Geldlening niet als investering aan te merken

Eiseres heeft aan Gedaagde €21.000,- geleend. Dit bedrag is niet terugbetaald ondanks herhaaldelijke sommaties. De kantonrechter overweegt dat Eiseres op grond van voornoemde overeenkomst recht heeft op terugbetaling van het door haar aan Gedaagde geleende bedrag. Gedaagde heeft zijn stelling, dat, anders dan in de overeenkomst is bepaald, tussen partijen is afgesproken dat een bedrag van € 9.000,00 als investering zou worden beschouwd en derhalve niet aan Eiseres behoeft te worden terugbetaald, niet onderbouwd met feiten dan wel bescheiden, zodat de kantonrechter niet van de juistheid hiervan kan uitgaan. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Datum: 13 november 2007
Rechtbank: Rotterdam, sector Kanton, locatie Schiedam
Zaaknummer: 820909 \ CV EXPL 07-5156

Vonnis

in de zaak van

Eiseres, wonende te,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 3 augustus 2007, gemachtigde: mr drs C. Sneevliet,

tegen

Gedaagde, wonende te,

gedaagde, in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eiseres" en "Gedaagde".

Het verloop van het proces

Eiseres heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde te veroordelen aan Eiseres te betalen € 5.000,00 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven. Aan de dagvaarding zijn producties gehecht.

Gedaagde heeft, onder overlegging van bescheiden, mondeling op de eis geantwoord.

Bij vonnis van 2 oktober 2007 is een comparitie van partijen bepaald, welke is gehouden op 30 oktober 2007. Ter voorbereiding van de comparitie heeft Eiseres verdere producties in het geding gebracht. Ter zitting is Eiseres verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Gedaagde is in persoon verschenen. Van hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft de griffier aantekeningen gemaakt die zich bij de processtukken bevinden. Ter zitting is de datum voor de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

De stellingen van partijen

Eiseres heeft -voor zover thans van belang en kort samengevat- het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd.

Op 28 augustus 2006 heeft Eiseres aan Gedaagde € 21.000,00 geleend. Gedaagde heeft dit bedrag, ondanks daartoe herhaaldelijk te zijn gesommeerd door Eiseres en haar gemachtigde, niet terugbetaald. Gedaagde is tevens een vergoeding ter zake van buitengerechtelijke kosten ad € 952,00 en reeds vervallen rente ad € 872,88 aan Eiseres verschuldigd geworden.

Gedaagde heeft -voor zover van belang en kort samengevat- het volgende als verweer aangevoerd.

Tussen partijen is afgesproken dat Eiseres € 18.000,00 op de rekening van Gedaagde zou overmaken, waarvan de helft als een lening zou worden beschouwd. Op 29 augustus 2006 heeft Gedaagde van Eiseres een bedrag van € 11.000,00 op zijn rekening ontvangen. € 9000,00 is gebruikt als investering in het X in Turkije. Het resterende bedrag van € 2.000,00 is als lening te beschouwen en zou worden terugbetaald met de winst van het X. Het X is echter nooit geopend vanwege problemen met de verhuurder. Het aan de verhuurder betaalde bedrag van € 23.000 heeft Gedaagde niet meer terug ontvangen. Gedaagde is bereid om € 2.000,00 aan Eiseres terug te betalen. In het geval Gedaagde van de geïnvesteerde € 9.000,00 een bedrag mocht terug ontvangen, zal hij dit verdelen tussen Eiseres en hemzelf.

De beoordeling van de vordering

Eiseres heeft ter comparitie van partijen afstand gedaan van het meerdere boven € 5.000,00 zodat de kantonrechter bevoegd is van de onderhavige vordering kennis te nemen.

Tussen partijen staat vast dat zij in augustus 2006 een overeenkomst hebben gesloten. Hierin is bepaald dat Eiseres aan Gedaagde een bedrag van € 18.000,00 zou betalen en dat Gedaagde dit bedrag in maandelijkse termijnen van € 500,00 zou terugbetalen. Gedaagde heeft erkend dat hij een bedrag van € 11.000,00 van Eiseres heeft ontvangen en dat hij nog geen terugbetaling heeft verricht.

De kantonrechter overweegt dat Eiseres op grond van voornoemde overeenkomst recht heeft op terugbetaling van het door haar aan Gedaagde geleende bedrag. Gedaagde heeft zijn stelling, dat, anders dan in de overeenkomst is bepaald, tussen partijen is afgesproken dat een bedrag van € 9.000,00 als investering zou worden beschouwd en derhalve niet aan Eiseres behoeft te worden terugbetaald, niet onderbouwd met feiten dan wel bescheiden, zodat de kantonrechter niet van de juistheid hiervan kan uitgaan. De gewijzigde vordering is als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijsbaar.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om aan Eiseres tegen kwijting te betalen € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eiseres vastgesteld op € 283,31 aan verschotten en € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. W. Kuip en uitgesproken ter openbare terechtzitting.