Huurcontract ontbonden, tegenvordering van gedaagde onvoldoende toegelicht

Gedaagde huurt van Eiser de zolder van een woning. Eiser zelf woont in het overige deel van het huis. Nu heeft Gedaagde in een periode van 4 maanden geen huur en geen kosten voor de extra diensten betaald. Hierdoor vordert de eiser dat de huurovereenkomst wordt ontbonden, de Gedaagde uit de zolder vertrekt en zijn huurachterstand plus rente en kosten moet betalen. Als verweer voert Gedaagde dat hij van Eiser nog een bedrag krijgt ter hoogte van drie maanden huur voor het afsluiten van internet en televisie. Bij de comparitie geeft Eiser aan dat hij niets met deze afsluiting te maken heeft. Omdat Gedaagde niet bij deze zitting is verschenen en daarmee geen toelichting heeft gegeven, is dan ook onvoldoende gebleken dat Eiser tekort zou zijn geschoten in de nakoming van een verplichting van de huurovereenkomst.  De rechter wijst alle gevorderde bedragen toe en ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen.

Datum: 2 september 2015
Rechtbank: Rechtbank Gelderland
Zaaknummer: 4063893 \ CV EXPL 15-6285 \ 512 \ 564

vonnis

in de zaak van

Eiser

wonende te, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie

gemachtigde IntoCash

tegen

Gedaagde

wonende te, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie

procederend in persoon

Partijen worden hierna Eiser en Gedaagde genoemd.

1.          De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 april 2015 en de daarin genoemde processtukken
- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 3 juli 2015
- de ter comparitie genomen conclusie van antwoord in reconventie.

2.          De feiten

2.1.       Gedaagde huurt van Eiser de zolder van de woning tegen een maandelijks bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van laatstelijk € 300,00. Daarnaast dient Gedaagde een bedrag van € 100,00 te betalen voor bijkomende leveringen en diensten.

2.2.       Eiser bewoont zelf het overige deel van de woning.

2.3.       Gedaagde heeft over de periode februari 2015 tot en met april 2015 geen huur dan wel kosten voor de bijkomende leveringen en diensten betaald. Er is tot mei 2015 sprake van een achterstand in de betalingen van in totaal € 1.200,00.

3.          De vordering en het verweer in conventie

3.1.        Eiser vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

-     de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de zolder van de woning aan de De Hennepe 449 (4003 BE) te Tiel zal ontbinden en Gedaagde zal veroordelen om het gehuurde met al het zijne en de zijnen binnen 7 dagen na de datum van het in dezen te wijzen vonnis te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen;

-    Gedaagde zal veroordelen om aan Eiser te betalen een bedrag van € 1.202,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 7 april 2015 tot en met de dag van volledige betaling;

-     Gedaagde zal veroordelen om aan Eiser onder voorbehoud van huurverhoging te betalen een bedrag van € 400,00 voor iedere maand na april 2015 dat Gedaagde met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijft, een ingegane maand te rekenen voor een gehele;

-     Gedaagde zal veroordelen om aan Eiser te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 217,80 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen na het ten dezen te wijzen vonnis, althans een in goede justitie redelijk geachte termijn, tot aan de dag van volledige betaling;

-     Gedaagde zal veroordelen tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na het ten dezen te wijzen vonnis, althans een in goede justitie redelijk geachte termijn, tot aan de dag van volledige betaling;

-     Gedaagde zal veroordelen tot betaling van de nakosten, indien en voorzover Gedaagde niet binnen de wettelijke vereiste termijn van twee dagen, althans binnen een in goede justitie redelijk geachte termijn , na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis, heeft voldaan.

3.2.       Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat Gedaagde tekort is geschoten in de nakomingen van zijn verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst door de huurpenningen en de bijkomende kosten voor leveringen en diensten over de periode februari 2015 tot en met april 2015 onbetaald te laten. Hij vordert alsnog nakoming van deze verplichting. Daarnaast is hij van mening dat door het onbetaald laten van de hiervoor bedoelde bedragen sprake is van een tekortkoming die de ontbinding van de huurovereenkomst met al haar gevolgen rechtvaardigt. Hij vordert dan ook ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

3.3.       Gedaagde voert verweer.

3.4.      Op de stellingen van partijen zal, voor zover relevant, hierna worden ingegaan.

4.           De vordering en het verweer in reconventie

4.1. Gedaagde vordert dat Eiser een bedrag gelijk aan drie maanden huur/bijkomende leveringen aan hem dient te betalen terzake van schadeloosstelling voor het afsluiten van internet en televisie.

4.2.       Eiser voert verweer.

4.3.       Op de stellingen van partijen zal, voor zover relevant, hierna worden ingegaan.

5.           De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.        Gedaagde is op het bij de rechtbank Gelderland bekende adres per aangetekende en gewone post opgeroepen voor de comparitie van partijen, maar zonder bericht van verhindering niet verschenen.

