Huurder weigert te vertrekken ondanks kwijtschelding huur

Er is een huurachterstand van 21 maanden. De huurder geeft hiervoor als reden dat hij moet afwachten op een beslissing van de gemeente. Dit standpunt wordt gemotiveerd betwist door de verhuurder. Door de slechte onderbouwing wordt dit argument verworpen. De verhuurder heeft de huurder zelfs tot driemaal toe een aanbod gedaan om de huurachterstand van 21 maanden kwijt te schelden als de huurder maar weg zou gaan, maar hier is hij niet op ingegaan. Hij zal dan ook veroordeeld worden tot betaling van de huurachterstand en zal de kamer moeten ontruimen.

Datum: 25 april 2012
Rechtbank: Zutphen, Sector Kanton, Locatie Apeldoorn
Zaaknummer: 469035 CV 11-6077

Vonnis

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EISER B.V., gevestigd en kantoorhoudende te  , gemeente  , eiseres, hierna te noemen Eiser,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung van IntoCash,

tegen

GEDAAGDE, wonende te  , gemeente  , gedaagde, verder te noemen Gedaagde, procederend in persoon.

Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

de dagvaarding d.d. 2 december 2011

het antwoord van Gedaagde

de conclusie van repliek

de conclusie van dupliek

Vervolgens is vonnis bepaald.

Het geschil

Eiser heeft gevorderd de veroordeling van Gedaagde, uitvoerbaar bij voorraad, om aan haar te betalen € 7.980,00 in hoofdsom, vermeerderd met € 243,28 aan tot 22 november 2011 berekende wettelijke rente. Eiser heeft tevens gevorderd ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, met nevenvorderingen. Aan haar vordering heeft Eiser ten grondslag gelegd dat Gedaagde van haar een kamer huurt aan het adres   te  (op de eerste verdieping aan de straatkant) en dat hij met betrekking tot deze kamer in gebreke is gebleven met regelmatige betaling van verschuldigde huurpenningen.

Gedaagde heeft verweer gevoerd, strekkende tot afwijzing van de vordering.

Volgens Gedaagde is hij huisdealer geweest. Om die reden heeft de gemeente   het pand in 2010 drie maanden afgesloten, aldus Gedaagde. Hij heeft toen met de heer X. Buur van Eiser een mondelinge afspraak gemaakt dat als hij niet meer zou dealen, de op dat moment bestaande huurachterstand zou worden kwijtgescholden. Over de lopende huur is toen afgesproken dat men zou afwachten wat de gemeente zou beslissen met betrekking tot de dwangsom, zo heeft Gedaagde aangevoerd. Hij betreurt het dat de achterstand zo hoog is opgelopen.

De beoordeling

Vast staat, want door Gedaagde niet bestreden, dat op 22 november 2011 een huurachterstand van 21 maanden bestond. Het door Gedaagde aangevoerde verweer dat de achterstand is ontstaan doordat men in afwachting was van de beslissing van de gemeente omtrent het opleggen van een dwangsom moet, gelet op de gemotiveerde betwisting door Eiser en bij gebreke van nadere onderbouwing, worden verworpen. Uit de door Eiser in het geding gebrachte brieven kan voorts worden afgeleid dat zij Gedaagde tot driemaal toe een aanbod heeft gedaan tot kwijtschelding van de huurachterstand indien Gedaagde de kamer zou verlaten. Nu Gedaagde op dit aanbod kennelijk niet is ingegaan, moet de conclusie zijn dat hij de huurachterstand nog steeds verschuldigd is en dat die achterstand nog altijd oploopt. Gedaagde zal dan ook veroordeeld worden tot betaling van de huurachterstand en tot betaling van de huur/een gebruiksvergoeding tot het moment dat de kamer zal zijn ontruimd. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt tevens de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.

Bij gebreke van betwisting is de gevorderde rente eveneens toewijsbaar.

De mede gevorderde machtiging aan Eiser om de ontruiming door een deurwaarder, met inroeping van de sterke arm, uit te doen voeren, wordt afgewezen. De bevoegdheid om ontruiming eventueel door een gerechtsdeurwaarder ten uitvoer te laten leggen volgt immers reeds uit de onderstaande beslissing.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de kamer aan het adres   te  ;

veroordeelt Gedaagde om binnen twee weken na betekening van dit vonnis genoemde kamer te ontruimen en te verlaten en onder afgifte der sleutels ter vrije beschikking van Eiser te stellen;

veroordeelt Gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eiser te betalen een bedrag van € 8.223,28, vermeerderd met de wettelijke rente over € 7.980,00

vanaf 22 november 2011 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen zoveel maal de huurprijs/gebruiksvergoeding (€ 380,00 per maand onder voorbehoud van huurverhoging) als er maanden verlopen vanaf december 2011 tot de dag der ontruiming;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van Eiser tot op heden begroot op: € 500,00 aan salaris gemachtigde, € 426,00 aan griffierecht en € 76,31 aan explootkosten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Gewezen door mr. D.J. Buijs en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 april 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.