Geen sprake van tekortkoming ondanks geen oplossing voor geluidshinder

De eiser is de eigenaar van een bedrijfsgebouw. Dit gebouw heeft onder andere airconditioning en een afzuiginstallatie om lucht uit de bedrijfsruimtes naar buiten af te voeren. De gedaagde heeft last van het geluid van de klimaatinstallatie. Een onderneming A heeft werkzaamheden uitgevoerd om het geluid van de installatie minder te maken. Bedrijf A heeft facturen gestuurd naar Eiser. Deze heeft Eiser vervolgens voor de helft betaald en doorgestuurd naar de Gedaagde. De Eiser vraagt nu aan de rechter om de gedaagde te veroordelen tot betaling van de helft van de facturen. De gedaagde voert als verweer dat het bedrijf A niet alle werkzaamheden heeft uitgevoerd die overeengekomen waren. De eiser is van mening dat dit wel gebeurd is. De rechter oordeelt dat er geen sprake is van een tekortkoming en dat de vordering zal worden toegewezen.

Datum: 19 november 2014
Rechtbank: Midden-Nederland
Zaaknummer: 2901944 UC EXPL 14-4572 RW/1368

vonnis

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiser B.V.,

gevestigd te, verder ook te noemen Eiser, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen:

1. Gedaagde 1,

en

2.  Gedaagde 2,

beiden wonende te, verder in gezamenlijkheid, in mannelijke vorm enkelvoud, ook te noemen Gedaagde, gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie,

gemachtigde: mr. J.G.M. Roels.

1.          De procedure

1.1.      Het verloop van de procedure blijkt uit:

-  de dagvaarding,

-  de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,

-  de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,

-  de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,

-  de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.       Ten slotte is vonnis bepaald.

2.          De feiten in conventie en reconventie

2.1.       Eiser is eigenaar van een bedrijfsverzamelgebouw te (hierna: het gebouw). Naast het gebouw bevindt zich de woning van Gedaagde (hierna: de woning).

2.2.       Het gebouw beschikt onder andere over airconditioning (hierna: de klimaatinstallatie) en een afzuiginstallatie om lucht uit de bedrijfsruimtes naar buiten af te voeren. De klimaatinstallatie bevindt zich bovengronds en de afzuiginstallatie bevindt zich in het souterrain van het gebouw.

2.3.        Gedaagde ondervindt geluidshinder van de klimaatinstallatie en van laagfrequent geluid. Op 18 april 2013 heeft Gedaagde in dat kader een verzoek tot handhaving ingediend bij de gemeente. Na geluidsmetingen heeft de gemeente vastgesteld dat het geluid dat de klimaatinstallatie produceert en het laagfrequent geluid binnen de daarvoor geldende geluidsnormen blijven. In het onderzoeksrapport heeft de gemeente gesteld dat de bron van het laagfrequent geluid moet worden gezocht in de afzuiginstallatie. De gemeente heeft het verzoek van Gedaagde tot handhaving bij brief van 14 juni 2013 afgewezen.

2.4.       Tussen Eiser en Gedaagde is op 17 juni 2013 een overeenkomst tot stand gekomen. De inhoud van die overeenkomst is verwoord door (de toenmalige advocaat van) Gedaagde, waarbij in diens e-mail van genoemde datum aan Eiser onder meer het volgende is opgenomen:

"(…) Hierbij bevestig ik per mail hetgeen wij zojuist telefonisch bespraken, te weten:

(1) Eiser geeft opdracht aan A om de door dit bedrijf aanbevolen maatregelen om de geluidbelasting van de bovengrondse installaties te reduceren, uit te voeren. De kosten daarvan worden gedragen door Eiser en de fam. Gedaagde ieder voor de helft, waarbij het uitgangspunt is dat deze kosten nog steeds in overeenstemming met de eerder al door A uitgebrachte offerte € 6.500,-ex BTW bedragen. (...)

(2) U maakt indien mogelijk vanmiddag nog een afspraak met A met het oog op een onderzoek naar de maatregelen die mogelijk zijn om het door de installatie in het souterrain veroorzaakte laagfrequent geluid te reduceren/weg te nemen. (...) "

2.5.       De onderneming A heeft op 22 augustus 2013 werkzaamheden uitgevoerd ter reducering van het geluid van de klimaatinstallatie. Op

1 oktober 2013 heeft A, middels de onderneming B, een onderdeel van de klimaatinstallatie omhoog gelift en trillingsdempers onder de poten van dat onderdeel geplaatst. Op 5 juli 2013 heeft A een onderzoek uitgevoerd naar het laagfrequent geluid in het souterrain. Zij heeft daarbij vastgesteld dat bedoeld geluid in de woning van Gedaagde ook waar te nemen is indien de afzuiginstallatie is uitgeschakeld.

