Huurovereenkomst niet getekend, wel betaling verschuldigd

Tussen partijen bestaat een geschil over de vraag of er sprake is van een huurovereenkomst en zo ja, welke voorwaarden op die overeenkomst van toepassing zijn. Deze huurovereenkomst is namelijk nooit getekend. Gelet op het feit dat Gedaagde feitelijk in de woning is verbleven, een huurprijs tussen partijen is afgesproken en Gedaagde over de maanden maart en april 2009 ook huur heeft betaald, is genoegzaam gebleken dat tussen partijen sprake is van een huurovereenkomst. De gevorderede huurachterstand wordt dan ook toegewezen.

Datum: 17 februari 2010
Rechtbank: Rotterdam, sector Kanton, locatie Rotterdam
Zaaknummer: 1020501 \ CV EXPL 09-37095

Vonnis

in de zaak van

Eiser sub 1 en Eiser sub 2, wonende te,

eisers bij exploot van dagvaarding van 14 augustus 2009,

rolgemachtigde: IntoCash te Rotterdam, procesgemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen

Gedaagde, wonende te, gedaagde,

gemachtigde: mr. J.W. Dijke

Partijen worden hierna aangeduid als "Eiser sub 1", "Eiser sub 2" en "Eiser sub 1 c.s." gezamenlijk en "Gedaagde".

Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

het exploot van dagvaarding met bijlagen;

de conclusie van antwoord met bijlagen;

het tussenvonnis van 30 september 2009 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

de voorafgaand aan de comparitie van partijen door Eiser sub 1 c.s. in het geding gebrachte stukken;

het proces-verbaal van de comparitie van partijen gehouden op 11 november 2009;

de akte overleggen producties van de zijde van Gedaagde met bijlagen.

De uitspraak van het vonnis is door de kantonrechter bepaald op heden.

De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen - verkort weergegeven en voorzover thans van belang - het volgende vast.

1Gedaagde heeft enige tijd, in elk geval in de periode maart 2009 tot 26 april 2009, de beschikking gehad over een woning in eigendom van Eiser sub 2 te (hierna: de woning).

Eiser sub 2 heeft Gedaagde op 13 maart 2009 een in het Nederlands opgestelde overeenkomst aangeboden, inhoudende het huren van de woning tegen een maandelijks bij vooruitbetaling verschuldigde huurprijs van € 850,00 per maand. Deze overeenkomst is door Gedaagde niet ondertekend.

De vordering en stellingen van Eiser sub 1 Eiser sub 1 c.s. hebben gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde te veroordelen tot betaling aan hen van in totaal € 2.569,92 - zijnde € 2.189,77 aan hoofdsom, € 23,15 aan verschenen rente en € 357,00 aan buitengerechtelijke kosten inclusief BTW - te vermeerderen met de wettelijke rente over de huurachterstand vanaf 4 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening en de proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten hebben Eiser sub 1 c.s. aan hun eis -verkort weergegeven en voorzover van belang - ten grondslag gelegd dat tussen partijen een huurovereenkomst tot stand is gekomen in het kader waarvan Gedaagde, ondanks sommaties, in gebreke is gebleven met de volledige en tijdige betaling van:

€ 850,00 aan huur over de maand mei 2009;
€ 850,00 aan huur over de maand juni 2009;
€ 333,27 aan energiekosten;
€ 77,00 aan kosten voor het vervangen van de sloten;
€ 29,50 aan kosten voor Digitenne;
€ 50,00 aan telefoonkosten.

Van een toezegging tot het opstellen van een Engelstalige overeenkomst is geen sprake geweest. Er is mondeling een huurtermijn overeengekomen van minimaal een jaar en er heeft van de zijde van Gedaagde nooit een opzegging plaatsgevonden. Gedaagde heeft in elk geval tot en met 6 mei 2009 gebruik gemaakt van de woning, aangezien op die datum nog bezittingen van haar in de woning aanwezig waren. Op 12 mei 2009 bleek Gedaagde de woning met al haar eigendommen te hebben verlaten. Gedaagde heeft nimmer de sleutels van de woning overgedragen, zodat Eiser sub 1 c.s. de kosten van het vervangen van de sloten vorderen. Blijkens de eindafrekening van Eneco bedraagt het daadwerkelijke verbruik aan energie over de periode 1 maart 2009 tot en met 30 juni 2009 € 510,66. Nu Gedaagde € 200,00 heeft voldaan is nog een bedrag van € 310,66 onbetaald is gebleven.

Het verweer

Gedaagde heeft de vordering betwist en tegen de eis - verkort weergegeven en voorzover thans van belang - het volgende aangevoerd. Tussen partijen is geen schriftelijke overeenkomst tot stand gekomen en er zijn geen voorwaarden overeengekomen waaronder Gedaagde de woning zou huren. De gevorderde huur over met en juni 2009 dient dan ook te worden afgewezen.

