Geen consignatieovereenkomst maar koopovereenkomst

De eiser heeft een edelsteenautomaat aan gedaagden ter beschikking gesteld (in consignatie) en een display verkocht. Gedaagde heeft hier alleen nog niet voor betaald. Gedaagden geven als reactie dat zowel de edelsteenautomaat als de displaytoren in cosignatie zijn gegeven. Er zou volgens hun afgesproken zijn dat de eiser de displaytoren terug zou nemen als deze niet beviel. Gedaagden stellen vervolgens dat ze de eiser hebben verteld dat de displaytoren niet beviel en dat eiser verzuimd heeft de displaytoren tijdig op te halen. Aangezien partijen het dus eens zijn dat de edelsteenautomaat in consignatie is geleverd is het hier de vraag of de displaytoren nou wel of niet in consignatie is geleverd of dat deze gekocht is. Het is aan de gedaagden om bewijzen te leveren dat zij hebben aangegeven de displaytoren niet te willen behouden. Hierin zijn de gedaagden niet geslaagd. De rechter komt tot de conclusie dat gedaagden de hoofdsom ten onrechte onbetaald hebben gelaten en wordt veroordeeld om deze dan ook te betalen met alle extra kosten die erbij zijn gekomen.

Datum: 28 februari 2012
Rechtbank: Almelo, Sector Kanton, Locatie Almelo
Zaaknummer: 378726 CV EXPL 11-3729

Vonnis

in de zaak van:

Eiser, tevens h.o.d.n. Eiser, wonende te, eiser

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam bij IntoCash te Rotterdam

tegen

de vennootschap onder firma Gedaagde, gevestigd en kantoorhoudende te, gedaagde sub 1

gedaagde sub 2, wonende te, gedaagde sub 2, vennoot van gedaagde sub 1,

gedaagde sub 3 wonende te, gedaagde sub 3, vennoot van gedaagde sub 1 gedaagde partij, hierna ook wel gedaagden te noemen

gemachtigde: mr. L.J.H. Jonkeren, werkzaam bij Verita juridisch adviesbureau en incasso te Lutten

procedure

Deze blijkt uit de navolgende stukken:

het tussenvonnis van 6 december 2011

het proces-verbaal van comparitie van partijen van 27 januari 2012

het proces-verbaal van getuigenverhoor aan de zijde van eiser van 27 januari 2012

het proces-verbaal van getuigenverhoor aan de zijde van gedaagden van

27 januari 2012.

Het vonnis is bepaald op heden.

beoordeling

De inhoud van het op 6 december 2011 in de onderhavige procedure gewezen vonnis dient als hier ingelast te worden beschouwd. Bij dat vonnis heeft de kantonrechter een comparitie gelast. Daarnaast zijn bij dat vonnis gedaagden in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren voor hun stelling dat zij eiser binnen drie maanden na levering van de displaytoren hebben laten weten dat zij de displaytoren niet wilden behouden. Voorts is bij dat vonnis eiser in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van zijn stelling dat gedaagde sub 2 de mobiele telefoon van dhr. N, werkzaam bij eiser, heeft vernield.

Partijen zijn bij gelegenheid van de comparitie van 27 januari 2012 overeengekomen dat de automaat op 31 januari 2012 door of namens eiser bij gedaagden wordt opgehaald. Voorts heeft eiser verklaard geen belang meer te hebben bij teruggave van de calculator en de weegschaal.

De heer N heeft bij gelegenheid van het getuigenverhoor van 27 januari 2012 verklaard dat hij blijft bij zijn verklaring die hij op 13 april 2011 heeft afgelegd bij de politie te Ommen.