5.2.       Niet in geschil is dat Gedaagde over de periode februari 2015 tot en met april 2015 de huurpenningen dan wel de kosten voor bijkomende leveringen en diensten aan Eiser onbetaald heeft gelaten.

5.3.        Over het betoog van Gedaagde dat hij zijn verplichting tot betaling van de hiervoor genoemde maandelijkse bedragen heeft opgeschort, omdat Eiser hem van internet en televisie heeft afgesloten, overweegt de kantonrechter dat Eiser tijdens de comparitie gemotiveerd heeft weersproken dat hij dit heeft gedaan en dat Eiser voorts heeft betwist dat de door Gedaagde te betalen kosten voor bijkomende leveringen en diensten betrekking hebben op het ontvangen van televisie en internet. Zonder nadere toelichting die ontbreekt, is dan ook onvoldoende gebleken dat Eiser op enigerlei wijze tekort is geschoten in de nakoming van een verplichting die Eiser op grond van de huurovereenkomst zou hebben. Voor Gedaagde was een grond om tot opschorting van zijn volledige betalingsverplichting over te gaan dan ook niet aanwezig.

huurpenningen en de kosten voor bijkomende leveringen en diensten vanaf februari 2015 tot en met april 2015 zal toewijzen. Voor wat betreft de vordering in reconventie tot betaling van een schadeloosstelling geldt, gelet op het voorgaande, dat daarvoor evenmin grond aanwezig is. Deze vordering wijst de kantonrechter af.

5.5.        Omdat vaststaat dat Gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting uit hoofde van de huurovereenkomst door de verschuldigde bedragen over de periode februari 2015 tot en met april 2015 niet te voldoen, zal de kantonrechter de tussen partijen bestaande huurovereenkomst ontbinden. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft de wederpartij immers de gelegenheid om ontbinding van de huurovereenkomst te vorderen. Daar komt bij dat de kantonrechter ook niet gebleken acht dat de tekortkoming van Gedaagde, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

5.6.        Omdat Eiser tijdens de comparitie onweersproken heeft verklaard dat Gedaagde het gehuurde niet, dan wel niet volledig heeft ontruimd en dat Gedaagde de sleutel van het gehuurde ook niet heeft ingeleverd, ziet de kantonrechter eveneens aanleiding om de gevorderde ontruiming van het gehuurde toe te wijzen. Daarnaast zal de kantonrechter Gedaagde over de periode vanaf mei 2015 tot het moment van ontbinding van de huurovereenkomst veroordelen tot betaling van de overeengekomen huurpenningen en de kosten voor bijkomende leveringen. Voor wat betreft de periode na ontbinding van de huurovereenkomst tot het moment aan ontruiming van het gehuurde zal de kantonrechter Gedaagde veroordelen tot

betaling van een gebruiksvergoeding die gelijk is aan het bedrag dat Gedaagde aan huurpenningen en kosten voor de bijkomende leveringen en diensten betaalde.

5.7.       De tot 7 april 2015 berekende vervallen wettelijke rente wordt als onbetwist toegewezen. Ook zal de kantonrechter de gevorderde wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 7 april 2015 tot aan de dag van volledige betaling toewijzen.

5.8.       De vordering van Eiser bestaat uit meerdere, onbetaald gebleven, maandelijkse termijnen. Voor alleen de maandelijkse termijn van februari 2015 is een aparte aanmaning verzonden (als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW). De kantonrechter wijst - naar analogie van artikel 6:96 lid 7 BW - de buitengerechtelijke kosten dan ook slechts toe tot het wettelijke tarief dat hoort bij de achterstallige maandelijkse termijn van februari 2015, zijnde een bedrag van € 72,60 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling;

5.9.       Gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (in conventie) dragen, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling. In verband met de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en de vordering in reconventie zal de proceskostenveroordeling in reconventie op nihil worden begroot.

5.10.     De gevorderde nakosten zullen worden begroot op een bedrag van € 75,00, zijnde een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

6.          De beslissing

De kantonrechter

In conventie

6.1.       ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning;

6.2.       veroordeelt Gedaagde om het gehuurde met al het zijne en de zijnen binnen 7 dagen na de datum van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en door afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen;

6.3.       veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen een bedrag van € 1.202,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 7 april 2015 tot en met de dag van volledige betaling;

6.4.       veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen een bedrag van 400,00 voor iedere maand na april 2015 dat Gedaagde met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijft, een ingegane maand te rekenen voor een gehele;

6.5.       veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen de buitengerechtelijke incassokosten van € 72,60 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling;

6.6.       veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Eiser begroot op € 94,19 aan dagvaardingskosten, € 221,00 aan griffierecht en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling;

6.7.       veroordeelt Gedaagde in de nakosten van € 75,00, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.

6.8.       verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

6.9.       wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie

6.10.     wij st het gevorderde af;

6.11.     veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Eiser begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2015.