Geen muizen, huurovereenkomst ontbonden

Gedaagde huurt van Eiser een kamer. Door de grote huurachterstand die de gedaagde heeft veroorzaakt wilt de eiser de huurovereenkomst laten ontbinden. Gedaagde stelt dat hij de huur niet behoeft te betalen omdat er muizen in de woning zitten die door een gat in de woning naar binnen komen. Hij geeft aan dat hij eiser hierop aangesproken heeft. De eiser betwist dat er sprake zou zijn van een muizenprobleem en dat hij hierop aangesproken zou zijn. Hij hoorde deze klacht pas bij de conclusie van antwoord. Aan de hand hiervan heeft hij de beheerder van het pand onderzoek laten doen op sproen van muizen, maar deze zijn niet gevonden. Vervolgens is Gedaagde niet naar de zitting gekomen. De vordering van de eiser wordt toegewezen.

Datum: 14 mei 2009
Rechtbank: Dordrecht, Sector kanton, Locatie Dordrecht
Zaaknummer: 228887 CV EXPL 09-1063

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

Eiser

wonende te, eiser,

gemachtigde: mr. E.C.Y, Cheung, tegen:

Gedaagde,

wonende te, gedaagde.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als Eiser en Gedaagde.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

de dagvaarding van 3 februari 2009;

de conclusie van antwoord;

de overgelegde producties;

het proces-verbaal van de op 17 april 2009 gehouden comparitie van partijen.

Omschrijving van het geschil

De feiten

Gedaagde huurt van Eiser een kamer (kamer C) in de woning aan de voor een huurprijs van € 120,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.

Gedaagde heeft vanaf juni 2008 geen huur meer betaald. Eiser heeft ter zake daarvan drie sommaties aan Gedaagde verstuurd.

De vordering

Eiser vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

de tussen partijen bestaande huurovereenkomst, met betrekking tot het gehuurde aan de te ontbonden te verklaren en Gedaagde te veroordelen om het gehuurde met al de zijnen en het zijne binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen., met machtiging van Eiser om die ontruiming zonodig zelf te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van justitie en op kosten van Gedaagde; Gedaagde te veroordelen om aan Eiser te betalen de huurachterstand ad € 960,-; Gedaagde te veroordelen om aan Eiser onder voorbehoud van huurverhoging en tegen bewijs van kwijting te betalen de somma van € 120,- voor iedere maand te rekenen vanaf februari 2009, dat Gedaagde met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijft, een ingegane maand te rekenen voor een gehele; Gedaagde te veroordelen om aan Eiser te betalen de wettelijke rente over de huurachterstand tot 29 januari 2009 ad. € 21,87;

Gedaagde te veroordelen om aan Eiser te betalen de wettelijke rente over de huurachterstand ad € 960,-, vanaf 29 januari 2009 tot aan de dag der voldoening;

Gedaagde te veroordelen om aan Eiser te betalen de wettelijke rente over de toekomstige huurpenningen, vanaf de vervaldatum van iedere huurpenning tot aan de dag der voldoening;

Gedaagde te veroordelen om aan Eiser te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 150,- en de BTW daarover ad € 28,50; Gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure, waaronder begrepen het salaris en de noodzakelijke verschotten van de gemachtigde van Eiser.

Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij met Gedaagde een huurovereenkomst heeft gesloten. Gedaagde is vanaf juni 2007 tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende verbintenis tot het betalen van huur a€ 120,- per maand. Eiser vordert: daarom ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen veertien dagen. Verder vordert: Eiser betaling van de huur op grond van nakoming. Voor zover Gedaagde het: gehuurde na ontbinding niet heeft ontruimd, vordert Eiser het maandelijkse huurbedrag als gebruiksvergoeding.

Het verweer

Gedaagde voert, verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

Gedaagde stelt zich op het standpunt dat hij de huur niet behoeft te betalen omdat er muizen in de woning zitten die door een groot gat in de woning naar binnen komen. Hij heeft: Eiser hierop aangesproken.

Beoordeling van het geschil

Ter comparitie heeft Eiser gemotiveerd betwist dat er sprake is van een muizenprobleem in de woning van Gedaagde. Gedaagde heeft hem ook niet op het vermeende probleem aangesproken, maar heeft zijn klacht voor het eerst geuit, in de conclusie van antwoord. Naar aanleiding van de klacht: - zo heeft Eiser verklaard - heeft de technische dienst: van de beheerder van pand waar de woning van Gedaagde deel van uitmaakt, de woning onderzocht op muizen of sporen van muizen. Deze zijn niet aangetroffen. Voor de zekerheid is de woning nagelopen op gaten en zijn er maatregelen genomen ter voorkoming en verdelging van muizen. Overwogen wordt dat Gedaagde niet ter comparitie is verschenen. Hij heeft hierdoor geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hetgeen hij in zijn conclusie van antwoord heeft gesteld, toe te lichten of om de verklaring van Eiser te ontkrachten. De stelling dat er redenen zijn om de huur op te schorten, is daardoor onvoldoende onderbouwd. Het verweer kan dan ook niet slagen, zodat de hoofdvordering zal worden toegewezen. Nu de vordering tot betaling van wettelijke rente niet is betwist, zal deze eveneens worden toegewezen.

De veroordeling tot ontruiming kan door de deurwaarder ten uitvoer worden gelegd zonder dat daartoe verdere machtiging noodzakelijk is. Indien, hem dit noodzakelijk voorkomt, kan de deurwaarder op grond van artikel 2 van de Politiewet bij de ontruiming de hulp van de sterke arm van politie inroepen. Eiser heeft: daarom geen belang bij toewijzing van de vordering voor zover die hierop ziet zodat dit zal worden afgewezen.

Eiser vordert vergoeding van. buitengerechtelijke incassokosten. Als uitgangspunt geldt dat buitengerechtelijke kosten alleen voor vergoeding in aanmerking komen, indien zij betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele of een herhaalde aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Eiser heeft verklaard dat hij enkel kosten heeft gemaakt voor het versturen van drie sommaties. Deze kosten worden geacht betrekking te hebben op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te sluiten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom afgewezen.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan de (kamer C);

veroordeelt Gedaagde het gehuurde met al de zijnen en het; zijne binnen 14 dagen na betekening van het: vonnis te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen;

veroordeelt. Gedaagde aan Eiser te betalen de huurachterstand ad € 960,-;

veroordeelt Gedaagde aan Eiser, onder voorbehoud van huurverhoging en tegen bewijs van kwijting, te betalen de somma van € 120,- voor iedere maand, te rekenen vanaf februari 2009, dat. Gedaagde met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijft, een ingegane maand te rekenen voor een gehele;

veroordeelt Gedaagde aan Eiser te betalen de wettelijke rente over de huurachterstand tot 29 januari 2009 ad € 21,87;

veroordeelt. Gedaagde aan Eiser te betalen de wettelijke rente over de huurachterstand ad € 960,-, vanaf 29 januari 2009 tot aan de dag der voldoening;

Gedaagde te veroordelen om aan Eiser te betalen de wettelijke rente over toekomstige huurpenningen, vanaf de vervaldatum van iedere huurpenning tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Eiser bepaald op:

aan explootkosten €85,98

aan griffierecht €158,00

aan salaris gemachtigde €200,00

totale kosten €443,98

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door I. Bouter, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2009, in aanwezigheid van de griffier.