5 oktober 2018 berekend op E 1.643,70) en buitengerechtelijke incassokosten van E 1.038,30 exclusief btw en vermeerderd met de wettelijke handelsrente.

3.2. Hij legt aan de vordering ten grondslag — kort weergegeven — dat GEDAAGDE bij EISER personeel heeft ingeleend waarvoor facturen zijn gestuurd, die GEDAAGDE ten onrechte onbetaald Iaat. Omdat GEDAAGDE in verzuim is, is hij tevens rente en kosten verschuldigd. Van een in de periode van november /december 2017 gefactureerd bedrag van totaal € 26.330,00 heeft GEDAAGDE op 3 augustus 2018 slechts € 8.672,00 voldaan.

Het verweer en de tegenvordering

4.1. GEDAAGDE betwist de vordering. Hij voert aan — samengevat — dat Eiser in strijd met de tussen partijen gemaakte afspraken personen ter beschikking heeft gesteld die geen schilder zijn en die kwalitatief ondeugdelijk werk hebben geleverd, zodat EISER aansprakelijk is voor de door GEDAAGDE geleden schade. GEDAAGDE heeft ter onderbouwing het verftechnisch advies rapport d.d. 1 juni 2017 dat SC voorafgaand aan de start van het project heeft opgesteld, overgelegd. Ook heeft GEDAAGDE een door SC op 18 oktober 2018 opgestelde beoordeling van het schilderwerk in het geding gebracht. In deze beoordeling staat dat de werkzaamheden 'niet geheel zijn uitgevoerd volgens het veiftechnisch advies.' Dit betrof vooral de achterkanten van de woningen, juist het gedeelte dat door personeel van EISER zou zijn geschilderd.

4.2. GEDAAGDE vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter voor recht verklaard dat EISER toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst tot uitlening en voor recht verklaard dat EISER aansprakelijk is voor de schade die GEDAAGDE heeft geleden, lijdt en nog zal lijden, een en ander vermeerderd met de proceskosten. Hij legt aan de tegenvordering ten grondslag hetgeen hij als verweer op de vordering heeft aangevoerd.

4.3. EISER betwist de tegenvordering. EISER heeft aangevoerd dat GEDAAGDE genoemd verftechnisch advies nooit ter beschikking heeft gesteld en dat het ingeleende personeel dit ook nooit heeft kunnen lezen, gezien het feit dat zij de Nederlandse taal niet machtig zijn. Het van EISER ingeleende personeel heeft gedurende drie maanden op het project gewerkt, zonder dat ooit opmerkingen van de kant van GEDAAGDE werden gemaakt. Sterker nog, GEDAAGDE vroeg EISER juist steeds om meer mensen. Overigens ontving EISER pas op 24 augustus 2018 een ingebrekestelling van GEDAAGDE en is EISER niet in de gelegenheid gesteld tot herstel. GEDAAGDE kan gelet op artikel 6:89 BW geen beroep meer doen op een gebrek in de prestatie. Betwist wordt bovendien dat de schilders van EISER alleen de achterkanten van de woningen hebben geschilderd. Daarbij komt dat er ook andere mensen op het project werkzaam waren. De beoordeling op 18 oktober 2018 dateert van een jaar nadat de werkzaamheden zijn uitgevoerd. De door GEDAAGDE gestelde schade is niet onderbouwd.

De beoordeling

de vordering en de tegenvordering

5.1. De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

5.2. Tussen partijen bestaat discussie over de vraag of GEDAAGDE gehouden is de facturen van EISER te voldoen. De kantonrechter is van oordeel dat GEDAAGDE in ieder geval sinds 7 juni 2018 met betaling van de facturen in verzuim was. Er was geen sprake van schuldeisersverzuim van EISER die aan het intreden van verzuim aan de zijde van GEDAAGDE in de weg stond. Het had op de weg van GEDAAGDE gelegen tijdig -bij voorkeur ten tijde van de uitvoering werkzaamheden- te klagen over de vermeende ondeugdelijke werkzaamheden, hetgeen hij heeft nagelaten.

Overigens zijn de werkbonnen door D. Froger wekelijks getekend en heeft GEDAAGDE EISER op 9 april 2018 laten weten dat volgens hem geen facturen van EISER meer openstonden, zodat hij er kennelijk vanuit ging dat alle facturen van EISER waren voldaan.

De kantonrechter verwerpt het verweer van GEDAAGDE dat Froger niet belast was met de controle van het werk. Immers, GEDAAGDE is als inlener gehouden enig toezicht op het personeel te houden en voor zover nodig tijdig te klagen. GEDAAGDE heeft voor het eerst pas op 9 juli 2018 over de kwaliteit van de werkzaamheden van personeel van EISER geklaagd, nadat EISER hem wederom tot betaling had gemaand. Bovendien is thans, nog afgezien van het feit dat EISER nooit in de gelegenheid is gesteld tot herstel over te gaan, niet meer na te gaan welke personen welke delen van de 212 woningen hebben geschilderd. Immers, de werkzaamheden op het project waren al geruime tijd voordat het personeel van EISER werd ingeschakeld, gestart en gelijktijdig met het personeel van EISER hebben ook andere schilders op het project geschilderd.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van EISER zal toewijzen, vermeerderd met de gevorderde wettelijke handelsrente.

5.3. De buitengerechtelijke incassokosten van E L038,30 exclusief btw komen eveneens voor toewijzing in aanmerking. De gevorderde wettelijke rente zal worden afgewezen, omdat gesteld noch gebleken is dat deze kosten daadwerkelijk betaald zijn.

5.4. De proceskosten komen voor rekening van GEDAAGDE, omdat hij ongelijk krijgt.

de tegenvordering voorts

5.5. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de vordering van GEDAAGDE worden afgewezen.

5.6. De proceskosten komen voor rekening van GEDAAGDE, omdat hij ongelijk krijgt. Gelet op de samenhang met de vordering zullen de kosten worden bepaald op nihil.

De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1. veroordeelt GEDAAGDE tot betaling aan EISER van € 19.301,70, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 17.658,00 vanaf 5 oktober 2018 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2. veroordeelt GEDAAGDE tot betaling van € 1.038,30 exclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten;

6.3. veroordeelt GEDAAGDE tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van EISER tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding                ê              81,00

griffierecht                  C            476,00

salaris gemachtigde €                 720,00,

vermeerderd met de nakosten voor zover daadwerkelijk gemaakt van € 120,00,

telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis;

6.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5. wijst de vordering voor het overige af.

de tegenvordering

6.6. wijst de vordering af;

6.7. veroordeelt GEDAAGDE tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor EISER worden vastgesteld nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. van Wassenaer en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.