Goederen niet gratis geleverd

Eiser heeft een groothandel in motorcrossonderdelen. Hij heeft verschillende onderdelen geleverd maar hier nog niet voor betaald gekregen. De eiser heeft de vordering dan ook uit handen gegeven aan IntoCash. Gedaagde stelt dat hij meerdere malen heeft gebeld over de facturen. De facturen zouden volgens hem onterecht verzonden zijn, omdat Eiser een groot deel van de kosten voor zijn rekening zou nemen. Ook zou het een en ander niet geleverd zijn. De rechter oordeelt dat deze stelling op geen enkele wijze onderbouwd is. Er is dan ook geen nader bewijs aangeboden. Dit leidt tot het oordeel dat ook dit deel van de vordering van Eiser zal worden toegewezen.

Datum: 4 september 2009
Rechtbank: Leeuwarden, Sector kanton, Locatie Leeuwarden
Zaaknummer: 283263 \ CV EXPL 09-4560

Vonnis van de kantonrechter

inzake

Eiser, h.o.d.n. Eiser, hierna te noemen: Eiser, wonende te, eiser,

gemachtigde: IntoCash,

tegen

De vennootschap onder firma Gedaagde, gevestigd te,

Gedaagde, wonende te,

Gedaagde, wonende te,

hierna gezamenlijk en enkelvoudig te noemen: Gedaagde, gedaagden,

vertegenwoordigd door Gedaagde,

Procesverloop

Op de bij dagvaarding vermelde gronden heeft Eiser gevorderd om Gedaagde te veroordelen tot betaling van € 4.946,46 met rente en kosten.

Gedaagde heeft bij antwoord de vordering betwist.

Na repliek en dupliek is vonnis bepaald op de stukken, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt.

Door Eiser zijn producties in het geding gebracht.

Motivering

Het standpunt van partijen

Eiser stelt dat hij een groothandel in motorcrossonderdelen en kleding exploiteert. Hij heeft in 2005 en 2006 diverse zaken aan Gedaagde geleverd welke door Gedaagde nog niet zijn betaald. Over de periode van augustus 2005 tot augustus 2006 staan nog veertien facturen open, tot een totaalbedrag van € 3.873,83. Deze facturen zijn door Gedaagde ontvangen en zonder protest behouden. Hij heeft pas op 27 januari 2008 inhoudelijk gereageerd.

Tussen partijen was een sponsorovereenkomst ten behoeve van coureur X gesloten die een bedrag van € 1.500,- beliep. Andere afspraken zijn niet gemaakt. De zaken die in het kader van deze overeenkomst aan Gedaagde zijn geleverd zijn bij hem niet in rekening gebracht. Aangezien Gedaagde niet betaalde zag Eiser zich genoodzaakt om de vordering ter incasso uit handen te geven. Hij is daardoor een bedrag van € 600,- vanwege buitengerechtelijke kosten aan zijn gemachtigde verschuldigd geworden. De gemachtigde heeft getracht om de vordering buiten rechte te incasseren. Eiser vordert krachtens de wet de buitengerechtelijke incassokosten van Gedaagde. Eiser vordert verder wettelijke handelsrente.

Gedaagde stelt dat hij meerdere malen met Eiser heeft gebeld over de facturen en deze dus niet zonder protest heeft behouden. De facturen voor de kleding en plastic voor X zijn ten onrechte verzonden omdat Eiser deze kosten volledig voor zijn rekening zou nemen. Eiser zou ook tankstickers met reclame leveren, maar dat heeft hij niet gedaan. Voor 2006 had Gedaagde daarom een extra kostenpost met betrekking tot die stickers.

Gedaagde erkent de overige facturen.

De beoordeling van het geschil

Gedaagde heeft de facturen, voor zover zij niet betrekking hebben op zaken ten behoeve van coureur X, erkend. De vordering ten aanzien van deze facturen zal dan ook worden toegewezen.

Onder verwijzing naar de door hem overgelegde sponsorovereenkomst heeft Eiser naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat X in 2006 zou worden gesponsord door middel van het ter beschikking stellen van zaken tot een bedrag van € 1.500,-. Eiser heeft verder leveringsfacturen overgelegd met nihilstelling waaruit leveranties tot dit bedrag in het kader van deze sponsorovereenkomst blijken. Gedaagde heeft de juistheid van deze facturen niet betwist, waarmee dit voldoende vaststaat.

Gedaagde heeft zijn stelling, die kennelijk zo moet worden begrepen dat Eiser alles ten behoeve van X voor niets zou leveren, op geen enkele wijze onderbouwd. Hij heeft ook geen nader bewijs aangeboden. De kantonrechter zal aan dit verweer van Gedaagde dan ook voorbijgaan. Of Gedaagde nu eerder wel of niet bij Eiser heeft geprotesteerd tegen de facturen doet aan het voorgaande niet af zodat dit op de beoordeling verder niet van invloed is.

Dit leidt tot het oordeel dat ook dit deel van de vordering van Eiser zal worden toegewezen.

Gedaagde heeft aan zijn stelling bij dupliek, dat hij in 2006 schade heeft geleden omdat Gedaagde hem geen tankstickers leverde, verder geen consequenties verbonden. De kantonrechter zal daaraan dan ook voorbijgaan, nog afgezien daarvan dat het mogelijk vorderen van die schade in reconventie door Gedaagde bij dupliek niet meer mogelijk is omdat een dergelijke tegenvordering direct bij antwoord moet worden ingediend.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen eveneens worden toegewezen. Deze kosten en de door Eiser gestelde buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn door Gedaagde niet betwist. Het gevorderde bedrag is gelet op de hoofdsom verder conform de staffel behorend bij het rapport Voorwerk II.

De gevorderde rente zal eveneens worden toegewezen.

Gedaagde zal als in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van een bedrag groot € 4.946,46 (zegge: vierduizend negenhonderd en zesenveertig euro en zesenveertig cent) te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 3.873,83 vanaf 23 april 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Eiser begroot op € 400,- wegens salaris (2 punten, € 200,- per punt) en op € 291,25 wegens verschotten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het anders of meer gevorderde.

Aldus gewezen door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.