Gedaagde vergeet zich te beroepen op opschorting van zijn betalingsverplichting

Er is een overeenkomst aangegaan waarbij Maker (eiser) een logo, twee photoshopillustraties en drie bijbehorende advertenties heeft ontworpen voor Koper (gedaagde). Hiervoor kwam een factuur van € 1.131.69 die Koper niet wil betalen. Koper zegt ter verdediging dat het haar niet kan schelen dat ze is tekortgeschoten in de nakoming. Koper zegt dat ze de ontwerpen nooit zou hebben ontvangen van Maker en dat Maker had beloofd de bijbehorende advertenties niet te zullen factureren. Het feit dat de ontwerpen van Maker wel op de website van Koper staan maakt het zeer onwaarschijnlijk dat Koper de ontwerpen nooit heeft ontvangen. Ook heeft Koper verder geen bewijs dat de advertenties niet gefactureerd zou worden. De hoofdsom wordt toegewezen door de rechter.

Datum: 14 november 2012
Rechtbank: Maastricht, Sector Kanton, Locatie Sittard-Geleen
Zaaknummer: 480059 CV EXPL 12-2566

Vonnis

in de zaak van

Eiser h.o.d.n. Eiser, wonend en zaakdoende te, eisende partij, hierna te noemen: Eiser,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung werkzaam bij IntoCash te Rotterdam

tegen

1. de vennootschap onder firma Gedaagde
en
2. gedaagde sub 2, vennoot van gedaagde sub 1
en
3. gedaagde sub 3, vennoot van gedaagde sub 1, gedaagde partij,

hierna te noemen: Gedaagde,

in rechte vertegenwoordigd door Gedaagde sub 2, vennoot van Gedaagde.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Partijen hebben achtereenvolgens de navolgende processtukken gewisseld:

exploot van dagvaarding van 6 juni 2012 met producties;
conclusie van antwoord met productie;
conclusie van repliek met producties;
conclusie van dupliek.

Vervolgens is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak nader vastgesteld is op heden.

MOTIVERING

de vordering

Eiser vordert Gedaagde hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.300,95, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom van € 1.131,69 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, onder verwijzing van Gedaagde in de kosten van dit geding.

de standpunten van partijen

Eiser baseert de gevorderde hoofdsom van € 1.131,69 op een overeenkomst van opdracht op grond waarvan hij voor Gedaagde een logo, twee photoshopillustraties en drie bijbehorende advertenties heeft ontworpen. Eiser vordert naast voornoemde hoofdsom de wettelijke rente vanaf de dag van verzuim. Tot de dag van dagvaarding heeft Eiser de wettelijke rente berekend op € 19,26. Daarnaast vordert Eiser vergoeding van buitengerechtelijke kosten van € 150,-- op grond van de overeenkomst dan wel op grond van artikel 6:96 BW dan wel op grond van redelijkheid en billijkheid wegens de door Eiser en haar gemachtigde verrichte werkzaamheden.

Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd, welk verweer voor zover relevant hierna besproken zal worden.

de feiten

Partijen zijn een overeenkomst aangegaan op grond waarvan Eiser een logo, twee photoshopillustraties en drie bijbehorende advertenties heeft ontworpen voor Gedaagde. Eiser heeft uit dien hoofde vier facturen (nrs. 120264, 120283, 120293 en 120308) gestuurd.

de beoordeling

De stellingen van Gedaagde die er (kort samengevat) op neerkomen dat Eiser tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomsten kunnen haar niet baten.

Zelfs indien aangenomen zou moeten worden dat Eiser tekortgeschoten is in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenis, dan ontslaat dit gegeven Gedaagde niet van zijn verplichting tot nakoming van haar betalingsverplichting. Gedaagde beroept zich immers niet op een aan haar kant bestaande bevoegdheid tot opschorting van die betalingsverplichting.

Gedaagde stelt herhaalde malen contact te hebben opgenomen met Eiser met klachten. Zij zou de ontwerpen en illustraties niet hebben ontvangen. Ook stelt zij dat Eiser heeft toegezegd de advertenties niet te zullen factureren. Gedaagde laat echter na deze stellingen nader te onderbouwen, bijvoorbeeld aan de hand van een schriftelijke klacht aan het adres van Eiser. De verklaringen van Gedaagde stroken bovendien niet met het e-mailbericht van 12 maart 2012 waarin zij te kennen geeft de factuur met nummer 120283 te hebben geaccordeerd voor betaling. Uit de door Eiser in het geding gebrachte producties met "screenshots" van de website van Gedaagde blijkt dat de illustraties wel degelijk zijn aangeleverd.

Gelet op de ontkenning van Eiser en het ontbreken van een specifiek bewijsaanbod door Gedaagde, is niet komen vast te staan dat partijen zijn overeengekomen dat een groot deel van de uitgevoerde werkzaamheden niet gefactureerd zou worden.

Gezien het voorgaande zal de gevorderde hoofdsom van € 1.131,69 toegewezen worden.

De wettelijke rente zal eerst toegewezen worden vanaf de dag van dagvaarding aangezien vast staat dat Gedaagde vanaf die dag in verzuim is. Eiser heeft in het midden gelaten vanaf welke eerdere dag Gedaagde met betaling van € 1.131,69 in verzuim is. Op welke periode het bedrag van € 19,26 betrekking heeft is derhalve onduidelijk.

De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal afgewezen worden. Niet is komen vast te staan dat de aan die kosten ten grondslag liggende werkzaamheden plaatsgevonden hebben in een periode dat Gedaagde in verzuim verkeerde. Onder die omstandigheden zijn de met die werkzaamheden gepaard gaande kosten niet aan te merken als redelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 aanhef en onder c BW.

Als de merendeels in het ongelijk gestelde partij zal Gedaagde worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

BESLISSING

Veroordeelt Gedaagde hoofdelijk, in die zin dat betaling door de een de ander tot de hoogte van die betaling kwijt, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eiser een bedrag van € 1.131,69 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening.

Veroordeelt Gedaagde hoofdelijk, in die zin dat betaling door de een de ander tot de hoogte van die betaling kwijt, tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Eiser tot de datum van dit vonnis begroot op € 494,17, bestaande uit € 200,- aan salaris gemachtigde, € 207,- griffierecht en € 87,17 aan explootkosten.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Groen, kantonrechter, en is in Aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.