Geen verhuiskostenvergoeding bij ontbinding huurcontract na huurachterstand

Tussen Eiser en Gedaagde bestaat een huurovereenkomst over een onroerende zaak. Volgens deze huurovereenkomst is Gedaagde verplicht om maandelijks de huur hierover te betalen. Ondanks aanmaningen heeft de gedaagde de huur echter niet tijdig en volledig betaald. Gedaagde heeft aangegeven de woning te willen opleveren als zij in een andere woning kan intrekken. Hiervoor wilt zij dan wel een verhuisvergoeding. Tijdens de comparitie onderbouwd gedaagde niet waarom zij van mening is hier recht op te hebben. De rechter wijst deze vordering in reconventie dan ook af. Verder vordert de gedaagde een bepaald bedrag per maand terug omdat het huis zonder meubels was opgeleverd. De rechter oordeelt dat dit er niet toe doet, aangezien het maandelijkse bedrag schriftelijk in de huurovereenkomst is overeengekomen. Omdat de hoogte van de huurachterstand niet wordt betwist, zal deze worden toegewezen.

Datum: 15 december 2010
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie Leiden
Zaaknummer: 976159 \ CV EXPL 10-5484

Vonnis

in de zaak van

Eiser, wonende te, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen

Gedaagde, geboren op, wonende te, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, procederend in persoon.

Partijen worden aangeduid als "Eiser" en "Gedaagde'.

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de dagvaarding van 22 juni 2010 met producties, de verminderingen en wijzigingen van eis; de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie.

Na conclusie van antwoord is een inlichtingen- en schikkingscomparitie gelast.

De comparitie is gehouden op 17 november 2010; van het verhandelde is aantekening gehouden.

Voorafgaande aan en ter voorbereiding van de comparitie heeft Eiser nog een antwoord in reconventie ingediend.

Feiten

De kantonrechter gaat uit van de navolgende feiten,

Tussen Eiser en Gedaagde bestaat een huurovereenkomst betreffende de onroerende zaak aan te. Op de huurovereenkomst zijn de door Eiser gehanteerde voorwaarden van toepassing.

Ingevolge die huurovereenkomst is Gedaagde verplicht maandelijks bij vooruitbetaling aan Eiser ter zake van huur te betalen een bedrag van laatstelijk €960,51.

Gedaagde heeft, ook na aanmaning daartoe, de verschuldigde huur niet tijdig en volledig betaald. De door Eiser ingeschakelde incassogemachtigde heeft Gedaagde tot betaling gesommeerd.

Geschil

Eiser vordert in conventie bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

de ontbinding van de huurovereenkomst;
veroordeling van Gedaagde tot ontruiming van het gehuurde;
betaling van een bedrag van € 2.881,53;
betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 535,50 inclusief BTW; betaling van een bedrag van € 960,51 voor elke ingegane maand vanafjuli 2010 tot de ontruiming;
betaling van de wettelijke rente, tot 7 juni 2010 ad € 8,68; (overige) rente en kosten rechtens.

Gedaagde vordert in reconventie een verhuisvergoeding, alsmede terugbetaling van een bedrag van € 200,- per maand, waarvan zij stelt deze gedurende de huurovereenkomst maandelijks onverschuldigd te hebben voldaan.

De kantonrechter zal bij de beoordeling ingaan op het verweer van Eiser en Gedaagde.

Beoordeling in conventie en reconventie

Ter comparitie is gebleken dat Gedaagde de huurpenningen voor de maand november 2010 pas op 9 november 2010 heeft voldaan. Ondanks die betaling bestaat er nog steeds een huurachterstand van drie maanden. Dit wordt niet door Gedaagde betwist, zodat deze kan worden toegewezen.

Gedaagde heeft aangegeven de woning te willen opleveren mits zij in een andere woning in kan intrekken. Gedaagde verwacht dat zij voor 1 januari 2011 de nieuwe woning kan betrekken.

Ter comparitie heeft Gedaagde niet nader onderbouwd waarom zij van mening is recht te hebben op een verhuisvergoeding, zodat de kantonrechter die vordering in reconventie als onvoldoende onderbouwd zal afwijzen.

Ook de vordering in reconventie van Gedaagde tot terugbetaling van het bedrag van € 200,- per maand waarvan zij stelt dat gedurende de huurovereenkomst onverschuldigd aan Eiser te hebben voldaan, zal worden afgewezen. Gedaagde stelt dat de woning niet gestoffeerd/gemeubileerd en/of voorzien was van apparatuur, maar dat doet er in deze procedure niet toe. Partijen zijn dit bedrag immers schriftelijk in de huurovereenkomst overeengekomen, waardoor Gedaagde dit bedrag aan Eiser is verschuldigd, zodat er geen sprake is van onverschuldigd betalen.

Gelet op het bovenstaande zal de gewijzigde vordering in conventie van Eiser worden toegewezen zoals hierna wordt vermeld. De door Eiser gevorderde machtiging om de ontruiming zelf uit te voeren, zal worden afgewezen, omdat de bevoegdheid tot reële executie van de veroordeling tot ontruiming reeds voortvloeit uit de artikelen 555 e.v. juncto artikel 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De vordering in reconventie van Gedaagde zal worden afgewezen.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in conventie en reconventie worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Eiser.

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde staande en gelegen aan te;

veroordeelt Gedaagde voormeld gehuurde met al wie en al wat zich daarin van de zijde van Gedaagde mocht bevinden te ontruimen en te verlaten en, met afgifte van de sleutels, ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen;

veroordeelt Gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eiser te betalen een bedrag van € 3.425,71 en voorts voor elke ingegane maand vanaf 30 november 2010 tot een ontruiming een bedrag van € 960,51, met de wettelijke rente over € 2.881,53 vanaf 7 juni 2010 tot de dag van de voldoening;

in reconventie:

wijst de vordering af;

in conventie en reconventie:

veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure, tot hiertoe aan de zijde van Eiser vastgesteld op € 631,89 waaronder begrepen een bedrag van € 350,-, als het aan de gemachtigde van Gedaagde toekomende salaris, onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde BTW;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G. Keizer en uitgesproken ter openbare terechtzitting.