Gedaagden hadden bij het ontdekken van een gebrek de eiser hierover moeten inlichten

De twee gedaagden hadden winkels in telecommunicatieapparatuur. Ze hebben de eiser benaderd om iPhone schermen te leveren. De offerte die eiser hiervoor gemaakt heeft is door de gedaagden getekend. Vervolgens heeft de eiser de schermen geleverd. Bij de levering is er voor ontvangst getekend. Hierna hebben de gedaagden in e-mails naar de eiser nieuwe bestellingen geplaatst. De eiser heeft deze nieuwe bestellingen ook aan de gedaagden geleverd en ze vervolgens gefactureerd voor €8.982,13. De gedaagden hebben echter deze factuur onbetaald gelaten, ondanks de vele herinneringen van de eiser. De gedaagden reageren nergens meer op.

De eiser heeft daarom IntoCash ingeschakeld om de vordering te incasseren. Hierop reageren de gedaagden wel. Ze stellen dat ze de facturen van de eiser terecht niet betalen omdat er volgens hun heel veel klachten waren over de kwaliteit van de schermen. IntoCash heeft hierop gereageerd met dat het niet mogelijk is om facturen zonder enige mededeling onbetaald te laten terwijl de goederen ontvangen zijn en gebruikt worden. Indien er werkelijk wat mis was met de schermen hadden gedaagden de eiser hierover in gebreke moeten stellen en bij deze melding ook de mogelijkheid moeten geven om alsnog correct te leveren. Dit hebben de gedaagden niet gedaan. Daarnaast heeft de eiser in het incassoproces de gedaagden alsnog de mogelijkheid gegeven om schermen terug te sturen. Indien deze dan werkelijk niet van goede kwaliteit waren zou de eiser de facturen crediteren. De gedaagden hebben hier geen gebruik van gemaakt en hun kop in het zand gestoken. De eiser was dan ook genoodzaakt om naar de rechter te stappen.

Bij de rechter is er maar een van de twee gedaagden verschenen. Ook bij de rechter geeft hij aan dat er na de levering veel klachten over de kwaliteit van de schermen zouden zijn gekomen. Ze zouden strepen vertonen en spontaan barsten. De eiser betwist dat de schermen zonder invloed van buitenaf spontaan kunnen barsten of strepen kunnen vertonen. Ook heeft gedaagden hierover nooit geklaagd. Sterker nog, de gedaagden hebben een maand na de eerste bestelling nog drie bestellingen geplaatst voor dezelfde schermen. Daarnaast biedt zij een garantie van drie maanden en wordt in geval van een klacht na terugzending van een gebrekkig scherm binnen drie maanden kosteloos een nieuw scherm opgestuurd.

De rechter verwijst de gedaagden naar artikel 6:89 BW wat bepaalt dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd. De gedaagden hebben pas geprotesteerd nadat de vordering ter incasso is gegeven. Dit is natuurlijk niet binnen bekwame tijd zoals die wet bedoeld. De rechter zal de vordering dan ook toewijzen. Samen met de extra kosten die deze procedure heeft opgeleverd is de vordering van €8.982,13 verhoogd tot € 11.873,49. Dit zullen de gedaagden nu aan eiser moeten betalen.

Datum: 7 april 2017
Rechtbank: Rechtbank Amsterdam
Zaaknummer: 5308012 \ CV EXPL 16-24881

Vonnis

in de zaak van

EISER, handelend onder de naam EISER.nl wonende te, eisende partij

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung tegen

1.  GEDAAGDE 1,

2.  GEDAAGDE 2.

beiden wonende te, gedaagde partij

gedaagde sub 2 niet verschenen, gedaagde sub 1 procederend in persoon.

Partijen zullen hierna Eiser en Gedaagden (afzonderlijk Gedaagde 1 en Gedaagde 2) worden genoemd.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding van 8 augustus 2016, met producties

de conclusie van antwoord van Gedaagde 1

het tussenvonnis van 3 november 2016, waarbij is bepaald dat schriftelijk zal worden voortgeprocedeerd de conclusie van repliek, met één productie de conclusie van dupliek van Gedaagde 1

Daarna is vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten en omstandigheden

1              Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast.