Gedaagde heeft toegezegd gekregen dat zij een Engelstalige overeenkomst zou krijgen, maar deze is door haar nooit ontvangen. Door Gedaagde is bij eisers  aangegeven dat, indien zij de overeenkomst niet in het Engels zou ontvangen, zij zou gaan verhuizen. Daarnaast werd Gedaagde niet in staat gesteld om zich bij de gemeente X in te schrijven. Gedaagde heeft de woning op 26 april 2009 verlaten. Tot 4 mei 2009 is zij verbleven in haar oude huis in en vanaf deze datum heeft zij een nieuwe woning betrokken in aan de. Uit de e-mail van 12 mei 2009, waarin Eiser sub 1 c.s. verzoeken om de sleutels, blijkt dat zij wisten dat Gedaagde de woning reeds had verlaten. De sleutels zijn op 14 mei 2009 per aangetekende post verstuurd, zodat er geen reden is om alsnog kosten bij Gedaagde in rekening te brengen. Over de maanden maart 2009 en april 2009 heeft Gedaagde € 100,00 per maand aan voorschot betaald voor het gebruik van Energie. De gevorderde som in dit kader bedraagt nog eens € 333,27, waarmee het verbruik over twee maanden voor een eenpersoonshuishouden onevenredig hoog zou uitkomen. De gevorderde kosten voor digitenne en telefoon dienen te worden afgewezen, nu Gedaagde destijds zelf een contracct met KPN heeft afgesloten en betaald.

De beoordeling van het geschil

Tussen partijen bestaat een geschil over de vraag of er sprake is van een huurovereenkomst en zo ja, welke voorwaarden op die overeenkomst van toepassing zijn. Gelet op het feit dat Gedaagde feitelijk in de woning is verbleven, een huurprijs tussen partijen is afgesproken en Gedaagde over de maanden maart en april 2009 ook huur heeft betaald, is genoegzaam gebleken dat tussen partijen sprake is van een huurovereenkomst. Niet is vast komen te staan dat door Eiser sub 1 overgelegde huurovereenkomst van toepassing is, nu noch door ondertekening, noch uit de gedragingen van Gedaagde is gebleken dat zij de overeenkomst op deze voorwaarden wenste aan te gaan.

Ten aanzien van de einddatum van de huurovereenkomst, oordeelt de kantonrechter als volgt. Dat de overeenkomst is aangegaan voor de periode van minimaal een jaar is door Eisers onvoldoende onderbouwd, zodat de overeenkomst geacht wordt te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. In beginsel kan een dergelijke overeenkomst door elk der partijen worden opgezegd. Dat Gedaagde de overeenkomst expliciet heeft opgezegd is niet komen vast te staan. Gelet echter op het feit dat Eisers ervan op de hoogte waren dat Gedaagde de woning in elk geval op 12 mei 2009 heeft verlaten, in combinatie met de e-mail van 14 mei 2009, waarin Gedaagde schrijft "vandaag ik de sleutels aangetekend naar je opgestuurd er valt niks meer te zeggen", is de kantonrechter van oordeel dat aan de zijde van Gedaagde wel sprake was van een opzegging van de huur. Uitgaande van een opzegging van Gedaagde op 14 mei 2009, is er sprake van een opzegging, met inachtneming van de wettelijk verplichte opzegtermijn ex art. 7:291 BW, per 1 juli 2009. Dat is gebleken dat Gedaagde op 4 mei 2009 de sleutel heeft ontvangen van haar nieuwe woning aan de en vanaf deze datum huur heeft betaald doet daaraan niet af. Gedaagde heeft onvoldoende gesteld om de conclusie te kunnen rechtvaardigen dat zij per een eerdere datum zou hebben opgezegd. Dat Gedaagde zich niet bij de gemeente Rotterdam heeft kunnen inschrijven, heeft zij weliswaar gesteld maar niet met enige (bewijs)stukken onderbouwd. Ook dit verweer wordt derhalve verworpen. De gevorderde huur over de maanden mei en juni 2009 zal dan ook worden toegewezen.

Gedaagde heeft haar verweer dat zij de sleutels van de woning aangetekend aan Eiser sub 1 cs. heeft verzonden niet met enig bewijs onderbouwd, hetgeen wel op haar weg lag nu Eisers gemotiveerd heeft gesteld dat Gedaagde nimmer de sleutels heeft ingeleverd en in verband daarmee schade heeft gevorderd vanwege de gemaakte kosten voor vervanging van de sloten. Dit verweer zal dan ook worden verworpen en de door Eisers in dit kader gevorderde schade zal worden toegewezen.

Nu Eisers geen grondslag hebben gesteld voor betaling van de energiekosten en de kosten van Digitenne en telefoon, zullen deze vorderingen als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

Tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten is door Gedaagde geen verweer gevoerd. Voldoende is gebleken dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het in dit kader gevorderde bedrag van € 357,00 komt gelet op de hoogte van de hoofdsom en de gebruikelijke tarieven voor buitenrechtelijke kosten niet onredelijk voor en wordt daarom eveneens toegewezen.

De onweersproken gebleven rente over de huurachterstand zal, als op de wet gegrond, worden toegewezen.

Gedaagde wordt, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser sub 1 c.s. tegen kwijting te betalen € 2.157,15 aan hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en verschenen rente, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over € 1.700,00 vanaf 4 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening en de kosten;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eiser sub 1 c.s. vastgesteld op € 293,98 aan verschotten en € 375,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. C J. Frikkee en uitgesproken ter openbare terechtzitting.