Huurovereenkomst ontbonden vanwege overlast

De verhuurder wilt dat de huurovereenkomst tussen hem en de huurder wordt ontbonden aangezien de huurder al drie jaar te weinig huur betaald. Daarbij zorgt de huurder voor overlast, waar de buren meerdere keren een melding van hebben gedaan bij de politie. De meldingen hebben betrekking op geluidsoverlast, drugs handel of gebruik en andere ongeregeldheden. De huurder zegt dat er het laatste jaar geen overlast meer is geweest. Ook zou de verhuurder nooit geprobeerd hebben om iets uit te praten en de huurder heeft volgens hem meerdere maatregelen getroffen om overlast te voorkomen. Daarnaast is de huurder het niet eens met de huurachterstand. De afgesproken huurprijs is volgens de huurder €278,- per maand en niet zoals de verhuurder nu vordert €366,88. Dat laatste bedrag zou volgens de huurder nooit zijn afgesproken.

De kantonrechter kijkt naar de huur betalingen van 2013 tot 2016 en concludeert hieruit dat er huurprijs van €278,- is overeengekomen en niet zoals de verhuurder eist €366,88. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde huurachterstand wordt afgewezen en daarom geen grond voor ontbinding oplevert. Wel is er door de verhuurder duidelijk aangetoond dat er sprake is van overlast. Het had op de weg van de huurder gelegen om toe te lichten hoe de overlast sinds vorig jaar gestopt zou zijn. De huurder is echter niet op de zitting verschenen en heeft zijn verweer dan ook niet kunnen onderbouwen. De overlast staat dus mede gezien de (recente) meldingen bij de politie vast. De rechter oordeelt dat de overlast een ernstige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert zodat een ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd. De rechter ontbindt de huurovereenkomst en de huurder zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Datum: 4 oktober 2016
Rechtbank: Rechtbank Den Haag
Zaaknummer: 5115681 / 16-15855

Vonnis

in de zaak van:

Eiser,

wonende te, eiser,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, tegen

Gedaagde,

wonende te, gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna nader aangeduid als "eiser" en "gedaagde".

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding van 23 mei 2016;
- de conclusie van antwoord;
- de door de gemachtigde van eiser ingezonden productie, ingekomen ter griffie op 6 september 2016.

Bij mondeling tussenvonnis is een comparitie van partijen bepaald op 12 september 2016 waarbij eiser is verschenen. Gedaagde is, alhoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen en heeft evenmin op andere wijze gereageerd. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden.

Feiten

1.1 Eiser verhuurt aan gedaagde de woonruimte tegen een maandelijkse huurprijs van € 278,- telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

Vordering

2.1 Eiser vordert dat, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst tussen partijen wordt ontbonden, gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen 7 dagen na heden, betaling van € 3.581,69, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.555,20 vanaf 4 mei 2016 tot aan de dag voldoening, € 366,88 voor iedere maand dat gedaagde het gehuurde na mei 2016 in bezit houdt, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het in deze te wijzen vonnis.

2.2 Eiser legt aan deze vordering primair ten grondslag dat gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen die voortvloeien uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomst. Gedaagde betaalt vanaf februari 2013 slechts € 278,- per maand in plaats van € 366,68. Subsidiair legt eiser aan zijn vordering ten grondslag dat gedaagde zich niet als goed huurder gedraagt. Gedaagde zorgt stelselmatig voor overlast. De buren hebben veel last van gedaagde en bij de politie zijn in de periode van 28 juni 2016 tot en met 28 augustus 2016 27 meldingen binnengekomen van overlast door gedaagde in de vorm van geluid, drugs handel of gebruik en andere ongeregeldheden.

Verweer

3.1 Gedaagde voert ten verwere aan dat de laatste overlast in 2015 is geweest. Er is nooit contact vanuit de verhuurder geweest om iets uit te praten en gedaagde heeft meerdere maatregelen getroffen om overlast te voorkomen. Daarnaast voert gedaagde aan dat er geen huurachterstand is. De afgesproken huurprijs is € 278,- per maand en niet € 366,88 De door eiser overgelegde brief van het huurteam van 18 februari 2013 is verkeerd door hem begrepen. De maximale huurprijs mag € 366,88 bedragen, maar dat bedrag is nooit afgesproken.

Beoordeling

4.1 De kantonrechter begrijpt uit de door gedaagde gedane betalingen over de periode februari 2013 tot juni 2016 dat partijen een huurprijs zijn overeengekomen van € 278,- per maand en niet de door eiser in de dagvaarding vermelde maximale toegestane huurprijs van € 366,88. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde huurachterstand wordt afgewezen en derhalve geen grond voor ontbinding van de huurovereenkomst oplevert.

4.2 Daarnaast heeft eiser het overige door gedaagde bij antwoord gevoerde verweer deugdelijk gemotiveerd weersproken en de juistheid van zijn stellingen voldoende aangetoond. Zo heeft eiser gemotiveerd gesteld dat er nog steeds veel overlast door gedaagde wordt veroorzaakt. Zo laat gedaagde de keuken overlopen met water, dealt drugs in en rond zijn woning waar de hele buurt last van heeft, aldus eiser.

4.3 Het had op de weg van gedaagde gelegen om zijn verweer nader te onderbouwen en te reageren op de stellingen van eiser, doch dit heeft hij door niet op de comparitie te verschijnen, nagelaten. De kantonrechter gaat om die reden uit van de juistheid van de stellingen van eiser, daar deze deugdelijk zijn onderbouwd. De gestelde overlast die gedaagde veroorzaakt staat, mede gezien het proces-verbaal van de politie Den Haag van 29 augustus 2016 waar in een tijdsbestek van twee maanden 27 meldingen van

overlast zijn binnengekomen, voldoende vast. Deze overlast levert een ernstige tekortkoming op in de nakoming van de huurovereenkomst zodat een ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd.

4.4 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beslissing

De kantonrechter,

5.1          Ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen;

5.2          Veroordeelt gedaagde om het gehuurde binnen 7 dagen na betekening van het

vonnis met al wie en al wat zich daarin van de zijde van gedaagde mocht bevinden te

ver aten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eiser te stellen;

5.3         Veroordeelt gedaagde om aan eiser tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen* een bedrag van € 278,- (exclusief eventuele huurverhoging) voor iedere maand gedurende welke gedaagde het gehuurde met ingang van 1 juni 2016 in bezit zal houden een ingegane maand voor een hele maand gerekend;

5.4           Veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding tot hiertoe aan de zijde van eiser vastgesteld op € 617,08, waarvan € 300,- aan salaris voor de gemachtigde van eiser en bepaalt dat dit bedrag binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis moet zijn voldaan te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;

5.5        Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6       Wijst af het meer of ander gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. R.J. ter Kuile en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.