1.1. Gedaagde 1 en Gedaagde 2 waren volgens het overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel tot 16 maart 2013 vennoten van T Telecommunicatie (hierna: T). De bedrijfsomschrijving van T luidt: "winkels in telecommunicatieapparatuur". Met ingang van 16 maart 2013 is T voortgezet door de eenmanszaak van Gedaagde 1.

1.2.       Eiser heeft op 24 december 2015 aan T, kennelijk nog steeds als handelsnaam gebruikt door Gedaagden, een offerte uitgebracht voor de levering van iPhone schermen (hierna: de schermen). De offerte is door T voor akkoord ondertekend.

1.3.       De eerste bestelling is door Gedaagde 2 voor ontvangst ondertekend op 4 januari 2016. Bij e-mails van 5, 9 en 19 februari 2016 zijn namens T nieuwe bestellingen geplaatst.

1.4.       Eiser heeft de geleverde schermen gefactureerd aan de eenmanszaak van Gedaagde 2, op 28 januari 2016, 15 februari 2016 en 24 februari 2016 voor een totaalbedrag van € 8.982,13.

1.5.       Na diverse sommaties van Eiser om tot betaling over te gaan, heeft T bij e-mail van 12 maart 2016 bericht dat zij die week zou betalen.

1.6.       Bij e-mail van 19 april 2016 heeft T onder meer aan Eiser bericht dat zij sinds het gebruik van de beeldschermen veel klachten heeft ontvangen omtrent de kwaliteit van de schermen.

1.7.       Eiser heeft hierop bij e-mail van 11 mei 2016 geantwoord dat Gedaagden gebruik had kunnen maken van de garantie en hem de mogelijkheid geboden om de schermen in de originele verpakking binnen drie werkdagen te retourneren, waarna zij de schermen zal controleren en indien deze werkelijk gebreken vertonen de betaling zal crediteren.

1.8.       Tot op heden zijn de achterstallige facturen niet betaald.

Vordering en verweer

2.   Eiser vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijke veroordeling van Gedaagden tot betaling van:

a.              de hoofdsom van € 8.982,13;

b.              de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf de vervaldatum tot 28 juli 2016 van €277,32;

c.              de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 28 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

d.              buitengerechtelijke incassokosten van € 824,11, venneerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

e.              de kosten van deze procedure, waaronder het salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, en de nakosten.

3.   Eiser vordert betaling van de door haar aan Gedaagden verkochte en geleverde schermen zoals nader gespecificeerd in de onder 1.4 genoemde facturen.

4.    Gedaagde 1 voert verweer.

5.      Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Beoordeling

6.   Gelet op het bepaalde in artikel 140 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal het vonnis in deze procedure ook ten aanzien van de niet verschenen gedaagde Gedaagde 2, tegen wie verstek is verleend, als een vonnis op tegenspraak worden beschouwd.

7.   Gedaagde 1 voert ter afwering van de vordering het volgende aan. Binnen een maand na levering zijn zeer veel klachten van klanten over de kwaliteit van de schermen ontvangen. De klachten betreffen onder andere strepen in de schermen en spontane barsten en zijn aan Eiser doorgegeven. Terugsturen was geen optie, omdat de gebarste schermen bij verwijdering breken. Meerdere malen zijn de schermen op eigen kosten vervangen. Daarnaast heeft Eiser de prijsdaling van de schermen niet verwerkt in de facturen.

8.   Eiser betwist dat de geleverde schermen gebrekkig zijn. Zonder invloed van buitenaf kunnen de schermen niet spontaan strepen vertonen of barsten. Gedaagden heeft hierover nooit geklaagd. Sterker nog, hij heeft een maand na de eerste bestelling nog drie bestellingen geplaatst voor dezelfde schermen. Daarnaast biedt zij een garantie van drie maanden en wordt in geval van een klacht na terugzending van een gebrekkig scherm binnen drie maanden kosteloos een nieuw scherm opgestuurd. Gelet op artikel 6:89 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan Gedaagden geen beroep meer doen op een gebrek in de prestatie. Verder heeft Eiser gefactureerd conform de ondertekende offerte, zodat Gedaagden gehouden is de geoffreerde prijzen te betalen. Alsdus steeds Eiser.