2.6.       A heeft Eiser facturen gestuurd voor een totaalbedrag van € 6.500,00, exclusief btw. Eiser heeft de helft van dat bedrag, zijnde € 3.250,00, bij Gedaagde in rekening gebracht. Gedaagde heeft dat bedrag onbetaald gelaten.

3. Het geschil

in conventie

3.1.        Eiser vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Gedaagde om aan Eiser te voldoen € 3.750,22 (bestaande uit € 3.250,00 aan hoofdsom, € 50,22 aan rente tot 11 maart 2014 en € 450,00 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 11 maart 2014 tot de voldoening en met veroordeling van Gedaagde in de proceskosten en de nakosten.

3.2.       Ter onderbouwing van die vordering stelt Eiser dat zij aan haar verplichtingen uit de overeenkomst heeft voldaan. Gedaagde dient om die reden de overeengekomen € 3.250,00 te voldoen. Nu Gedaagde dat, ondanks sommaties, heeft nagelaten, is Gedaagde jegens Eiser tekortgeschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting. Eiser maakt aanspraak op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten nu Gedaagde in verzuim is geraakt, respectievelijk Eiser de vordering uit handen heeft moeten geven.

3.3.        Gedaagde voert verweer en stelt dat Eiser niet heeft voldaan aan haar uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. Met name heeft Eiser onvoldoende aangetoond dat A alle overeengekomen werkzaamheden heeft uitgevoerd en evenmin dat alle werkzaamheden vakkundig en professioneel zijn uitgevoerd. Bovendien heeft A het onderzoek naar het laagfrequent geluid te beperkt uitgevoerd. Gedaagde beroept zich op zijn opschortingsrecht en concludeert dat de kantonrechter de vordering van Eiser afwijst, met veroordeling van Eiser in de proceskosten.

in reconventie

3.4.        Gedaagde vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat Eiser is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Daarnaast vordert Gedaagde Eiser te gelasten binnen een in goede justitie vast te stellen termijn de overeenkomst na te komen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag of gedeelte van een dag dat Eiser met de uitvoering daarvan in gebreke blijft, met veroordeling van Eiser in de proceskosten.

3.5.       Eiser voert verweer en stelt dat zij alle uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen is nagekomen. Eiser concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie, met veroordeling van Eiser in de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten.

3.6.       Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1.       Het eerste deel van de overeenkomst betreft de werkzaamheden van A aan de klimaatinstallatie. Daarbij is de kern van het geschil de vraag is of alle werkzaamheden zijn uitgevoerd op de wijze waarop deze zijn overeengekomen. Het tweede deel van de overeenkomst betreft het onderzoek van A naar het laagfrequent geluid. De verschillende uitleg die partijen aan dat gedeelte van de overeenkomst hebben gegeven vormt daarbij de kern van het geschil.

4.2.        Ten aanzien van het eerste deel van de overeenkomst heeft Eiser voldoende gesteld en onderbouwd waaruit blijkt dat de overeengekomen werkzaamheden zijn verricht. Nu Gedaagde een tekortkoming aan de zijde van Eiser stelt, is het aan hem om die tekortkoming voldoende te motiveren en te onderbouwen. Gedaagde betwijfelt of er, zoals afgesproken, vier trillingsdempers zijn geplaatst en voert aan dat hij er slechts twee kan zien. Volgens Gedaagde wordt in de aan hem bekende correspondentie het aantal van vier niet genoemd. Ook stelt Gedaagde niet te kunnen verifiëren of de trillingsdempers op vakkundige wijze zijn geplaatst. De twijfel van Gedaagde op deze punten is echter onvoldoende gegrond op concrete omstandigheden waaruit zou blijken dat Eiser in de nakoming van de overeenkomst tekort is geschoten. Zoals Eiser aanvoert, zijn de achterste trillingsdempers uitsluitend te zien wanneer het betreffende onderdeel van de klimaatinstallatie omhoog gelift wordt. Dat maakt de verificatie voor Gedaagde weliswaar niet gemakkelijk, maar biedt geen concrete grond voor de aanname dat de achterste trillingsdempers niet zouden zijn geplaatst. B is, zoals Eiser stelt en Gedaagde niet betwist, te beschouwen als ter zake deskundig. Bovendien heeft Eiser een verklaring overgelegd van B overgelegd waarin deze bevestigt dat er vier trillingsdempers zijn geplaatst. Dit brengt mee dat door Gedaagde is onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat Eiser niet aan haar verplichtingen heeft voldaan.

