Geen conclusie aan klachten verbonden, huurovereenkomst ontbonden

Twee huurders huren een woning voor €900,- per maand. De huurachterstand is echter zo hoog dat de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning aanvraagt bij de rechter. Een van de twee huurders verschijnt niet op de zitting, waardoor er verstek tegen hem wordt verleend. De andere huurder heeft een lijst van klachten, variërend van de post, huisbezoek, nodige reparaties, verzakte grond, kapotte koelkast en vervelende buren. Al deze punten zijn echter totaal niet relevant in deze zaak, omdat de huurder aan deze punten niet de conclusie verbindt dat de huur niet verschuldigd zou zijn. De rechter wijst de vordering toe en deze is hoog genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning te rechtvaardigen.

Datum: 27 juni 2012
Rechtbank: Zwolle - Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad
Zaaknummer: 603028 CV EXPL 12-4862

Vonnis

in de zaak van:

EISER, wonende in Vietnam, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, IntoCash te Rotterdam,

tegen

GEDAAGDE SUB 1, wonende te, gedaagde partij, niet verschenen,

GEDAAGDE SUB 2, wonende te, gedaagde partij, procederend in persoon.

Partijen worden hierna ook Eiser, Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 genoemd.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

de dagvaarding,

het antwoord van Gedaagde sub 2,

de conclusie van repliek,

de conclusie van dupliek van Gedaagde sub 2.

De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 hebben van Eiser gehuurd de woning aan de. De huurprijs bedraagt € 900,= per maand en moet telkens voor de eerste van de maand worden voldaan.

Het geschil

Eiser vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

de huurovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden, met hoofdelijke veroordeling van gedaagden om het gehuurde binnen 21 dagen na het vonnis te ontruimen met machtiging op Eiser om die ontruiming door de deurwaarder te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van justitie en politie en op kosten van gedaagde conform artikel 556 lid 1 Rv;

gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van € 4.259,47;

gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld om aan Eiser onder voorbehoud van huurverhoging tegen bewijs van kwijting te betalen € 900,= voor iedere maand te rekenen vanaf 1 april 2012 dat gedaagden met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijven, een ingegane maand te rekenen voor een gehele;

gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld om aan Eiser te betalen de wettelijke rente tot 6 maart 2012 ad € 60,81 over iedere huurpenning vanaf de vervaldatum van iedere huurpenning;

gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld om aan Eiser te betalen de wettelijke rente over de huurachterstand ad € 4.259,47 vanaf 6 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening;

gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld om aan Eiser te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 600,= plus de daarover voor Eiser niet verrekenbare BTW van € 114,=;

gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten.

Eiser legt aan de vordering ten grondslag dat Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 in gebreke zijn met betaling van de verschuldigde huur. De huurachterstand is zodanig dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning gerechtvaardigd zijn, aldus Eiser. Verder zijn er buiten rechte kosten gemaakt ter incasso, van € 714,= inclusief BTW, die Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 ook moeten vergoeden. Over de achterstallige betalingen is rente verschuldigd, die berekend tot 6 maart 2012 € 60,81 bedraagt. De betalingsachterstand per 6 maart 2012 is als volgt, waarbij de vervaldata zijn vermeld:

Borg (1 november 2010)        € 900,=
Huur december (1 december 2011) € 900,=
Huur januari (1 januari 2012) € 620,=
Huur februari (1 februari 2012)         € 900,=
Huur maart (1 maart 2012)    € 900,=
Heffingen 2011(31 december 2011) € 39,47

Totaal €4.259,47

Gedaagde sub 1 bestrijdt de vordering niet. Tegen hem is verstek verleend. Op hetgeen Gedaagde sub 2 in reactie op de vordering heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan voor zover dat van belang is voor de beoordeling van de zaak.

De beoordeling

Gedaagde sub 2 betwist de gestelde betalingsachterstand niet. Die staat daarmee vast. Gedaagde sub 2 voert aan dat een heleboel familieleden van Eiser staan ingeschreven op het adres. Dit leidt er volgens haar toe dat de aan haar doorberekende gemeentelijke belastingen (kennelijk de post "heffingen 2011 van € 39,47) te hoog zijn. Eiser heeft hier echter tegenover gesteld dat alleen het gebruikersdeel van de belastingen wordt doorberekend en dat het voor de hoogte daarvan niet uitmaakt of er nu twee mensen op een adres staan ingeschreven of meer. Hierop is Gedaagde sub 2 niet meer ingegaan, zodat als onvoldoende weersproken vast staat dat de heffingen 2011 terecht zijn.

Gedaagde sub 2 voert behalve het aantal ingeschreven personen nog een lijst aan klachten aan, variërend van de post, huisbezoek, nodige reparaties, verzakte grond, een kapotte koelkast en vervelende buren. Dit alles is voor de beoordeling van deze zaak echter niet relevant nu Gedaagde sub 2 aan die klachten niet de conclusie verbindt dat de huur niet verschuldigd zou zijn.

Het voorgaande betekent dat de gevorderde achterstand toewijsbaar is. De achterstand is ernstig genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning te rechtvaardigen, nu ook niet aannemelijk is dat de achterstand binnen afzienbare tijd zal zijn ingelopen. Overigens heeft Gedaagde sub 2 in haar dupliek meegedeeld dat de woning sinds 30 mei 2012 leeg staat, waaruit mag worden geconcludeerd dat zij tegen ontbinding van de huurovereenkomst geen bezwaar (meer) heeft. De ontruimingstermijn zal zoals gebruikelijk worden gesteld op 14 dagen na betekening van het vonnis. De gevraagde machtiging de ontruiming met de sterke arm te bewerkstelligen is gelet op de wet niet meer nodig.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar. Niet gebleken is dat er voorafgaand aan de procedure meer is gedaan dan het versturen van sommatiebrieven. De kosten daarvan worden geacht te zijn gedekt door de proceskostenvergoeding.

Als de in het ongelijk gestelde partijen worden Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 veroordeeld in de proceskosten. Deze kostenveroordeling is hoofdelijk, maar het salaris gemachtigde voor de conclusie van repliek komt alleen voor rekening van Gedaagde sub 2, nu Gedaagde sub 1 niet in de procedure is verschenen.

De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de, per heden;

veroordeelt Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 hoofdelijk om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis genoemde woning aan de met alle zich daarin bevindende personen en zaken te verlaten en te ontruimen en onder overgave der sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen;

veroordeelt Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 hoofdelijk om tegen bewijs van kwijting aan Eiser te betalen € 4.320,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.259,47 vanaf 6 maart 2012 tot aan de dag van voldoening;

veroordeelt Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 hoofdelijk tot betaling aan Eiser van € 900,= per maand vanaf l april 2012 tot aan de ontruiming van het gehuurde;

veroordeelt Gedaagde sub 1 en Gedaagde sub 2 hoofdelijk in de proceskosten, voor zover aan de kant van Eiser tot op heden begroot op:

€ 90,64 voor explootkosten;
€ 207,= voor griffierecht;
€ 250,= voor salaris gemachtigde;

veroordeelt Gedaagde sub 2 voorts in de proceskosten, voor zover aan de kant van Eiser tot op heden begroot op € 250,= voor salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. W.M. de Vries, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 27 juni 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.