9.   Artikel 6:89 BW bepaalt dat de schuldeiser op een gebrek in de prestatie geen beroep meer kan doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken bij de schuldenaar terzake heeft geprotesteerd.

10. Gedaagden stelt dat hij binnen een maand na levering zeer veel klachten van klanten over de kwaliteit van de schermen heeft ontvangen. Als niet weersproken staat vast dat Gedaagden dit pas bij e-mail van 19 april 2016 aan Eiser heeft meegedeeld. Dit is niet binnen bekwame tijd als hiervoor onder 9 bedoeld, zodat het beroep van Eiser op artikel 6:89 BW slaagt.

11. Afgezien van het voorgaande is niet komen vast te staan dat de schermen daadwerkelijk gebrekkig waren. Na de eerste levering op 4 januari 2016 zijn op 5, 9 en 19 februari 2016 nieuwe bestellingen van dezelfde schermen gedaan. Dit valt niet te rijmen met het verweer van Gedaagden dat de gestelde gebreken binnen een maand na levering zouden zijn opgetreden. Verder heeft Eiser Gedaagden de mogelijkheid geboden om de gebrekkige schermen te retourneren. Gedaagden is hiertoe echter niet overgegaan, zodat Eiser de gestelde gebreken niet heeft kunnen vaststellen. Evenmin zijn bewijsstukken van de klachten overgelegd. Weliswaar betoogt Gedaagden dat retourneren niet mogelijk was, maar dit is betwist door Eiser en het had op de weg van Gedaagden gelegen om hierover in overleg met Eiser nadere afspraken te maken alvorens op eigen kosten de schermen te vervangen. Dit komt voor rekening van Gedaagden

Verder staat vast dat Eiser heeft gefactureerd conform de geoffreerde en door Gedaagden geaccordeerde prijzen. Het had op de weg van Gedaagden gelegen om, als zij het niet eens was met de geoffreerde prijzen, daarover met Eiser te onderhandelen vóór het plaatsen van nieuwe bestellingen. Dat heeft hij echter niet gedaan. Dit brengt mee dat Gedaagden Eiser niet kan tegenwerpen dat zij de geoffreerde prijzen in rekening heeft gebracht.

12. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de gevorderde hoofdsom zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente is, als niet bestreden, eveneens toewijsbaar.

13. Eiser maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Verder heeft Eiser voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente is als niet bestreden eveneens toewijsbaar.

14. Bij deze uitkomst van de procedure wordt Gedaagden als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Eiser. Deze kosten worden tot op heden begroot op:

griffierecht                                   € 471,00

explootkosten                              € 77,75

salaris gemachtigde € 600,00 (2 punten x tarief € 300,00) totaal     €1.148,75

De gevorderde wettelijke rente is als niet bestreden eveneens toewijsbaar. De nakosten zijn toewijsbaar zoals hierna onder de beslissing is vermeld.

De beslissing

De kantonrechter:

I.               veroordeelt Gedaagden hoofdelijk tot betaling aan Eiser van:

-                   € 8.982,13 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf 28 juli 2016 tot aan de voldoening,

-                   € 277,32 aan wettelijke handelsrente,

-                   € 824,11 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na heden;

II.  veroordeelt Gedaagden hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van Eiser tot op heden begroot op € 1.148,75, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na heden;

III. veroordeelt Gedaagden hoofdelijk tot betaling aan Eiser van de nakosten, begroot op een bedrag van € 131,00, te verhogen met € 68,00 onder

de voorwaarde dat Gedaagden niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en het vonnis aan haar wordt betekend;

IV.             verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

V.              wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. A.H.E. van der Pol, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.P. van der Stouwe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2017.