Huurachterstand rechtvaardigt ontruiming

De gedaagde heeft zich niet gehouden aan zijn verplichting om het maandelijkse bedrag aan huur te betalen. De eiser wilt de huurovereenkomst kan ook ontbinden. Gedaagde stelt dat hij de huur steeds contant heeft betaald. Dit zou hij gedaan hebben door meerdere malen een envelop met geld in de brievenbus van de eiser gestopt te hebben. Hij heeft hier geen kwitanties van. De rechter oordeelt dat daarmee de daadwerkelijke in ontvangst name van de huur nog niet vast staat. De rechter veroordeelt gedaagde om het huis te ontruimen en te verlaten.

Datum: 14 februari 2008
Rechtbank: Zutphen. Sector Kanton, Locatie Terborg
Zaaknummer: 314517 CV 07-2129

Vonnis van de kantonrechter

inzake

EISER, wonende te, eiser in conventie,

verweerder in reconventie, hierna te noemen “eiser",

gemachtigde: mr. C. Sneevliet, werkzaam ten kantore van IntoCash te Rotterdam,

tegen

GEDAAGDE, afzonderlijk van Eiser, wonende te, , gedaagde in conventie,

eiser in reconventie, hierna te noemen "Gedaagde",

gemachtigde: mr. J.H. Hofstede, advocaat te Doetinchem.

Het procesverloop

Dit blijkt uit:

het tussenvonnis d.d. 13 december 2007;

de conclusie van antwoord in reconventie;

de comparitie van partijen d.d. 29 januari 2008, waarbij Gedaagde, ofschoon in persoon opgeroepen, zonder kennisgeving niet verschenen is.

Beoordeling

In conventie en in reconventie

Eiser heeft, er inmiddels van uitgaande dat de huurovereenkomst met Gedaagde op 1 februari 2008 is geëindigd, gevorderd laatstgenoemde te veroordelen tot ontruiming van de van hem gehuurde woonruimte aan de te. Daarnaast heeft Eiser gevorderd Gedaagde te veroordelen tot betaling van:

de huurachterstand ad € 2857,49;

de somma van € 675,— per maand, onder voorbehoud van huurverhogingen, gerekend vanaf 1 september 2007, zolang Gedaagde in gebreke blijft het gehuurde te ontruimen;

de wettelijke rente tot 27 augustus 2007 ad € 131,75 en de daarna over de gevorderde   huurachterstand vervallende rente;

buitengerechtelijke incassokosten ad € 714,- (incl. BTW) en de proceskosten.

Eiser heeft aangevoerd dat Gedaagde toerekenbaar is tekortgeschoten in diens verplichting om de maandelijks bij vooruitbetaling verschuldigde huur ad € 675,- te betalen, met als gevolg dat in augustus 2007 deswege een vordering is ontstaan ten belopen van het gevorderde bedrag.

Hij maakt voorts aanspraak op vanaf de vervaldata der huurpenningen vervallen rente en, nu hij genoodzaakt was zijn vordering uit handen te geven, op voormelde incassovergoeding.

Gedaagde heeft, zich beroepend op door hem verrichte betalingen, de vorderingen betwist. Hij heeft geconcludeerd tot afwijzing van de eis, met veroordeling van Eiser in de proceskosten.

Omdat zijns inziens sprake is geweest van gederfd huurgenot en daaraan te relateren schade heeft Gedaagde in reconventie gevorderd Eiser te veroordelen tot betaling van € 1722,- + p.m. en van de proceskosten.

Eiser heeft de eis van Gedaagde gemotiveerd betwist.

Het beroep van Gedaagde op door hem verrichte contante betalingen van de huurpenningen wordt verworpen. Uit zijn eigen stelling blijkt reeds dat hij niet over daarop betrekking hebbende kwitanties beschikt. Zelfs al zou hij met een getuige kunnen bewijzen dat hij enige malen een envelop met geld in de brievenbus van Eiser heeft gedeponeerd, dan staat daarmee de daadwerkelijke in ontvangst name van de huur door de daartoe gerechtigde nog (steeds) niet vast.

De op de huurachterstand betrekking hebbende en daarmee samenhangende vorderingen liggen ingevolge het vore overwogene voor directe toewijzing gereed, met dien verstande dat de incassovergoeding wordt afgewezen. Van andere pre processuele werkzaamheden dan strekkend tot instructie van de zaak en voorbereiding van de dagvaarding is niet gebleken.

Dat sprake is geweest van zodanige derving van huurgenot dat de daarop betrekking hebbende tegenvorderingen gerechtvaardigd zijn, is, mede gelet op het gemotiveerde verweer, niet gebleken. Door niet op de comparitiezitting te verschijnen heeft Gedaagde zichzelf in de positie gebracht dat geen, althans onvoldoende, nadere op zijn eis betrekking hebbende inlichtingen zijn bekomen. Bijgevolg zal van de door Eiser geschetste gang van zaken moeten worden uitgegaan. Eén en ander komt erop neer dat, zo al sprake geweest zou zijn van verminderd huurgenot, hem geen verwijten zijn te maken.

De tegenvorderingen kunnen daarom niet toewijsbaar worden bevonden.

Ook dient zowel in conventie als in reconventie Gedaagde als de in ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter, rechtdoende:

In conventie:

Veroordeelt Gedaagde om voormelde woonruimte c.a. binnen 3 weken na betekening van dit vonnis met al de hunnen en het hunne te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen, met machtiging op Eiser om die ontruiming zonodig zelf te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van justitie en politie en op kosten van Gedaagde;

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen:

de huurachterstand ad € 2.857,49, vermeerderd met de wettelijke rente    over dit bedrag vanaf 27 augustus 2007 tot aan de algehele voldoening;

de vanaf 1 september 2007 verschenen huurtermijnen - thans gebruiksvergoeding -ad € 675,00 per maand, te vermeerderen met eventuele huurverhogingen voor iedere maand dat Gedaagde met de ontruiming in gebreke blijft;

de wettelijke rente tot 27 augustus 2007 ad € 131,75 en over de daarna vervallende termijnen vanaf de dag van opeisbaarheid;

In reconventie

wijst de vordering af;

In conventie en in reconventie

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eiser worden vastgesteld als volgt:

kosten dagvaarding € 91,12

griffierecht € 199,00

salaris gemachtigde € 425,00

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. W.M. Eijkelestam, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag, 14 februari 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.