Geen schade dus geen verrekening mogelijk

De eiser heeft nog geen betaling ontvangen van de administratieve werkzaamheden die hij voor de gedaagde heeft gedaan. Gedaagde erkent ook wel dat de eiser in zijn opdracht de werkzaamheden heeft geleverd, maar volgens gedaagde zijn er documenten kwijtgeraakt waardoor er geen vertrouwen meer is in de eiser. Door deze omstandigheden vindt gedaagde het bedrag dat eiser voor de werkzaamheden vraagt veels te hoog. Eiser geeft aan dat gedaagde geen schade heeft geleden door de omstandigheden en dat alle overeengekomen werkzaamheden goed zijn uitgevoerd. Het kan dan ook niet zo zijn dat Eiser geen recht heeft op vergoeding van de door haar verrichte werkzaamheden. De vordering van Eiser zal dan ook worden toegewezen, net als alle extra kosten.

Datum: 23 februari 2009
Rechtbank: Middelburg, Sector kanton, Locatie Middelburg
Zaaknummer: 176268/08-5090

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

de besloten vennootschap Eiser, gevestigd en kantoorhoudende te, eisende partij,

verder te noemen: Eiser,

gemachtigde: IntoCash,

tegen:

Gedaagde, handelende onder de naam Gedaagde, wonende en zaakdoende te, gedaagde partij,

verder te noemen: Gedaagde,

in persoon.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

dagvaarding van 7 november 2008,

schriftelijk antwoord,

conclusie van repliek,

schriftelijke toelichting.

de beoordeling van de zaak

Eiser vordert wegens in opdracht van en voor rekening van Gedaagde uitgevoerde administratieve diensten de veroordeling van Gedaagde tot betaling van een bedrag van, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten, € 1.289,66, te vermeerderen met verdere rente en de proceskosten.

Eiser stelt hiertoe dat zij in februari en in juni 2008 facturen heeft gezonden aan Gedaagde en dat hij deze facturen niet heeft voldaan, maar wel zonder protest heeft behouden.

Gedaagde erkent dat Eiser in zijn opdracht administratieve diensten heeft geleverd. Volgens Gedaagde is Eiser in dit kader de boekhouding over het jaar 2005 kwijtgeraakt als gevolg van een verhuizing. Hierdoor zou Gedaagde ernstig gedupeerd kunnen raken, hetgeen door de opstelling van de belastingdienst niet is gebeurd, en is hij het vertrouwen in Eiser verloren. Gedaagde is van mening dat Eiser wel net werk heeft geleverd, maar als gevolg van de omstandigheden vindt hij dat het bedrag dat Eiser vraagt voor haar werkzaamheden te hoog is. Gedaagde betwist dat er een prijs is afgesproken of dat hij bekend is met de door Eiser gehanteerde tarieven. Hij kan de nota's van Eiser bovendien niet in één keer voldoen. Voorts heeft Eiser de belastingaangiften over 2006 en 2007 niet aan de belastingdienst gezonden, zodat ook op dit punt het vertrouwen van Gedaagde is geschaad.

Eiser erkent dat de belastingaangifte over 2005 te laat aan de belastingdienst is gezonden. Dit was niet gelegen in de omstandigheid dat Eiser de door Gedaagde aangeleverde stukken kwijt was geraakt. Eiser moest die stukken vertalen naar een overzicht ten behoeve van de winstaangifte als onderdeel van de aangifte inkomsten­belasting en heeft werkzaamheden verricht in het kader van de wettelijk verplichte omzetbelasting. Bovendien heeft Gedaagde geen schade geleden als gevolg van de late aangifte over 2005 en erkent hij dat Eiser net werk heeft geleverd. De aangiften over 2006 en 2007 heeft Eiser zelf naar de belastingdienst gezonden. Aangezien alle overeengekomen werkzaamheden goed zijn uitgevoerd, de tarieven bij Gedaagde bekend zijn en hij tot na het uitbrengen van de dagvaarding nimmer heeft geprotesteerd, kan hij niet nu aanvoeren dat het aan hem gefactureerde bedrag te hoog is.

De kantonrechter overweegt als volgt. Blijkens de stellingen van partijen over en weer bestonden de werkzaamheden van Eiser voor Gedaagde in het verwerken van de door Gedaagde aangeleverde administratie in (winst)overzichten en het opstellen van aangiften inkomsten-, winst- en omzetbelasting. Voorts blijkt uit de stellingen dat Eiser deze werkzaamheden heeft uitgevoerd en dat zij dit ook goed heeft gedaan. Weliswaar is de aangifte over het jaar 2005 te laat naar de belastingdienst gezonden, maar niet gesteld noch gebleken is dat hetgeen Eiser in dit kader heeft geproduceerd en verzonden, niet goed is geweest. Bovendien heeft Gedaagde, afgezien van contacten tussen hem en de belastingdienst en Eiser, geen nadeel ondervonden van het te laat insturen van die aangifte.

Met betrekking tot de aangiften over de jaren 2006 en 2007 is tussen partijen alleen in geschil of Eiser deze wel of niet zelf heeft ingestuurd naar de belastingdienst. Het insturen van de aangiften naar de belastingdienst maakt maar een klein onderdeel uit in het geheel van de door Eiser voor Gedaagde verrichte werkzaamheden. Bovendien staat op basis van de stellingen van partijen onvoldoende vast dat Eiser de aangiften niet heeft ingestuurd naar de belastingdienst.

Ook al zou het te laat of niet zelf insturen van de aangiften door Eiser zijn te wijten, dan nog kan dit, gelet op het bovenstaande er niet toe leiden dat Eiser geen recht heeft op vergoeding van de door haar verrichte werkzaamheden, dan wel dat deze vergoeding lager dient te worden vastgesteld. Dit geldt temeer nu op basis van de in de facturen opgenomen specificatie van de werkzaamheden het versturen van de aangiften niet is opgenomen, zodat daarvoor niet apart is gerekend, de belastingdienst de door Eiser opgestelde aangiften wel heeft ontvangen en verwerkt en Gedaagde niet is benadeeld door de handelwijze van Eiser. Hierbij heeft de kantonrechter ook meegewogen dat Gedaagde na ontvangst van de facturen tot aan deze procedure niet heeft gereclameerd bij Eiser met betrekking tot de hoogte van de in rekening gebrachte bedragen.

In het licht van het bovenstaande zal de vordering van Eiser dan ook worden toegewezen, evenals de onweersproken gebleven medegevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Een betalingsregeling, zoals mogelijk indirect door Gedaagde verzocht, is een zaak tussen partijen en de kantonrechter kan hierin niet treden.

Gedaagde dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

de beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om tegen bewijs van kwijting aan Eiser te betalen een bedrag van € 1.289,66 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2008 tot de dag der voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van het geding, welke aan de zijde van Eiser tot op heden worden begroot op € 524,80, waaronder begrepen een bedrag van € 300,00 wegens salaris van de gemachtigde van Gedaagde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.J.C. van Spronssen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 februari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.