4.3.        Eiser heeft A, bij wijze van invulling van het tweede gedeelte van de overeenkomst, een onderzoek laten uitvoeren naar het laagfrequent geluid. A heeft zich daarbij gericht op de afzuiginstallatie in het souterrain en heeft vastgesteld dat het laagfrequent geluid ook in de woning van Gedaagde waar te nemen is als de afzuiginstallatie is uitgeschakeld. Volgens Eiser is daarmee het tweede gedeelte van de overeenkomst uitgevoerd. Gedaagde betwist dat en legt de overeenkomst zo uit, dat Eiser gehouden is een aanvullend onderzoek uit te voeren naar alle mogelijke bronnen van het laagfrequent geluid binnen het gehele gebouw. Zoals Eiser betoogt, is er voor die uitleg onvoldoende grond op basis van de tekst van de overeenkomst. Daarin is immers alleen onderzoek in het souterrain overeengekomen, waar de afzuiginstallatie zich bevindt. De tekst van de overeenkomst is een sterke aanwijzing voor de inhoud daarvan. Het had daarmee, gezien de stelling van Thio Pharma, op de weg van Gedaagde gelegen nadere feiten of omstandigheden aan te voeren waaruit blijkt dat die tekst anders en breder moet worden uitgelegd ten aanzien van de verplichtingen van Thio Pharma. De omstandigheid dat A met Eiser na het onderzoek nog een ronde om het pand heeft gemaakt om een mogelijke andere bron van laagfrequent geluid te achterhalen is daartoe onvoldoende. Gedaagde heeft om die reden zijn uitleg van de overeenkomst van onvoldoende onderbouwing voorzien, hetgeen meebrengt dat van de juistheid van de uitleg van Eiser dient te worden uitgegaan. Daarmee staat voldoende vast dat Eiser haar verbintenis ten aanzien van het tweede gedeelte van de overeenkomst is nagekomen.

4.4.       Het beroep van Gedaagde op een opschortingsrecht is, gezien hetgeen hiervoor is overwogen, onbevoegd. Er is geen sprake van een tekortkoming aan de zijde van Thio Pharma. Evenmin kan ervan worden uitgegaan dat Gedaagde goede gronden heeft om te twijfelen over de nakoming door Thio Pharma. De omstandigheid dat voor Gedaagde de geluidshinder nog niet is opgelost, hoe vervelend dat voor Gedaagde ook moet zijn, maakt dat niet anders. De vordering zal voor wat betreft de hoofdsom worden toegewezen.

4.5.       De gevorderde rente zal als onweersproken worden toegewezen.

4.6.        Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten stelt Gedaagde dat die kosten niet in redelijkheid zijn gemaakt. Gedaagde richt zich met dat verweer op de eerste redelijkheid van de zogenaamde 'dubbele redelijkheidstoets', die kort gezegd inhoudt dan zowel het maken als de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten redelijk dient te zijn. Dat verweer faalt, omdat Eiser in redelijkheid een gemachtigde heeft kunnen inschakelen toen haar vordering niet werd voldaan. Voor wat betreft het tweede redelijkheidsvereiste stelt de kantonrechter vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op of na 1 juli 2012 is ingetreden. Eiser heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat

buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.

4.7.       Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eiser worden begroot op:

-  dagvaarding              €                      77,52

-  griffierecht                €                    462,00

-  salaris gemachtigde €__________ 400,00 (2 punten x tarief € 200,00)

Totaal                           €                    939,52

4.8.       De gevorderde nakosten zullen als hierna bepaald worden toegewezen.

in reconventie

4.9.       Gezien hetgeen inzake de vordering in conventie is overwogen en geoordeeld, berust de vordering in reconventie op een onjuiste grondslag. Daaruit volgt dat de vordering in reconventie zal worden afgewezen.

4.10.     Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eiser worden begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x tarief € 200,00). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn.

4.11.     De gevorderde nakosten en de gevorderde wettelijke rente daarover zullen als hierna bepaald worden toegewezen.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

5.1.       veroordeelt Gedaagde om aan Eiser tegen bewijs van kwijting te betalen

€ 3.750,22, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.250,00 vanaf 11 maart 2014 tot de dag der algehele voldoening;

5.2.       veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Thio Pharma, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 939,52, waarin begrepen € 400,00 aan salaris gemachtigde;

5.3.       veroordeelt Gedaagde, onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Eiser volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde;

5.4.       verklaart dit vonnis voor wat betreft het bepaalde in 5.1, 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

5.5. wijst de vordering af;

5.6.       veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Thio Pharma, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.7.       veroordeelt Gedaagde, onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Eiser volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,

-  te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis:

5.8.       verklaart dit vonnis voor wat de proceskosten en de nakosten betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Zuurmond, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 november 2014.