De heer B, ondernemer te, heeft bij gelegenheid van het getuigenverhoor van 27 januari 2012 verklaard dat: "In de winkel bij de ingang stonden M en N. Ik ben zelf niet in de winkel geweest. Ik heb niet gezien dat M in de winkel met een telefoon heeft gegooid'. En verder: "Daarna heb ik nog gezien dat N volgens mij ongeveer een half uur met een telefoon in zijn hand heeft gestaan leunend tegen zijn auto. Volgens mij belde hij toen met iemand'. En weer verder: "De telefoon waarmee N leunend tegen de auto belde zou ik niet terugherkennen".

Door de gemachtigde van gedaagden is bij gelegenheid van het getuigenverhoor aan de zijde van gedaagden medegedeeld dat afgezien wordt van het doen horen van andere getuigen.

Partijen hebben bij gelegenheid van de comparitie de afspraak hebben gemaakt dat de automaat op 31 januari 2012 zal worden opgehaald. Gedaagden hebben een bedrag ad € 378,31 voldaan (factuur betreffende lampen en stenen, en dergelijke). Daarnaast heeft eiser verklaard geen belang meer te hebben bij teruggave van de weegschaal en calculator. Gedaagden hebben geen bewijs geleverd van hun stelling dat zij binnen 3 maanden aan eiser hebben laten weten dat zij de displaytoren niet wilden houden. Gedaagden zijn dan ook ter zake een bedrag van € 1.899,10 (displaytoren) aan eiser verschuldigd. Ook dienen gedaagden de mobiele telefoon ad € 74,95 te vergoeden. B heeft verklaard dat hij ten tijde van het incident zich niet in de winkel bevond en hij de mobiele telefoon niet zou kunnen terug herkennen. Gedaagden hebben geen getuigen voortgebracht. Aldus hebben gedaagden de stelling van eiser terzake het vernielen van de telefoon onvoldoende gemotiveerd betwist. Rechtens moet daarom worden aangenomen dat gedaagde sub 2 de telefoon ad € 74,95 van de heer N heeft vernield. Het bovenstaande leidt ertoe dat de subsidiair gevorderde hoofdsom ad € 1.974,05 (display € 1.899,10 en telefoon € 74,95) zal worden toegewezen. Gelet op de tussen partijen gemaakte afspraak dat de automaat op 31 januari 2012 wordt opgehaald bestaat geen aanleiding om een dwangsom op te leggen.

Gedaagden hebben de hoofdsom (kosten displaytoren en telefoon) ten onrechte onbetaald gelaten en niet eerder dan bij gelegenheid van de comparitie van 27 januari 2012 de afspraak gemaakt dat de automaat op 31 januari 2012 zal worden opgehaald. Gedaagden dienen daarom veroordeeld te worden in de hoofdsom ad € 1.974,10, de buitengerechtelijke incassokosten ad € 450,00, alsmede de rente ad € 86,45 berekend tot 24-05-2011, in totaal een bedrag ad € 2.510,55. Daarnaast worden gedaagden veroordeeld in de rente over de hoofdsom vanaf 24-05-2011.

Gedaagden dienen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure te worden verwezen, tot en met dit vonnis aan de zijde van eiser begroot op € 832,81, waarin begrepen een bedrag van € 612,50 als salaris van de gemachtigde.

beslissing

Veroordeelt gedaagden, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan eiser tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.510,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.974,05 vanaf 24 mei 2011 tot de dag van voldoening.

Veroordeelt gedaagden, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd in de kosten van deze procedure tot en met dit vonnis aan de zijde van eiser begroot op € 832,81, waarin begrepen een bedrag van € 612,50 als salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G. van Eerden, kantonrechter, in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier,

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Tussenvonnis

RECHTBANK ALMELO

Uitspraak: 6 december 2011                 

Vonnis in de zaak van:

