Vordering in kort geding toegewezen, oplopende huurachterstand geeft spoedeisend belang bij ontruiming

De echtgenoot (R) van de huurster heeft van de verhuurder een woning gehuurd. R heeft een huurachterstand laten ontstaan waardoor de huurovereenkomst tussen hem en de verhuurder is ontbonden door de rechter. Door ontbinding van de huurovereenkomst tussen verhuurder en R is zijn echtgenote automatisch huurster geworden. Eiser geeft in de procedure aan dat na het ontbinden van de huurovereenkomst de huurachterstand alleen maar is opgelopen. De verhuurder heeft dan ook spoedeisend belang bij het laten ontruimen van de woning en vordert daarnaast dat de huurster de proceskosten voldoet. Omdat er aan alle eisen van een kort geding procedure is voldaan wordt de vordering tot ontruiming toegewezen en moet de huurster ook de proceskosten betalen.

Datum: 23 september 2015
Rechtbank: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummer: 4371893 / VV15-55

vonnis

inzake

Eiser,

wonende te Spanje, eisende partij,

verder te noemen: Eiser, gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen:

Gedaagde,

wonende te, gedaagde partij,

verder te noemen: Gedaagde,

niet verschenen bij de mondelinge behandeling.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

-                 dagvaarding van 18 augustus 2015,

-                 mondelinge behandeling d.d. 17 september 2015.

de beoordeling van de zaak

1. De echtgenoot van Gedaagde, heeft van Eiser een woning gehuurd. De huur voor de woonruimte bedraagt € 800,00 per maand. Bij verstekvonnis d.d. 1 juli 2015 is deze huurovereenkomst wegens huurachterstand ontbonden en is de echtgenoot van Gedaagde veroordeeld tot ontruiming van de woning met al de zijnen en het zijne.

2.  Eiser vordert thans in kort geding Gedaagde te veroordelen om het gehuurde te ontruimen of Eiser in staat te stellen de ontruiming van het gehuurde zelf te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie of justitie, Gedaagde te veroordelen in de proceskosten alsmede de wettelijke rente over de proceskosten. Eerst na het vonnis van 1 juli 2015 is Eiser is gebleken dat Gedaagde gehuwd is en dat zij op grond van artikel 7:266 BW medehuurder is. Door ontbinding van de huurovereenkomst tussen Eiser en de echtgenoot is Gedaagde van rechtswege huurster. Eiser verwijst naar de huurachterstand bij het verstekvonnis en geeft aan dat de huurachterstand nadien enkel is opgelopen. Sinds november 2014 is geen huur meer betaald. Het is dan ook aannemelijk dat in een bodemprocedure ook de huurovereenkomst met Gedaagde zal worden ontbonden. Gelet op die oplopende huurachterstand heeft Eiser een spoedeisend belang bij haar vordering.

4.  Bij de mondelinge behandeling op 17 september 2015 is Gedaagde niet verschenen en zij heeft ook niet anderszins gereageerd op de dagvaarding.

5.  De kantonrechter constateert dat de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. Door het niet verschijnen heeft Gedaagde de vorderingen niet betwist, zodat de vorderingen tot ontruiming en betaling van de proceskosten alsmede de wettelijke rente over de proceskosten, die de kantonrechter verder niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen, worden toegewezen. De ontruimingstermijn wordt bepaald op 14 dagen. De vordering tot het zelf doen bewerkstelligen van de ontruiming met behulp van inschakeling van de sterke arm van politie en justitie bij de ontruiming wordt afgewezen, nu de bevoegdheid tot ontruiming ingevolge artikel 556 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toekomt aan de deurwaarder en dus reeds voortvloeit uit de wet.

6.  Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten verwezen.

DE BESLISSING

De kantonrechter:

rechtdoende als voorzieningenrechter:

veroordeelt Gedaagde om de door van Eiser gehuurde woning aan de Ravestraat 3 te Zierikzee binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis die is voorgeschreven bij art. 430 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, te verlaten en te ontruimen met al het haren en het hare en door afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van het geding welke aan de zijde van Eiser tot op heden worden begroot op € 322,19 waaronder begrepen een bedrag van € 150,00 wegens salaris van de gemachtigde van Eiser vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van deze proceskosten vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 september 2015 in tegenwoordigheid van de griffier