Lager uurtarief niet door debiteur bewezen

Partijen zijn met elkaar in contact gekomen en hebben toen besproken dat Eiser voor Gedaagde verschillende programmeerwerkzaamheden zou verrichten tegen een uurtarief van €60,- met een schatting van 8 uren. Gedaagde meent dat dit eerst de bedoeling was, maar dat er later een tarief van €40,- is afgesproken. De kantonrechter overweegt dat omdat partijen er over eens zijn dat er eerst een bedrag van €60,- was afgesproken, het aan de Gedaagde is om te bewijzen dat dit later €40,- is geworden. Omdat Gedaagde hierin niet slaagt verliest hij de procedure.

 

De kantonrechter overweegt dat nu tussen partijen vast staat dat voor de werkzaamheden initieel een uurtarief van €60,00 is afgesproken, het aan Gedaagde is om haar stelling te bewijzen dat op een later tijdstip een ander tarief is overeengekomen. Gedaagde heeft van deze stelling evenwel geen bewijs geleverd noch daarvan een voldoende gespecificeerd bewijsaanbod gedaan, zodat de kantonrechter ook aan dit verweer verder voorbij gaat.

Datum: 17 januari 2007
Rechtbank: Haarlem, Sector kanton, Locatie Haarlem
Zaaknummer: 324946 / CV EXPL 06-10114

Vonnis van de kantonrechter

inzake

Eiser h.o.d.n. Eiser

Te, eisende partij

hierna te noemen Eiser, gemachtigde mr.drs. C. Sneevliet

tegen

Gedaagde h.o.d.n. Gedaagde

Te, gedaagde partij

hierna te noemen Gedaagde, procederend in persoon

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

de dagvaarding van 29 september 2006, met producties,

de schriftelijke conclusie van antwoord, met producties,

het door de kantonrechter tussen partijen gewezen en op 25 oktober 2006 uitgesproken tussenvonnis,

de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 17 november 2006 gehouden comparitie van partijen en de voor die gelegenheid door Eiser in het geding gebrachte stukken.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partijen het volgende vast:

Partijen zijn met elkaar in contact gekomen via X. Partijen hebben een bespreking gehouden, waarin zij met elkaar zijn overeengekomen dat Eiser voor Gedaagde diverse programmeerwerkzaamheden zou verrichten - (mede) bestaande uit het maken van een database - voor een uurtarief van €60,00 en voor een tijdsbestek van naar schatting acht uren.

Gedaagde heeft ten tweede aangevoerd, dat toen de opdracht voor de extra werkzaamheden werd verstrekt, is overeengekomen dat voor alle werkzaamheden een uurtarief van €40,00 zou gelden. De kantonrechter overweegt dat nu tussen partijen vast staat dat voor de werkzaamheden initieel een uurtarief van €60,00 is afgesproken, het aan Gedaagde is om haar stelling te bewijzen dat op een later tijdstip een ander tarief is overeengekomen. Gedaagde heeft van deze stelling evenwel geen bewijs geleverd noch daarvan een voldoende gespecificeerd bewijsaanbod gedaan, zodat de kantonrechter ook aan dit verweer verder voorbij gaat.

Op grond van het vorenstaande zal het restant van de hoofdsom ad €380,80 worden toegewezen.

Tegen de gevorderde buitengerechtelijke kosten en rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat ook deze zullen worden toegewezen.

Hetgeen partijen verder te berde hebben gebracht, hoeft geen verdere bespreking meer, aangezien het, gezien hetgeen reeds is overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

De proceskosten komen voor rekening van Gedaagde, omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen een bedrag van €582,27 te vermeerderen met de wettelijke rente over €380,80 vanaf 7 augustus 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Eiser tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd, en bepaalt dat de explootkosten worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het percentage, bedoeld in art. 9, 1e lid, van de Wet op de Omzetbelasting 1968.

exploot €71,32

vastrecht €149,00

salaris gemachtigde €200,00;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.