Eiser, tevens h.o.d.n. Eiser, wonende te, eiser

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam bij IntoCash te Rotterdam

tegen

de vennootschap onder firma Gedaagde, gevestigd en kantoorhoudende te, gedaagde sub 1

gedaagde sub 2, wonende te, gedaagde sub 2, vennoot van gedaagde sub 1,

gedaagde sub 3 wonende te, gedaagde sub 3, vennoot van gedaagde sub 1 gedaagde partij, hierna ook wel gedaagden te noemen

gemachtigde: mr. L.J.H. Jonkeren, werkzaam bij Verita juridisch adviesbureau en incasso te Lutten

procedure

Deze blijkt uit de navolgende stukken:

de dagvaarding van 10 juni 2011

de conclusie van antwoord

de conclusie van repliek

de conclusie van dupliek

Het vonnis is bepaald op heden.

feiten

Tussen partijen staat vast als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist en op grond van de overgelegde stukken, voor zover niet bestreden, dat eiser een edelsteenautomaat aan gedaagden en op of omstreeks 24-09-2010 een display ter beschikking heeft gesteld.

geschil

de vordering

Eiser heeft gevorderd dat gedaagden, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, worden veroordeeld, hoofdelijk des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd om aan eiser te betalen, primair de hoofdsom ad € 2.798,23 en subsidiair de hoofdsom ad € 1 974,05 en teruggave van de edelsteenautomaat, geijkte weegschaal en calculator binnen 14 dagen na dagtekening vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag dat gedaagden hiermee in strijd handelen met een maximum van € 25.000,00. Daarnaast vordert eiser de rente over de hoofdsom tot 24-05-2011 berekend op € 86,45, de buitengerechtelijke incassokosten ad € 450,00, alsmede rente over de hoofdsom vanaf 24-05-2011, kosten rechtens.

De subsidiair gevorderde hoofdsom ad € 1.974,05 betreft de display ad € 1.899,10 en de mobiele telefoon ad € 74,95.

Eiser heeft 3 facturen, productie 4 bij de dagvaarding, overgelegd:

22-09-2010    €1.899,10, betreffende displaytoren en bakken,

07-10-2010    €  378,31, betreffende lampen,

29-04-2011    €  899,13, betreffende edelsteenautomaat, calculator, mobiele telefoon, en geijkte weegschaal.

Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat gedaagden in gebreke zijn gebleven met nakoming van hun betalingsverplichtingen uit hoofde van een tussen partijen gesloten koopovereenkomst terzake een displaytoren en gedaagden geweigerd hebben de in consignatie afgegeven edelsteenautomaat terug te geven. Daarnaast vordert eiser schadevergoeding en stelt in dit verband dat gedaagde sub 2 op 13 april 2011 een medewerker van eiser, die de edelsteenautomaat wilde ophalen, heeft mishandeld en diens mobiele telefoon kapot heeft gegooid. Ten slotte stelt eiser dat gedaagden de displaytoren hebben aangevuld (vervuild) met oude voorraad en dat gedaagden, in het geval de displaytoren hen niet zou bevallen, zij zelf contact met eiser zouden opnemen maar dat zij dat niet hebben gedaan. Eiser biedt bewijs van zijn stellingen en stelt dat dhr. N, in dienst van eiser bereid is een getuigenis af te leggen.

het verweer

Gedaagden hebben de vordering betwist en daartoe kort samengevat aangevoerd dat geen sprake is van een koopovereenkomst betreffende de displaytoren maar van een consignatieovereenkomst. Gedaagden stellen dat zowel de edelsteenautomaat als de displaytoren door eiser in consignatie zijn gegeven. Afgesproken is dat als de displaytoren niet beviel, eiser deze terug zou nemen. Tussen partijen is een proefperiode van drie maanden overeengekomen, aldus gedaagden. Gedaagden stellen dat zij binnen drie maanden aan eiser hebben laten weten dat zij de displaytoren verder niet wilden en dat zij eiser hebben verzocht om de in consignatie gegeven artikelen op te halen. Gedaagden stellen dat eiser verzuimd heeft de displaytoren tijdig op te halen en dat dit aan eiser zelf is te wijten.

beoordeling

Partijen zijn het erover eens dat de edelsteenautomaat in consignatie is geleverd maar worden verdeeld gehouden over het antwoord op de vraag of bij de displaytoren sprake is van een koopovereenkomst dan wel een consignatieovereenkomst. Daarbij is voorts in geschil of gedaagden binnen drie maanden na levering van de displaytoren aan eiser hebben laten weten dat zij de displaytoren niet wilden behouden.

