Geleverd conform overeenkomst, geen ondeugdelijke levering

In dit geding vordert de Eiser betaling van een door haar geleverde lichtbak. Daarnaast wilt zij een vergoeding van de wettelijke vertragingsrente, incassokosten  en proceskosten. Gedaagde voert aan dat de maten van deze lichtbak niet kloppen. Ook de bevestigingsklemmen die hierbij geleverd waren zijn volgens gedaagde niet conform overeenkomst. In de dagvaarding onderbouwd eiser dat in de overeenkomst de juiste maat staat beschreven. Deze overeenkomst wordt door gedaagde niet betwist. Ook is van belang dat Gedaagde zelf heeft verzocht om de lichtbak zelf te plaatsen. De rechter oordeelt dat hij zich verzolgens niet kan beklagen dat het materiaal onvoldoende is. De gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten.

Datum: 17 januari 2007
Rechtbank: Den Haag, Sector kanton, locatie Leiden
Zaaknummer: 630618 \ CV EXPL 06-8390

Vonnis

in de zaak van:

de besloten vennootschap Eiser, gevestigd en kantoorhoudende te, eisende partij,

gemachtigde: mr. drs. C. Sneevliet (IntoCash), tegen

de vennootschap onder firma Gedaagde,

gevestigd en kantoorhoudende te,

en haar vennoten,

X (geb. …),

wonende te, en

Y (geb. …), wonende te, gedaagde partij,

verschenen bij X voornoemd.

Partijen worden aangeduid als "Eiser" en "Gedaagde".

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de dagvaarding van 6 december 2006 met producties, de conclusie van antwoord met producties.

Vordering

Eiser vordert in dit geding betaling van een door haar aan Gedaagde geleverde lichtbak voor de overeengekomen prijs van € 2.835,00 excl. BTW, zijnde incl. BTW € 3.373,65 zoals gefactureerd op 28 december 2004. Daarnaast vordert zij vergoeding van wettelijke vertragingsrente, tot 28 november 2006 berekend op € 580,58, € 600,00 incassokosten en verdere rente en proceskosten.

Verweer

Gedaagde voert aan dat de maten van de geleverde lichtbak niet kloppen; deze had 560 cm breed moeten zijn i.p.v. 400 cm. Verder is zij van mening dat de bijgeleverde bevestigingsklemmen ondeugdelijk zijn.

Beoordeling

De kantonrechter heeft, ter bespoediging van de procedure en beperking van de daaraan verbonden kosten, partijen niet toegelaten tot een nadere toelichting, omdat het verweer niet bevrijdend is.

Immers in de dagvaarding was reeds gesteld en met bewijsstukken onderbouwd dat de geleverde lichtbak de in de overeenkomst genoemde maat van 400 x 50 cm heeft (in de overeenkomst staat mm i.p.v. cm, maar dat is gelet op de omstandigheden en de door Gedaagde overgelegde foto's een kennelijke verschrijving). Gedaagde heeft die overeenkomst niet betwist.

Nu plaatsing van de lichtbak op verzoek van Gedaagde is achterwege gebleven, kan Gedaagde zich ook niet beklagen over de eventuele ondeugdelijkheid van het bevestigingsmateriaal. Daarbij komt dat dit verweer bij antwoord voor het eerst is gevoerd. Gesteld noch gebleken is dat Gedaagde zich onmiddellijk na ontvangst van de lichtbak heeft beklaagd over het bevestigingsmateriaal, noch dat zij Eiser een termijn heeft gesteld om alsnog deugdelijk bevestigingsmateriaal te leveren. Gedaagde wilde bij nader inzien immers in het geheel niet dat de lichtbak aan haar bedrijfspand werd bevestigd.

De renteberekening van Eiser berust op een kennelijke vergissing. Nu zij uitdrukkelijk vergoeding van wettelijke rente vordert en de factuur een vervaltermijn kent van 14 dagen, moet de wettelijke rente ad 4% over de periode van 11 januari 2005 tot 28 november 2006 kennelijk zijn: € 258,37 i.p.v. € 580,58.

De vordering wordt derhalve als onvoldoende gemotiveerd weersproken toegewezen tot na te melden bedrag, met veroordeling van Gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eiser te betalen € 4.232,02, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.373,65 vanaf 28 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eiser begroot op € 467,32, waaronder begrepen € 200,00 voor gemachtigdensalaris, onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde BTW;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. R.T. van Leeuwen en uitgesproken ter terechtzitting.