Geen wanprestatie inzake rijles want CBR-gecertificeerd

Gedaagde heeft een lespakket voor van een rijschool gekocht. De rijschool is eiser in deze zaak. Gedaagde heeft slechts een klein gedeelte van de rijlessen betaald. Als verweer geeft gedaagde dat zij per brief haar ontevredenheid heeft geuit over haar instructeur. Hij zou haar geen goed les hebben gegeven en daarom wilt zij niet betalen. De rechter is het hier niet mee eens. Gelet op het feit dat de instructeur een geldig instructiecertificaat heeft en het feit dat hij ingeschreven is bij het CBR moet hij naar het oordeel van de kantonrechter in staat worden geacht zijn leerlingen een passende rijopleiding, dat wil zeggen een rijopleiding die hen in staat stelt een rijbewijs te behalen, te bieden. De gedaagde moet dan ook haar betalingsverplichting nakomen.

Datum: 17 juni 2008
Rechtbank: Amsterdam, Sector Kanton, Locatie Amsterdam
Zaaknummer: 890466 CV EXPL 07-24923

Vonnis van de kantonrechter

Inzake

Y, handelend onder de naam Eiser, gevestigd te, eiser

nader te noemen Eiser

gemachtigde: drs. A.J.C. Jonker (IntoCash)

tegen

Gedaagde wonende te, gedaagde

nader te noemen Gedaagde

gemachtigde: mr. H.K. Jap-A-Joe

Verloop van de procedure

De volgende processtukken zijn ingediend:

de dagvaarding van 10 augustus 2007 inhoudende de vordering van Eiser met producties

de conclusie van antwoord van Gedaagde

Ingevolge tussenvonnis van 9 oktober 2007 zijn vervolgens nog ingediend:

de conclusie van repliek van Eiser met producties

de conclusie van dupliek van Gedaagde met productie

de akte waarin Eiser heeft gereageerd op die laatste productie. Daarna is vonnis bepaald.

Gronden van de beslissing

Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:
X is een marketingorganisatie die zelfstandige rijschoolondernemers ondersteunt met het verwerven van nieuwe leerlingen. De marketingorganisatie maakt via radio, televisie en internet landelijk reclame voor de aangesloten ondernemers. Nieuwe leerlingen melden zich via de website aan bij X in hun omgeving.

Op 1 september 2006 heeft Gedaagde een lesovereenkomst voor het superpakket ad € 1.665,00 getekend. Door ondertekening van de lesovereenkomst heeft Gedaagde zich akkoord verklaard met de algemene voorwaarden van X.

Op de lesovereenkomst is vermeld bij gegevens rijschool "Eiser" met als rij-instructeur "Y" en bij gegevens leerling "Gedaagde".

Gedaagde heeft rijlessen gekregen van Y, handelend onder de naam "Eiser".

Gedaagde heeft op 25 september 2006 een bedrag van € 500,00 aan Eiser voldaan.

Eiser vordert dat Gedaagde veroordeeld zal worden tot betaling van:

€ 1.165,00 aan hoofdsom;

€ 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

€ 50,37 aan rente, berekend tot 31 juli 2007;

rente over € 1.165,00 vanaf 31 juli 2007;

de proceskosten van Eiser.

Eiser stelt hiertoe dat tussen hem en Gedaagde een lesovereenkomst tot stand is gekomen. Op grond van deze overeenkomst is Gedaagde Eiser nog verschuldigd een bedrag van €1.165,00. Ondanks aanmaningen heeft zij dit bedrag niet voldaan. Eiser wenst volledige nakoming van de betalingsverplichting van Gedaagde.

Gedaagde verweert zich tegen de vordering en voert daartoe het volgende aan. Zij heeft een lesovereenkomst met X gesloten en is derhalve niets verschuldigd aan Eiser. Voorts is Gedaagde van mening dat Eiser wanprestatie jegens haar levert. Nu hij niet de lessen heeft gegeven die Gedaagde bereid was te ontvangen, kan Eiser geen aanspraak maken op betaling. Gedaagde stelt dat zij in een brief van 15 november 2006 gericht aan de heer Z van X haar ontevredenheid over haar instructeur heeft geuit en kenbaar heeft gemaakt dat zij liever een andere instructeur had. Het feit dat Eiser het instructeursdiploma heeft, maakt hem nog niet tot een geschikte instructeur, aldus Gedaagde.

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de kantonrechter als volgt.

Door tussenkomst van X is op 1 september 2006 tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen. Dat de algemene voorwaarden van de Rijbewijs-Concurrent op deze overeenkomst van toepassing zijn verklaard en dat de overeenkomst is gesteld op papier waarop als briefhoofd "X" is vermeld, zijn omstandigheden die passen in de relatie tussen X als centrale marketingorganisatie en de bij haar aangesloten rijschoolondernemers. Ze doen echter niet af aan het feit dat tussen de rijschoolondernemer zelf en de leerling (in dit geval Eiser en Gedaagde) een overeenkomst tot stand komt.

Gedaagde stelt dat Eiser jegens haar wanprestatie pleegt door haar geen passende rijopleiding te bieden. Eiser betwist dit. Niet gebleken is dat Eiser geweigerd heeft Gedaagde in staat te stellen de resterende rijlessen te volgen. Gelet op het feit dat Eiser een geldig instructiecertificaat heeft en het feit dat hij ingeschreven is bij het CBR moet hij naar het oordeel van de kantonrechter in staat worden geacht zijn leerlingen een passende rijopleiding, dat wil zeggen een rijopleiding die hen in staat stelt een rijbewijs te behalen, te bieden. Uit bovengenoemde brief van 15 november 2006 komt naar voren dat Gedaagde moeite heeft met de wijze van lesgeven door en communiceren met Eiser. Dat Gedaagde de handelswijze van Eiser als niet prettig ervaart en dat daardoor het ontvangen van lessen voor haar wordt bemoeilijkt, maakt, hoe vervelend dit voor Gedaagde ook mag zijn, niet dat de door Eiser gegeven rijopleiding als niet passend in vorenbedoelde zin te kwalificeren is.

Uit bovenstaande volgt dat Gedaagde haar verplichtingen uit de lesovereenkomst dient na te komen. De kantonrechter zal de gevorderde hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente, dan ook toewijzen.

Als niet (voldoende) bestreden staat vast dat er kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte zijn gemaakt. De hoogte van het gevorderde bedrag aan deze kosten komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Dit onderdeel van de vordering wordt dan ook toegewezen.

Bij deze uitkomst van de procedure wordt Gedaagde veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van:

€1.165,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2007 tot aan de voldoening;

€ 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;    

€ 50,37 aan rente, berekend tot 31 juli 2007;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, die door Eiser zijn gemaakt en die tot op heden begroot worden op:

griffierecht: € 199,00

kosten dagvaarding: € 84,31

salaris gemachtigde: € 300,00

Totaal: € 583,31

Inclusief eventueel verschuldigde BTW;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. M.P.A.M. Fruytier, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.