Naar het oordeel van de kantonrechter is er wat de displaytoren betreft sprake van een koopovereenkomst blijkens de tekst van de factuur die voor accoord is getekend door gedaagde sub 3. Die tekst luidt: "3 maanden op proef 3 maanden betalingstermijn bij houden van deze display. Mocht deze niet gehouden willen worden horen we dat graag z.s.m. De display zal dan worden opgehaald en de verkochte artikelen incl transportkosten zullen in rekening gebracht worden", productie 11 bij repliek. Binnen 3 maanden konden gedaagden de koopovereenkomst terugdraaien.

Gedaagden stellen dat zij eiser binnen drie maanden telefonisch hebben laten weten dat zij de displaytoren niet wilden houden en dat zij eiser hebben verzocht de displaytoren op te halen. Gedaagden hebben bewijs geboden van al hun stellingen. Nu eiser heeft betwist dat gedaagden binnen drie maanden na aflevering van de displaytoren hebben laten weten dat de displaytoren niet beviel, zullen gedaagden in de gelegenheid worden gesteld bewijs te leveren voor hun stelling dat zij eiser binnen drie maanden na levering van de displaytoren hebben laten weten dat zij de displaytoren niet wilden behouden. Nu gedaagden hebben betwist dat gedaagde sub 2 de mobiele telefoon van de medewerker van eiser stuk heeft gegooid, zal eiser in de gelegenheid worden gesteld bewijs te leveren van zijn stelling dat gedaagde sub 2 de mobiele telefoon van dhr. N kapot heeft gegooid.

Wat betreft de edelsteenautomaat zijn partijen blijkens de overlegde overeenkomst, productie 1 bij de dagvaarding, het volgende overeengekomen:

"de automaat blijft ten alle tijden eigendom van Eiser en kan, nadat 1 van beide partijen heeft verklaard de overeenkomst te willen opzeggen, worden opgehaald (bij eindlevering wordt de automaat weer afgevuld zoals in oorspronkelijke staat, hierop volgt een laatste afrekening van de verkochte kilo's)”

Eiser heeft in de persoon van dhr. N getracht de automaat op te halen maar gedaagden waren niet bereid om de automaat af te geven omdat N weigerde ook de displaytoren mee te nemen. Buiten kijf is echter dat gedaagde op grond van de overeenkomst medewerking had moeten verlenen aan het ophalen van de automaat.

De kantonrechter zal een comparitie gelasten waarbij getracht zal worden een afspraak te maken over het ophalen door eiser van de automaat en bij welke gelegenheid partijen inlichtingen zullen moeten verschaffen over de calculator en weegschaal. De comparitie zal gehouden worden direct voorafgaande aan de getuigenverhoren.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

beslissing

Alvorens nader te beslissen:

Gelast partijen voor de kantonrechter te verschijnen, teneinde hem nadere inlichtingen te verstrekken en een vereniging te beproeven.

Laat gedaagden toe, door alle middelen rechtens, te bewijzen dat zij eiser binnen drie maanden na levering van de displaytoren hebben laten weten dat zij de displaytoren niet wilden behouden.

Laat eiser toe, door alle middelen rechtens, te bewijzen dat gedaagde sub 2 de mobiele telefoon van dhr. N heeft vernield.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G. van Eerden, kantonrechter  in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffie

Verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 3 januari 2012, voor uitlating door eiser en gedaagden omtrent de wijze waarop zij bewijs wensen te leveren en, zo zij daartoe getuigen willen voorbrengen, voor dagbepaling van het getuigenverhoor en de comparitie, waarvoor partijen hun verhinderdata dienen op te geven. Uitstel daarvan wordt niet verleend.